Er is er 1 jarig…

In de diepe zee waar Zora en Zita, de zeemeerminnen wonen, klinkt er deze morgen een prachtig lied.https://www.youtube.com/watch?v=etxDUI8ecAw Het is feest want Zora is jarig vandaag. Ze wordt 7 jaar. Koning Zebedeus, koningin Zafira en Zita,  hebben Zora gewekt met een verjaardagslied. “Hé, Zora is jarig!” schrikt  Otto octopus, ”dan moet ik nog een cadeautje zoeken.” Hij was het helemaal vergeten. Otto woont dicht bij het kasteel van koning Zebedeus en zijn gezin. Bij het horen van het verjaardagslied schrok hij toch wel even. “Ik heb een probleem,” zucht Otto, ”ik heb nog geen cadeau voor Zora. En ik denk dat mijn kleine vrienden het ook allemaal vergeten zijn. Ramp, ramp, grote ramp.” Maar zoals altijd zal de slimme Octopus het probleem vlug oplossen. Met zijn acht armen kruipt hij zo snel als hij kan over de bodem van de zee op zoek naar zijn kleine vrienden.

“Er is er 1 jarig…” verder lezen

Twee dikke vrienden

“Wij zijn twee vrienden, jij en ik. Twee dikke vrienden, jij en ik. We blijven altijd bij elkaar al worden we meer dan honderd jaar. We blijven vrienden ja, jij en ik,” klinkt het in het grote bos. Het begint al te schemeren en Meneer uil en de bonte specht zingen een heel leuk liedje samen. Het zijn de beste vrienden. En elke avond voor het feestje op de open plek komen ze samen voor een gezellig onderonsje. Meneer uil is dan al wakker en de bonte specht komt een beetje vroeger dan Krisje krekel en de andere dieren.

“Twee dikke vrienden” verder lezen

Komaan, Kraakje!

In het grote bos klinkt een vrolijk deuntje. Het is Krisje krekel die de dieren wekt door op zijn viool te spelen. Zoals elke morgen komen Krisje krekel en zijn vrienden samen op de open plek in het bos om elkaar een goeiemorgen te wensen. Kraakje de eekhoorn is als eerste op post. Het zijn drukke dagen voor hem. Het legt zijn wintervoorraad aan en zoekt nootjes die hij begraaft en paddenstoelen om te drogen. Even later komt Prikkebol de egel tevoorschijn. Hij sliep vannacht onder een stapeltje afgevallen bladeren waarvan er nog enkele op zijn stekels hangen. Omdat de nachten al koud zijn, kruipen de konijntjes al dieper in hun holletjes en duurt het langer voor zij op post zijn. Meneer uil gaat hoog in de boom zitten en wenst de vrienden een fijne dag. Het is voor hem tijd om te gaan slapen. “Wacht even, meneer Uil!” roept Kraakje, ”ik wil jullie allemaal nog iets vertellen.”

“Komaan, Kraakje!” verder lezen

Kabouter Kas

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Er was eens een klein lief kaboutertje. Zijn naam was Kas. Samen met mama en papa kabouter woonde hij in een gezellig bos. Nee, ze woonden niet in een paddenstoel maar in de stam van een holle boom. Daar hadden ze een gezellig huisje van gemaakt. Net groot genoeg voor hun drietjes. Er woonden ook heel veel dieren in bos. Maar er woonde maar één kabouterfamilie. En dat vond Kas helemaal niet leuk. Hij wilde vriendjes om mee te spelen…

“Misschien willen de kleine dieren wel vriendjes met je worden,” zei mama kabouter op een dag, ”je kan het altijd eens vragen.” En Kas trok het bos in, op zoek naar vriendjes.

“Kabouter Kas” verder lezen

De eerste vlucht

Dit is het vervolg op papa ooievaar

Foto Bernine Deramoudt

Het is al enkele maanden geleden dat Bartholomeus bij op bezoek ging in het ooievaarsdorp. Hij wilde zo graag het kleintje zien van zijn grote vriend, de ooievaar. En toen hij daar was, zag hij iets fantastisch gebeuren. Een tweede babyooievaar kwam uit zijn ei. Op dat moment had hij afscheid genomen en beloofd om nog eens op bezoek te komen. En enkele weken geleden, heeft hij dat gedaan. En wat een verrassing! In het grote nest zaten drie kleine, flinke ooievaars. Papa en mama ooievaar waren zo fier op hun kleintjes. “Wat een leuke verassing,” riep papa ooievaar blij, ”je bent nog eens gekomen!”

