Bibberen van de kou…

Als het winter is in het dierenbos ziet alles er anders uit. De mooie groene kleur van de bomen is nu grauw en grijs. Het is ook heel rustig in het bos. Er zijn dieren die een winterslaap houden. Ze hebben voor de winter heel veel gegeten en nu slapen ze tot de winter voorbij is. Ook Prikkebol houdt een winterslaap in het holletje onder de grote spar.

Er zijn ook dieren die in de winter een warme vacht krijgen zoals de konijntjes en Kraakje de eekhoorn. De insecten zoals Krisje krekel en de mieren zoeken een lekker warm plekje om in te wonen. De mieren blijven dan veel in de mierenhoop, dicht bij elkaar. Krisje krekel woont met de kaboutertjes in de holle boom waar het ook lekker warm is. Meneer uil, de specht en de andere vogels hebben nu een dikke verenjas die hen beschermt tegen de kou.

Maar vandaag is het heel koud. Gisteren heeft het de hele dag gesneeuwd in het bos en vandaag vriest het dat het kraakt. De dieren blijven vandaag allemaal binnen in hun warme plekje. Kaboutervrouwtje en kaboutermannetje trekken hun warme laarsjes aan en zetten hun warme muts op. Ze moeten naar buiten in de sneeuw om takken te gaan zoeken om hun kacheltje te kunnen aansteken. “Ik ga deze takken al naar binnen brengen want ik kan ze niet meer dragen. Ik kom straks terug,” zegt kaboutermannetje. Hij bibbert van de kou. Terwijl kaboutervrouwtje nog wat verder zoekt, hoort ze een zacht gepiep. “Is daar iemand,” roept ze door het bos. “Ik ben hier,” hoort ze het stemmetje. Het is een roodborstje dat in de sneeuw ligt te bibberen. “Wat doe jij hier in de sneeuw? Kan je niet vliegen?” vraagt kaboutervrouwtje. “Oh mijn vleugeltjes en mijn pootjes doen zo veel pijn van de kou. Ik kan niet meer vliegen en niet meer stappen,” weent het roodborstje. Op dat moment is kaboutermannetje terug. Met z’n tweeën dragen ze het roodborstje naar de holle boom. Krisje heeft ondertussen het kacheltje al aangestoken en het is al lekker warm. Ze leggen het roodborstje op een dekentje dichtbij de kachel. “Oh dat doet deugd.”

Kraakje de eekhoorn en de konijntjes hebben het kaboutervrouwtje horen roepen en komen een kijkje nemen. “Wat is er gebeurd?” vragen ze nieuwsgierig. “Oh dat is hier lekker warm,” zeggen Kraakje en de konijntjes als ze binnenkomen in de holle boom. “We hebben roodborstje gevonden in de sneeuw, hij kon niet meer vliegen en stappen van de kou,” vertelt kaboutervrouwtje. “Het is al wat beter”, zegt het roodborstje, ”maar ik heb het toch nog koud.” De konijntjes gaan met hun dikke vacht naast hem liggen. “Oh, da’s pas warm,” lacht het kleine vogeltje. “Dank je wel! Ik heb ook grote honger. Ik vind geen eten meer nu alles bedekt is met een dikke laag sneeuw,” zegt hij. “Hier in de holle boom heb ik een hele voorraad nootjes verzameld,” vertelt Kraakje. Hij haalt een hoopje nootjes en roodborstje begint direct te pikken. Met de tranen in zijn ogen bedankt het roodborstje de lieve vrienden. “Als je wil mag je bij ons blijven wonen tot alle sneeuw gesmolten is en het weer wat warmer wordt,” zegt Krisje krekel. Dat wil roodborstje zeker wel. “Het is hier zo gezellig en zo lekker warm,” lacht Kraakje, “ik wil hier ook wel blijven.” “En wij ook,” zeggen de konijntjes, “het is hier veel warmer en gezelliger dan in ons holletje.” Daar moeten we eens over nadenken hoor,” lacht Krisje. Natuurlijk kunnen ze ook blijven. Ze blijven allemaal in de holle boom wonen tot de sneeuw weer weg is. En die avond zongen en dansten ze rond het kacheltje in de holle boom. En na een half uurtje lag iedereen lekker te slapen. Dicht bij elkaar want dat is lekker warm.

Illustratie Pieter Sageman

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.