Barend en co

Illustratie Fran Cole

Bartholomeus en zijn vrienden zitten samen in de stal van Pedro de pony. Ze schuilen voor de regen die al enkele dagen aanhoudt.  “Zo jammer dat de zomer weer voorbij is,” zucht Kobe de kikker. “En de dagen worden zo kort. ‘s Morgens is het zo laat licht en ’s avonds zo vroeg donker,” zeurt Pedro. “Da’s niet zo erg,” zegt Pol de mol terwijl hij zijn brilletje wat beter op zijn neusje zet. “Kom kom vrienden, niet zo triestig hé. Het is hier toch gezellig zo met z’n allen in de stal van Pedro.” “Ja dat wel maar in de zon rondlopen in de weide is veel leuker,” zucht Pedro. “Geduld, geduld, na regen komt altijd zonneschijn,” lacht Bartholomeus.

Na de middag doen ze allemaal een middagdutje. Bartholomeus ontwaakt als eerste. “Daar is de zon!” roept hij wanneer hij door de kleine raampjes naar buiten kijkt. Bij het woordje ‘zon,’ vliegen, rennen, springen en kruipen ze met z’n allen naar buiten. De grijze regenwolken maakten plaats voor een prachtig blauwe lucht met een stralende zon die best nog veel warmte geeft.

Foto Pixabay / Anita Ilsbroux

Pol de mol legt zijn brilletje veilig weg in zijn tunnel onder de grond. Komt weer naar boven gekropen langs een hoopje zand en laat de zon op zijn neusje schijnen. Kobe springt van de rand van de vijver op een waterlelieblad en geniet ook daar van het zalige weertje. Pedro rent vrolijk rond in de weide en gaat dan ook lekker zonnebaden. En waar is Bartholomeus nu? Zoem zoem zoem Bartholomeus zoekt een bloem. In de tuin staan nog enkele paarse bloemen aan de vlinderstruik. Hij zuigt er de laatste nectar uit. “Da’s nog echt even genieten,” zucht Bartholomeus.

Foto Anita Ilsbroux

Ondertussen doet Kobe een dutje op zijn lelieblad. “Wat gebeurt er?” roept Kobe als hij wakker schrikt van gekraak en een luide plons. Hij kijkt rond in de vijver, maar ziet niets. Hij springt naar de rand van de vijver en daar springt hij rond in het hoge gras. Hij ziet nog altijd niets. “Zoek jij iets?” vraagt Bartholomeus, ”jij bent zo onrustig.” ”Kobe springt tot bij Bartholomeus. “Ik schrok wakker van een geluid. Het leek wel een krak en een plons. Maar hier is niets te zien. Ik zal het waarschijnlijk gedroomd hebben,” lacht Kobe terwijl hij in het water springt om wakkerder te worden.

“Je hebt niet gedroomd Kobe, ik heb het ook gehoord,” roept Bartholomeus, ”en het kwam van ginder achter aan de brede sloot. Ik ga eens kijken.”

Foto Pixabay

Terwijl Bartholomeus verder vliegt, springt Kobe uit het water en zoekt de kortste weg tussen het hoge gras, door de haag van de tuin naar de brede sloot. Daar zit Bartholomeus al met open mond te wachten. “Wat is hier gebeurd!” roept Kobe verbaasd. “Het was inderdaad gekraak en een plons. Het lijkt wel het werk van een… nee dat kan niet. Die heb ik hier nog nooit gezien,” zegt Bartholomeus. “Werk van wie? Wat bedoel je?” vraagt Kobe ongeduldig.

Foto Maarten Drybooms

“Hé pssst, kom eens kijken,” fluistert Bartholomeus, ”hier zwemt iemand rond in de vijver.” Aan de rand van de sloot tussen de waterplanten zien ze een grote bruine kop bewegen.  “Wie zou dat zijn?” vraagt Kobe ongerust. Bartholomeus vliegt nog een beetje dichterbij en volgt het hoofd. Het dier zwemt heen en weer door het water. En dan ziet hij het helemaal. Het dier heeft een groot hoofd met kleine ogen en piepkleine oortjes. Hij heeft ook een rare staart. Zo vlug hij kan, vliegt Bartholomeus terug naar Kobe. Maar daar wacht hem een verrassing…