“De eerste vlucht” verder lezen

Qai en Jack

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Foto Gina Heynze

Qai en Jack zijn de beste vrienden. Ze wonen in hetzelfde huis en hebben dezelfde baasjes. Samen beleven ze allerlei avonturen.

“Qai en Jack” verder lezen

Een druppel met een kleurtje

In het grote bos waar de babbelboom staat, heeft het vannacht heel hard geregend. Overal liggen plassen en de bladeren van de bomen zijn kletsnat. De babbelboom vindt dit zalig want dan ruikt het altijd heerlijk in het bos. Maar na een tijdje piepen de eerste zonnestralen door de bomen en droogt de zon de regendruppels weer op.

Pieter heeft zijn laarzen aangedaan om een wandeling te maken in het bos. Hij springt graag in de plassen. Af en toe neemt hij er ook een kijkje in en zwaait naar zijn spiegelbeeld. Pieter komt voorbij de babbelboom. Omdat het mos op het bankje nog nat is van de regen, blijft hij rechtstaan om de boom wakker te maken. Pieter zegt de toverspreuk.

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker en zegt: “Dag Pieter, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”  “Ja, heel graag,” antwoord Pieter. Hij voelt nog eens aan het mos en dat is ondertussen opgedroogd. Toen Pieter ging zitten voelde hij een druppel op zijn neus. “Oeps sorry,” zegt de babbelboom, ”er liggen nog wat druppels op mijn bladeren.” Pieter wrijft aan zijn neus. “Da’s nie erg hoor,” lacht hij, ”ken jij misschien een verhaaltje over een druppel?” De babbelboom denkt even na… ”Ja hoor, dat ken ik zeker, een heel mooi verhaal. Luister maar…”           

“Een druppel met een kleurtje” verder lezen

Een piepkleine muis…

“Ik heb zo slecht geslapen,” zucht Pedro de pony. Vannacht werd hij voortdurend wakker door een ritselend geluid in de hoek van zijn stal. Het was te donker om iets te zien. Nu het weer licht is, gaat hij op zoek. Hij spits zijn oren… Maar hij hoort niets. “Heb ik het dan gedroomd?” vraagt hij zich af.

“Een piepkleine muis…” verder lezen

De beste vrienden…

“Bartholomeus, kom eens kijken, vlug, haast je,” fluistert Kobe de kikker. Vanop zijn waterlelieblad ziet hij heel goed wat er allemaal gebeurt in en rond de vijver. Bartholomeus komt heel voorzichtig aangevlogen. “Wat heb je nu weer gezien?” lacht hij. “Sssssst, sssssst… stil zijn en goed kijken,” fluistert Kobe. Bartholomeus komt naast Kobe op het waterlelieblad zitten. Aan de rand van de vijver aan een lang blad gebeurt er iets heel raar.

“De beste vrienden…” verder lezen

Wat ben ik blij…

Dit is het vervolg op het verhaaltje “ooievaar lange poot

De tuin waar Bartholomeus bij en zijn vrienden, wonen krijgt weer kleur. Aan de takken van de bomen zie je al kleine knoppen, de blaadjes zijn weer op komst. De sierkerselaar draagt weer zijn prachtige roze bloesem en de paasbloemen kleuren de tuin mooi geel. Op het kippenhok zit de haan te kraaien om de dieren in de tuin wakker te maken. En in het kippenhok zit de kip te broeden op haar eitjes. Misschien zijn er binnenkort weer kuikentjes. Het water in de vijver is weer warmer geworden. En Kobe de kikker is wakker geworden uit zijn winterslaap. Hij zit op een waterlelieblad. Op het water drijft al een beetje kikkerdril. Binnenkort zijn er weer kikkervisjes. Pol de mol maakt weer molshopen in de weide waar Pedro de pony graast. Hij steekt zijn kopje boven de grond en duwt zijn brilletje wat beter op zijn neus. Bartholomeus heeft ook een winterslaap gehouden aan de rand van de vijver in een stronkje van een oude boom.

“Wat ben ik blij…” verder lezen