Daar zijn vrienden voor…

Het is bijna bedtijd voor Meneer Uil want de zon komt bijna op in het grote dierenbos. Hij vliegt naar de open plek waar hij wacht op Krisje Krekel. “Dat is raar,” zegt Meneer Uil, ”Krisje is er nog niet. Ik mis zijn vrolijk deuntje dat hij elke dag op zijn viool speelt om ons te wekken.” De vogels en de konijntjes zijn ook al wakker en komen naar de open plek. Ook zij missen het vrolijke deuntje van Krisje waarbij de vogeltjes altijd vrolijk meefluiten en de konijntjes met hun oren flapperen. Meneer Uil wordt toch wel een beetje ongerust. “Weten jullie waarom Krisje hier nog niet is?” vraagt hij aan de vogels. Maar ook zij weten het niet. Stilaan komen alle dieren samen op de open plek om elkaar een goeiemorgen te wensen. Maar er is nog steeds geen Krisje te zien.

Illustratie Harald Wolf

Kraakje, Prikkebol en Meneer Uil gaan op zoek naar de kabouterfamilie. Zij zullen wel weten waar Krisje is. De drie vrienden zijn echt heel ongerust. Als ze bij de holle bomen komen, waar Krisje en de kabouterfamilie wonen, blijven ze staan en luisteren. “Die slapen allemaal nog,” lacht Prikkebol terwijl Kraakje op Krisje’s deur klopt. Er komt geen antwoord en de deur blijft dicht. Prikkebol’s stekels staan rechtop. Hij wordt een beetje nerveus. Wat is hier toch aan de hand? Als Kraakje op de andere deur klopt, is het kaboutermannetje die al geeuwend tevoorschijn komt. “Hallo, hallo, wat komen jullie mij zo vroeg al vertellen?” wil hij weten. Als Kraakje vertelt dat ze ongerust zijn omdat Krisje deze morgen niet op post was, fronst hij zijn wenkbrauwen. “Niet normaal, niet normaal. Ik haal de sleutel,” zegt kaboutermannetje. Ondertussen is ook kaboutervrouwtje wakker en met z’n tweeën openen ze de deur van Krisje.

Illustratie Nand Beauprez

“Krisje slaap jij nog?” vraagt het kaboutermannetje. Omdat hij geen antwoord krijgt, gaat hij naar de slaapkamer van Krisje. “Hé vriend wat is er met jou aan de hand?” vraagt kaboutermannetje ongerust. “Ik ben zo moe maar ik kan niet slapen,” antwoord Krisje met een hese stem, ”ik moet hoesten, niezen, snuiten. Soms heb ik kou en dan moet ik zweten. Ik denk dat ik een beetje ziek ben.”  Kaboutervrouwtje staat nu ook bij het bed van Krisje en voelt aan zijn voorhoofd. “Dat weet ik wel zeker. Jij hebt koorts,” zucht ze. “Blijf maar goed in je bed. We zullen goed voor je zorgen.”

Illustratie Evelien De Laet

Ondertussen is Meneer Uil terug naar de open plek gevlogen en vertelt aan de andere dieren dat Krisje ziek is. Ze willen hem allemaal een bezoekje brengen. En even later is het nogal druk in Krisje’s kamer. Ze hebben medelijden met hun zieke vriend. “Kunnen we iets doen?” vraagt Stekeltje, het vrouwtje van Prikkebol. “Ik denk dat we Krisje best laten rusten en stil zijn want zijn hoofd doet pijn,” fluistert kaboutervrouwtje. Dat begrijpen ze wel en gaan stilletjes naar buiten. Daar spreken ze af om lekkere soep te maken voor Krisje en te zorgen voor veel vitamientjes. Zo kunnen ze Krisje het beste helpen. De kaboutertjes beloven om af en toe een kijkje te gaan nemen om te zien of Krisje iets nodig heeft.

Kim De Munter

Prikkebol weet een moestuin juist buiten het bos waar lekkere en gezonde groenten staan. Hij neemt zijn kruiwagentje mee. “Die paar groenten zullen ze wel niet missen,” denkt Kraakje een beetje ongerust. Eigenlijk mag het niet, maar voor zijn vriend Krisje trekt hij een paar dikke wortels uit de grond. En uit de serre gaat hij ook enkele sappige tomaten halen. “Ziezo, daar kan kaboutervrouwtje al een lekker soepje van maken,” zucht hij opgelucht.

Kim De Munter

Toen Vico vos hoorde dat Krisje ziek is, wilde hij ook helpen. Hij gaat samen met Meneer Uil in het bos op zoek naar iets gezonds. “Hier staan paddenstoelen. Daar kan je ook soep van maken hé,” roept Vico naar Meneer Uil die boven hem fladdert. “Nee, dat zijn vliegenzwammen. Als je daarvan eet word je heel ziek want die zijn giftig,” roept Meneer Uil een beetje boos. “Sorry, dat wist ik niet,” antwoord Vico vos en zoekt verder. “Deze dan? Mag je deze paddenstoelen eten?” vraagt hij angstig. “Ja hoor, dat zijn boschampignons, die zijn heel lekker en gezond,” roept meneer Uil. Vico plukt er een hele hoop en brengt ze naar de kabouters.

Illustratie Jasper De Laet

“Dat wordt een gezonde groentesoep,” lacht het kaboutermannetje als hij de wortels en tomaten van Kraakje en de boschampignons van Vico en Meneer Uil ziet. “We zullen de grootste soepketel nemen en dan maken we soep voor iedereen,” stelt kaboutervrouwtje voor. Dat vinden ze natuurlijk allemaal een goed idee want kaboutervrouwtje kan heel lekker koken en heerlijke soep maken.