Foto Ludwig Sterk

“Hé Kobe, ik heb het dier helemaal gezien. Het is heel groot en ziet er een beetje grappig uit,” roept Bartholomeus.  Kobe zit aan de rand van de sloot tussen de struiken doodstil voor zich uit te staren. Bartholomeus landt juist naast zijn vriend. “Kobe wat is er met jou aan de hand? Je zit zo te trillen. Heb je kou?” vraagt hij. “Sssst, niet bewegen,” fluistert hij. Dan wijst hij met één van zijn voorpoten naar het water. “Ddddddaar zzzzit iets,” stamelt Kobe. Nu ziet Bartholomeus het ook. In het water ligt zo een dier met kleine oogjes, kleine oortjes en een grappige staart. De twee vrienden blijven stokstijf staan terwijl het dier dichter komt. “Wees toch niet zo bang. Ik zal jullie echt niets doen,” zegt een lieve zachte stem, ”ik ben Barend de bever en wie zijn jullie?” Kobe en Bartholomeus gaan enkele stappen achteruit als Barend uit het water komt. Zij zijn zo klein en Barend is zo groot… Kobe is moedig en springt wat dichterbij. “Ik ben Kobe de kikker,” zegt hij dapper. “Bartholomeus vliegt tot juist boven de kop van Barend. “En ik ben Bartholomeus bij en wij wonen hier in die grote tuin samen met nog veel andere dieren en met onze beste vrienden Pol, de mol en Pedro de pony en die is ook nog groter dan jij,” zegt Bartholomeus toch nog een beetje bang. “Dan moet je toch niet bang zijn,” lacht Barend, ”van Pedro ben je toch ook niet bang.” De twee vrienden zijn al wat gerustgesteld en komen dichter bij Barend zitten. “Vertel eens Barend wat kom jij hier in de brede sloot doen? Zo een bever, of wat ben jij weer, hebben we hier nog nooit gezien,” zegt Kobe. “Ja, ik ben een bever en ik ben hier komen wonen met mijn familie,” antwoordt Barend, “kom ik zal jullie eens voorstellen.” Barend springt terug in het water en Kobe springt erachter.  Bartholomeus vliegt met hen mee.

Foto Maarten Drybooms

Een eindje verder kruipt Barend uit het water en gaat hij bij nog een grote bever en drie kleintjes zitten. “Mag ik jullie voorstellen Beau, mijn vrouwtje, mijn zoontjes Ben en Bas en mijn dochtertje Bieke.  “Oh hoe leuk is dit een hele beverfamilie hier bij ons aan de brede sloot. Welkom allemaal!” juicht Kobe de kikker. “En vertel eens,” zegt Bartholomeus nieuwsgierig, ”hoe zijn jullie hier terechtgekomen?” En Barend bever vertelt…

Foto Pixabay

“Tot een tijdje geleden woonden we in een beek een heel eind hiervandaan in onze burcht. Dat is de naam van ons huis. Toen we daar vorig jaar kwamen wonen hebben we eerst een dam gebouwd met afgeknaagde bomen en dikke takken. Dat deden we om in een stuk van de beek het water dieper te maken. Anders kunnen we geen burcht bouwen want de ingang is onder water zodat we veilig zitten. Die burcht hadden we gebouwd met takken, stokken, modder en stenen en die was heel sterk. Maar toen we op enkele dagen geleden terug naar onze burcht gingen om te slapen was de dam afgebroken en onze burcht dreef in stukken op het water. We denken dat de mensen dat gedaan hebben om ons weg te jagen. En daarom zijn we op zoek gegaan naar een nieuwe plaats om te wonen en zijn we hier enkele dagen gelden toegekomen. En wat denken jullie… mogen we hier komen wonen?” vraagt Barend met een diepe zucht. “Ja hoor, hier komen geen mensen, alleen dieren. Jullie zijn welkom,” lacht Kobe. “Fantastisch!” roept familie Bever blij, “dan kunnen we verder werken.aan de dam.”

Kobe en Bartholomeus blijven kijken want ze zijn zo nieuwsgierig naar hoe de bevers dat allemaal gaan doen. “Nu snap ik het allemaal. Jullie hebben die boom afgeknaagd en in de sloot laten vallen om een dam te bouwen,” zegt Kobe tegen Barend de bever.

Foto Maarten Drybooms

De broertjes Ben en Bas springen ongeduldig in het water. Ze zwemmen met hun achterpootjes waar zwemvliezen aan zitten. En hun grote afgeplatte staart zwiept heen en weer. Die gebruiken ze als roer. Hun kleine voorpootjes hebben sterke klauwen waarmee ze graven, grijpen en stenen kunnen dragen. En met hun sterke tanden knabbelen ze erop los. Wat zijn de broertjes blij dat ze weer een dam en een burcht mogen helpen maken.

