Storm in het bos

Stilaan verandert de herfst het grote dierenbos. Hier en daar vind je al paddestoelen. De wind blaast al wat gekleurde blaadjes van de bomen. En de dagen worden weer korter. Zoals elke avond speelt Krisje krekel op zijn viool. De andere dieren komen dan naar de open plek om te zingen en te dansen. Als de zon helemaal is ondergegaan zeggen ze welterusten en zoeken hun warme slaapplaats op.

Krisje krekel, kaboutervrouwtje en kaboutermannetje slapen in de holle boom. De konijntjes kruipen dicht bij elkaar in hun holletje. Prikkebol kruipt tussen de wortels van een dikke oude boom. In diezelfde boom slaapt Kraakje de eekhoorn in zijn nest op een hele hoge tak. Na een half uurtje ligt iedereen rustig te slapen.

Behalve Meneer Uil. In de lente leerde Meneer Uil een Mevrouw Uil kennen en ondertussen hebben ze al twee uilskuikens. Als iedereen slaapt kan de vliegles voor de kuikens beginnen. Die gaat door vanop de takken van de dikke oude boom. De kleine uiltjes moeten het nog leren en ze oefenen elke nacht. Meneer Uil leert het hen terwijl Mevrouw Uil eten gaat zoeken voor de kleintjes.

 

Plots steekt er een harde wind op. En in de verte kan je het horen donderen. De uilskuikens zijn bang om te vliegen. “Niet flauw zijn,” zegt Meneer Uil, ”een echte uil vliegt door weer en wind.” Maar dan breekt er een verschrikkelijk onweer los. Mevrouw Uil is ook toegekomen en samen vluchten ze weg naar de holle boom om te schuilen.

Foto eekhoorn Rob Hintjens

Prikkebol en Kraakje zijn ook wakker geworden van het gedonder, gebliksem en het pletsen van de regen. Zo vlug ze kunnen rennen ze naar de holle boom. Ook de konijntjes zetten het op een lopen. Alle dieren vluchten naar de holle boom, dat is de veiligste plaats. Iedereen is bang. Het wordt een spannende nacht. Niemand kan slapen door het geluid van het onweer. In de vroege morgen wordt het rustiger en vallen ze toch in slaap. Maar even later schrikken ze van een oorverdovend geluid. Het is de sirene van een brandweerwagen.

Illustratie Pieter Saegeman
Foto Etienne de Maeyer

Als de dieren buitenkomen schrikken ze nog harder. De brandweer ruimt een omgewaaide boom op. “Oh nee, het is de dikke oude boom! De stormwind heeft hem omgeblazen!” roept Kraakje. “Waar moet ik nu gaan wonen?” weent Prikkebol. Alle dieren uit het bos en ver daarbuiten hebben de brandweerwagen gehoord en komen kijken wat er gebeurd is. Ze vinden het allemaal zo jammer van die dikke oude boom. Hij was echt speciaal. De dikke wortels groeiden boven de grond. Het was alsof ze verderkropen. Niet alleen Prikkebol en Kraakje woonden er. Je vond er ook veel kriebelbeestjes. Ze moeten nu allemaal op zoek naar een nieuwe thuis. En net als Meneer en Mevrouw Uil moeten heel wat vogels uitkijken naar een nieuwe boom om van daaruit hun jongen te leren vliegen. Het bos zal nooit meer hetzelfde zijn zonder de dikke oude boom. Ze blijven allemaal kijken hoe de brandweermannen de takken en de stam in stukken zagen en het hout opruimen. Als alles is opgeruimd, blijft er alleen nog een grote lege plek over. “Waar ga jij nu wonen?” vraagt Prikkebol aan Kraakje. ”Ik weet het niet,” geeuwt Kraakje,” maar ik ben zo moe. Ze zijn allemaal moe. “Kom maar allemaal mee naar de holle boom. Dan gaan we daar een dutje doen en daarna zoeken we wel een oplossing,” zegt Krisje. Ze vallen vlug in slaap…

Krisje Krekel is al eerste wakker geworden. Hij rekt zich uit en begint te lachen als hij zijn vrienden ziet slapen. Kaboutervrouwtje is ook wakker. “Eigenlijk is het gezellig zo met z’n allen in onze holle bloom,” fluistert Krisje. Stilaan wordt iedereen wakker. Kraakje begint weer te wenen, ”ik ga onze dikke oude boom zo missen en waar moet ik nu gaan wonen?” Prikkebol vindt het ook zo jammer. ”We vinden wel een andere plaats,” zegt hij met een diepe zucht. “Je mag bij ons komen wonen,” zeggen de konijntjes. Dat vinden Kraakje en Prikkebol heel lief maar zo in een donker holletje da’s echt niets voor hen. “Mijn stekeltjes gaan breken als ik in een holletje kruip,” zegt Prikkebol verdrietig. “En mijn dikke pluimstaart past er niet in,” zucht Kraakje. Ondertussen zitten Krisje, kaboutermannetje en kaboutervrouwtje stilletjes tegen elkaar te praten. En dan zegt Krisje: ”Waarom komen jullie niet gewoon bij ons wonen in de holle boom?” Kraakje en Prikkebol vinden dat wel een goed idee maar “hoe moet dat dan?” vragen ze samen. “Wel, ik denk dat we de perfecte oplossing hebben,” lacht Krisje. Ze gaan voor Prikkebol takjes zoeken, een hoopje maken en daar kan hij dan onderkruipen om te slapen. En Kraakje krijgt hulp van Meneer en Mevrouw Uil om een nieuw nest te maken in de hoogste tak van de holle boom. Kraakje en Prikkebol vinden dat een fantastisch idee. “En al de kleine vogeltjes die moeten leren vliegen, kunnen die dat dan ook hier komen doen?” vraagt Kraakje bezorgd. “Ja hoor, plaats genoeg,” lacht Krisje. Zo gezegd, zo gedaan.

’s Avonds speelt Krisje weer op zijn viool, op de plaats waar de dikke oude boom gestaan heeft.

En voor de zon helemaal is ondergegaan zingen ze hun prachtige vriendenlied:
‘Al regent het ook dat het giet,

al schijnt de zon soms dagen niet.

toch hebben wij dan geen verdriet,

want we horen we horen bij elkaar,

we horen bij elkaar.

Al zijn de dagen koud en guur,

we kruipen lekker bij het vuur.

en zingen tot het nachtelijk uur

want we horen we horen bij elkaar,

we horen bij elkaar.”

(uit “Het Oinkbeest” Elly &Rikkert)

De dieren wensen elkaar welterusten en zoeken hun nieuwe of vertrouwde slaapplaats op.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.