Kim De Munter

Prikkebol en Stekeltje zijn ook op zoek gegaan naar vitamientjes. Aan de rand van het grote dierenbos staat een grote appelboom met kleine blozende appeltjes. Het duurde een hele tijd voor ze er waren. Er lagen heel wat appeltjes op de grond. Maar hoe moeten ze die meenemen.? Terwijl ze een oplossing zoeken valt er een appel naar beneden op de stekels van Prikkebol. “Hihi,” lachte Stekeltje, ”probleem is opgelost.” En voorzichtig gaan ze terug naar het huis van Krisje. Stekeltje let goed op de appel. Maar hij blijft goed liggen tot ze er zijn. “Oh, super,” riep kaboutervrouwtje blij, ”daar kan ik lekkere appelthee van maken met een beetje kaneel in.”

Kim De Munter

“Kan je mijn peertjes daar ook voor gebruiken?” vraagt een verlegen stemmetje. Het is een klein reetje dat ook gehoord heeft dat Krisje ziek is. “Ik wil ook graag helpen om Krisje beter te maken. Daarom heb ik deze peertjes meegebracht. Kan je ze gebruiken?” vraagt het reetje. “Ja hoor, zeker. Dan maken we er appel-peerthee van met kaneel en een klein beetje suiker,” lacht het kaboutervrouwtje, “het is echt hartverwarmend om te zien hoe alle dieren zo goed voor ons Krisje willen zorgen.”

Kim De Munter

Als de groentesoep en de appel-peerthee klaar is, vliegt Meneer Uil rond om alle dieren uit te nodigen om soep en thee te komen drinken. Kaboutervrouwtje en kaboutermannetje smeren nog een grote stapel boterhammetjes voor bij de soep en dan gaan ze een kijkje nemen bij Krisje. Hij is net wakker geworden. “Hé, krisje, goed geslapen? Heb je zin in een lekkere tas groentesoep of een tas vruchtenthee,” vraagt kaboutervrouwtje. “Ja eigenlijk heb ik goed geslapen en een beetje honger heb ik ook wel. Ik voel me precies al beter”, zegt Krisje. Maar zijn stem is nog hees en hij is nog slapjes. “Blijf vandaag maar in je bed, en na een nachtje slapen zal je je morgen weer een heel stuk beter voelen,” zegt kaboutermannetje.

Illustratie Nell Beauprez

Ondertussen staan de bewoners van het grote dierenbos aan te schuiven voor een tas groentesoep met een boterhammetje. Wat is het weer smullen! Ook Krisje laat het hem smaken. En de appel-peerthee met een snuifje kaneel en een beetje suiker is ook een toppertje. Ze brengen Krisje nog een kort bezoekje en wensen hem nog veel beterschap.

Die avond is er geen feestje voor het slapengaan. Zonder Krisje hebben ze er geen zin in. Morgen misschien… Ze gaan allemaal naar hun eigen slaapplaats en genieten van een zalige nachtrust. Ook Meneer Uil doet nog een dutje voor hij geniet van de rustige nacht.

Als de volgende morgen de eerste zonnestralen tussen de takken van de bomen komen piepen, ontwaakt Krisje uit een diepe slaap. Hij heeft de hele nacht zalig geslapen en voelt zich al veel beter. Hij neemt zijn viool en speelt zijn vrolijk deuntje om de dieren te wekken zodat ze elkaar een goeiemorgen kunnen wensen. Maar het blijft stil, alleen het deuntje is te horen. De vogeltjes zijn er niet om mee te fluiten en de konijntjes zijn er ook niet. Krisje begrijpt het niet. Waar blijven zijn vrienden toch? “Ah eindelijk daar ben je,” zegt Krisje als Meneer Uil komt aangevlogen. “Je ziet er goed Krisje, genezen?” vraagt hij. “Ja hoor, door jullie goeie zorgen ben ik er weer helemaal bovenop. Wat zou ik toch doen zonder mijn vrienden. Ik ben jullie zo dankbaar,” zucht Krisje, ”maar waar blijft iedereen?”

Illustratie Evelien De Laet

“Wel Krisje, ik ben superblij dat jij genezen bent maar ik heb wel slecht nieuws. De dieren, waaronder ook Mevrouw Uil, voelen zich vandaag allemaal ziek. Ze hebben koorts, moeten hoesten, snuiten en zijn heel moe. Ze hebben vannacht allemaal slecht geslapen,” zucht Meneer Uil. “Oh nee, verschrikkelijk! Da’s mijn schuld, ik heb mijn vrienden ziek gemaakt, ik heb ze besmet,” zucht Krisje. “Da’s helemaal jouw schuld niet. Ze zijn op ziekenbezoek gekomen en ja, dan kan je zelf ook ziek worden hé,” zegt Meneer Uil. “Zijn de kabouters ook ziek?” vraagt Krisje. “Ja hoor, ze liggen allemaal in het kabouterhuisje,” zucht Meneer Uil. “Dan is het nu mijn beurt om voor mijn vrienden te zorgen. Wat een geluk dat er nog soep en thee over is. Die kan ik alvast opwarmen”, zegt Krisje vastbesloten. “En ik help je wel,” lacht Meneer Uil, ”want daar zijn vrienden voor hé!”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.