Foto Rachel Pixsby

Bieke, het kleinste bevertje van de familie is nog te klein om te helpen. Zij heeft zich helemaal opgerold en licht te slapen aan de rand van de sloot. Ze heeft een plekje in de zon opgezocht. Enkele dagen geleden kon ze nog in de burcht slapen. Bieke heeft het koud en ligt een beetje te rillen. De andere bevers zijn druk aan het werk. Ze willen zo vlug mogelijk een nieuwe burcht maken met kamers. In zo’n burcht zijn er twee kamers. Via de ingang komen de bevers eerst in de natte kamer. Daar schudden ze het water van zich af. En dan komen ze in de droge kamer waar de bevers slapen en waar de jongen verzorgd worden. Die kamer is bedekt met kleine takjes.

Foto Maarten Drybooms

Met hun scherpe tanden schillen de bevers die takjes terwijl ze die vasthouden tussen de lange nagels van hun sterke klauwen. Dit is een werkje voor mama Beau en ondertussen houdt ze haar kleintjes in het oog. Kleine Bieke is wakker en gaat mama bever helpen maar waar zijn Ben en Bas? “Barend heb jij de jongens gezien?” roept mama bever. “Daarnet zaten ze nog daar…,” zegt papa bever. “Het is nie waar hé!” roept hij nu boos, ”Ben, Bas waar zijn jullie?” Maar Ben en Bas antwoorden niet. “Ik zal ze gaan zoeken,” zegt Bartholomeus.  Hij spreidt zijn vleugeltjes en stijgt op.

Illustratie Lulu Vermeer / Rive Vermeer

Bartholomeus heeft de broertjes vlug gevonden. Ondertussen is ook Kobe op zoek gegaan. Hij springt zo hoog hij kan tussen het hoge gras. Even stopt hij want in de verte hoort hij een luid gesnik. Nog enkele grote sprongen… “Hier zitten jullie!” roept hij. “Hé Kobe, ben jij hier ook! Ik had de broertjes ook al gevonden,” zegt Bartholomeus. “Maar waarom zitten jullie zo te huilen?” vraagt Kobe. “We zijn te ver gegaan om takken en stokken te zoeken. We waren zo druk bezig en toen we terug wilden gaan, zagen we mama en papa niet meer,” snikt Ben. “Ja en nu zal papa heel boos zijn. Want hij zegt altijd dat we dicht in zijn buurt moeten blijven,” zegt Bas verdrietig. “Kom, kom, dat zal allemaal wel meevallen. Papa en mama bever zullen blij zijn van jullie terug te zien. Kom jongens, volg me maar. Ik wijs de weg,” troost Kobe de klein bevers.

Foto Maarten Drybooms

Als ze even later weer bij de rest van de beverfamilie komen, kijkt Barend bever toch wel heel boos naar zijn twee zonen. Hij stopt met knagen aan een dikke tak en laat zijn gele tanden zien. Ben en Bas beginnen weer te huilen. “Sorry papa,” snikt Bas, ”we hadden niet gezien dat we zo ver weg waren. En toen we terug wilden komen, vonden we jullie niet meer.” Ben verstopt zich achter Bas, hij durft niet naar papa Barend kijken. “Ze hebben wel heel hard gewerkt hoor Barend,” zegt Kobe heel serieus, ”kijk eens wat een grote hoop takken ze verzameld hebben.” Barend gaat naar de broertjes. “Het is goed. Ik ben niet meer boos want jullie hebben flink gewerkt maar je weet het…” zegt papa Bever. “We blijven altijd dicht bij jou in de buurt!” roepen Bas en Ben samen. En met z’n drieeën gaan ze weer aan het werk.

Het is tijd voor Kobe en Bartholomeus om afscheid te nemen van de bevers. “We gaan nu terug naar de tuin, Barend. En als je ons ‘s avonds graag eens een bezoekje komt brengen… altijd welkom,” zegt Kobe. ”Je vindt ons, voor de zon ondergaat, aan de rand van de grote vijver in de tuin,” roept Bartholomeus terwijl hij zijn vleugeltjes spreidt en opstijgt.

Illustratie Lena Dhooghe

Die avond komt Barend nog niet op bezoek. Tot de zon onder is werkt familie Bever verder aan de burcht. Maar de volgende avond komt barend wel op bezoek. Een beetje verlegen komt hij dichterbij als Bartholomeus, Kobe, Pol en Pedro samen aan de rand van de vijver zitten. Barend schrikt wel even van de grote pony. Maar als Bartholomeus, Pol en Pedro voorgesteld heeft, komt Barend er gezellig bij zitten. Ze zitten er nog een hele tijd want Barend, Kobe en Bartholomeus hebben heel wat te vertellen aan Pedro en Pol. En voor ze gaan slapen zingen ze samen hun mooie vriendenlied en Batholomeus speelt op zijn accordeon.

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.