Eindelijk is het zo ver. Vanavond is het volle maan. Onze kleine blauwe vriend vertrekt dan naar het grote dierenbos waar Krisje Krekel woont. Waar is het grote dierenbos? Is het ver vliegen? Wie woont daar? Alffartje heeft zo veel vragen.
Lees eerst het allereerste verhaaltje van de babbelboom
De zomer is de leukste tijd voor de babbelboom. Hij krijgt nu
heel vaak bezoek omdat het vakantie is. Er komen vaak kinderen en ook volwassen
op het stronkje met mos zitten om de babbelboom te wekken en te luisteren naar
zijn mooie verhalen. En af en toe luistert hij ook wel eens naar een verhaal.
En elke dag geniet hij, met gesloten ogen, van het prachtige
gefluit van de vogels. Maar vandaag wordt dit verstoord door een luid gesmak…
Het is mama everzwijn die samen met haar jongen smult van
het hoge gras, de blaadjes en de bessenstruik die net naast de babbelboom
staat.
“ZOEF! ZOEF! ZOEF!” roept Luka terwijl hij zijn
pterodactylus laat rondvliegen tussen de takken van een oude boom. Hij stapt van
de ene grote tak naar de andere. De pterodactylos is één van Luka’s
dinosaurussen. Hij heeft er heel veel en weet er alles over. Overal waar hij
gaat neemt hij er enkele mee.
Woef woef! Dag allemaal! Hier ben ik weer met een nieuw
verhaal…
Op een avond lag ik te rusten op mijn kussen voor de
houtkachel. Lekker warm en lekker zacht. Mijn favoriete plaatsje. Van daaruit
kan ik alles goed horen en alles goed zien. En op die avond hoorde ik mijn
baasjes praten. “Wanneer vertrekken we naar Samrée?” vroeg Kaat aan papa Ronny.
“Morgenvroeg vertrekken we tot zondagavond,” antwoordde papa. “Joepie! En mag
Sehla ook mee?” vroeg Kaat. “Natuurlijk mag ze mee. Het wordt haar eerste
uitstap naar de Ardennen,” lachte papa. Kaat kwam bij mij op het kussen zitten.
“Heb je het gehoord Selah? Morgen rijden we naar de Ardennen en jij mag mee!
Daar kan je crossen in de bossen en met stokken spelen,” vertelde ze blij. Ik
begreep er niet veel van. Crossen, bossen, Ardennen? Nog nooit van gehoord.
Maar ze zei ‘rijden’, dan gaan we met de auto… “Woef, woef!” blafte ik blij.
Dan gaat het weer kriebelen in mijn buikje.
En ja hoor, de volgende morgen vertrokken we met auto. Maar
waar reden we naartoe? Geen idee.
Krisje krekel is als eerste wakker en
speelt zacht een deuntje op zijn viool. De vogels zijn er ook en fluiten
vrolijk mee. De konijntjes springen rond en flapperen met hun oren bij het
horen van de muziek. Alle dieren worden nu wakker en komen naar de open plek in
het bos. Samen zingen ze om elkaar een goeie morgen te wensen.
“Goeiemorgen, goeiemorgen, goeiemorgen jij en
jij.
Goeiemorgen, goeiemorgen ik ben vandaag zo blij!’
Ze vertellen ook hun plannen voor vandaag en Kraakje eekhoorn heeft een vraag. “Wie gaat er mee naar het toverbos?”, vraagt hij heel serieus.
Edison ezel en zijn vrienden hebben een hele dag in het bos doorgebracht. Ze hebben genoten van de prachtige natuur en kennisgemaakt met de bosbewoners. Een eekhoorntje, een vos, allerlei vogels, konijntjes, muizen en ze hebben ook een egel gezien. Het wordt stilaan donker en ze gaan op zoek naar een slaapplaats voor de nacht. “Midden in het bos heb ik een huisje zien staan. Misschien kunnen we daar slapen?” zegt Valeir de vogelverschrikker. “Goed idee! Wijs ons de weg!” lachen Edison en Kootje.
Het is bijna winter in het dierenbos waar Krisje krekel en zijn
vrienden wonen. Zoals elk jaar rond deze tijd zijn bijna alle bomen kaal.
Sommige dieren beginnen bijna aan hun winterslaap. Ze hebben heel veel gegeten
en slapen nu tot het einde van de winter. De mieren blijven dicht bij elkaar in
de mierenhoop. En Krisje krekel en de kaboutertjes laten hun vuurtje weer
branden in de holle boom. Meneer uil, de specht en de andere vogels hebben
terug hun dikke verenjas die hen beschermt tegen de kou. Ook de konijntjes en
Kraakje de eekhoorn hebben een dikke vacht.
Stilaan verandert de herfst het grote dierenbos. Hier en daar vind je al paddestoelen. De wind blaast al wat gekleurde blaadjes van de bomen. En de dagen worden weer korter. Zoals elke avond speelt Krisje krekel op zijn viool. De andere dieren komen dan naar de open plek om te zingen en te dansen. Als de zon helemaal is ondergegaan zeggen ze welterusten en zoeken hun warme slaapplaats op.
Tijdens een wandeling door het bos kwam Pieter voorbij de Babbelboom. Pieter wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:
‘Biebbele babbele boe
Oren open en mondjes toe.
Het is geen grap, het is geen droom,
Luister naar de Babbelboom.
Letters, woorden, zinnen,
Laten we beginnen.’
Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Pieter, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”
Pieter zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een beer?”
De Babbelboom knikte ja en vertelde:
Er was eens een beertje. Zijn naam was Bob. Samen met mama en papa beer woonde hij in een groot hol in de rotsen in Noord-Amerika in Yellowstone. Bob was nog veel te klein om alleen op stap te gaan. Hij mocht wel mee met papa beer als die op zoek ging naar eten voor zijn gezin. Bob mocht dan bessen plukken. Zalm vangen zoals papa deed, kon hij nog niet. “Kijk maar goed hoe ik het doe dan kan je dat later, als je groot bent, ook proberen.”
Tijdens een wandeling door het bos kwam Lena voorbij de Babbelboom. Lena wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:
Zelfportret Lena D’hooghe
‘Biebbele babbele boe
Oren open en mondjes toe.
Het is geen grap, het is geen droom,
Luister naar de Babbelboom.
Letters, woorden, zinnen,
Laten we beginnen.’
Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Lena, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”
Lena zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een dwergje?”
De Babbelboom knikte ja en vertelde:
Er was eens een dwergje. Zijn naam was Daan. Daan woonde met mama en papa dwerg in een groot bos. Met z’n drietjes hadden ze een holle boom ingericht tot een heel gezellig huisje. Daan hield heel erg veel van kleuren. Maar in het bos was het al een hele tijd heel donker. Al weken na elkaar was het bewolkt en het regende ook vaak. “De zon laat zich weer niet zien vandaag. Ze zal op vakantie zijn,” lachte papa dan. Maar Daan kon echt niet lachen. Hij werd echt verdrietig van het slechte weer. Buiten spelen mocht hij niet als het regende. “Ik ben het zo beu om binnen te moeten blijven,” zeurde Daan.