Het eenzame blaadje

Foto Berrnine Deramoudt

Sebastian gaat vandaag een bezoekje brengen aan de grote babbelboom. Omdat het een prachtige herfstdag is, maakt hij eerst een stevige wandeling in het bos. Hij heeft zijn laarzen aangetrokken. Op de grond ligt een prachtig gekleurd tapijt van afgevallen bladeren. De voorbije dagen was er veel wind en hebben de bomen veel bladeren moeten loslaten.

“Het eenzame blaadje” verder lezen

Wie niet weg is, is gezien

Op een zonnige dag in september is Lander op wandel in het bos. Onder zijn arm draagt hij zijn tekenblok en zijn doos met kleurpotloden. Hij wandelt tot aan de rand van het bos waar de babbelboom staat. Hij gaat zitten op het stronkje met mos. Lander komt daar vaak om te tekenen. “Het is hier zo rustig en straks als het een beetje donker wordt, maak ik de babbelboom wakker en dan kunnen we vertellen,” denkt Lander. Een tijdje later begint het al te schemeren en Lander zegt de spreuk:

Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker en zegt: “Dag Lander, ik ben blij dat je op bezoek komt. Wat heb je daar bij?” Lander laat zijn tekenblok en zijn kleurpotloden zien.”Heb jij dat allemaal getekend?“ vraagt de babbelboom, ”jij bent een echte kunstenaar.” Lander wordt een beetje verlegen.”Ik doe mijn best. Ik zit hier al een tijdje en kijk… dit is mijn laatste tekening,” zegt Lander fier, ”weet jij wat dat is?” Lander toont zijn tekening.

“Wie niet weg is, is gezien” verder lezen

Fijn om een springbok te zijn

Tijdens een wandeling door het bos komt Lander voorbij de Babbelboom. Lander wil even rusten en zet zich neer op het stronkje met mos en zegt de toverspreuk:

Zelfportret Lander Loots

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker en zegt: “Dag Lander, blij dat ik je nog eens zie. Het is wel lang geleden hé? Ben je op reis geweest misschien?” Lander staat recht, gaat heel dicht bij de babbelboom staan en zegt heel fier: “Ja, ik ben op kamp geweest met de scouts en ik heb daar mijn totem gekregen!” De babbelboom fronst zijn gerimpeld voorhoofd. “Scouts, ja die ken ik. Er komen soms groepen scouts hier in het grote bos spelen. Maar totem… dat moet je me toch eens uitleggen Lander want dat ken ik niet,” zei de babbelboom nieuwsgierig. “Moet ik je nu een verhaaltje vertellen?” vraagt Lander. “Ja da’s ook eens leuk hé,” lacht de boom, ”ik kan goed vertellen maar ik kan ook heel goed luisteren.”

“Fijn om een springbok te zijn” verder lezen

Een druppel met een kleurtje

In het grote bos waar de babbelboom staat, heeft het vannacht heel hard geregend. Overal liggen plassen en de bladeren van de bomen zijn kletsnat. De babbelboom vindt dit zalig want dan ruikt het altijd heerlijk in het bos. Maar na een tijdje piepen de eerste zonnestralen door de bomen en droogt de zon de regendruppels weer op.

Pieter heeft zijn laarzen aangedaan om een wandeling te maken in het bos. Hij springt graag in de plassen. Af en toe neemt hij er ook een kijkje in en zwaait naar zijn spiegelbeeld. Pieter komt voorbij de babbelboom. Omdat het mos op het bankje nog nat is van de regen, blijft hij rechtstaan om de boom wakker te maken. Pieter zegt de toverspreuk.

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker en zegt: “Dag Pieter, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”  “Ja, heel graag,” antwoord Pieter. Hij voelt nog eens aan het mos en dat is ondertussen opgedroogd. Toen Pieter ging zitten voelde hij een druppel op zijn neus. “Oeps sorry,” zegt de babbelboom, ”er liggen nog wat druppels op mijn bladeren.” Pieter wrijft aan zijn neus. “Da’s nie erg hoor,” lacht hij, ”ken jij misschien een verhaaltje over een druppel?” De babbelboom denkt even na… ”Ja hoor, dat ken ik zeker, een heel mooi verhaal. Luister maar…”           

“Een druppel met een kleurtje” verder lezen

Vliegles…

Toen ik een tijdje geleden door het grote bos wandelde hoorde ik een luid geklop. Vanwaar kwam dat geluid en wie maakte het? De babbelboom die aan de rand van het bos staat zou het wel weten en Ik wandelde naar hem toe. Ik zette me neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Hilde, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje?” Ik wilde graag een verhaaltje horen maar eerst wilde weten wat ik gehoord had. “Kan jij me vertellen wat dat luid geklop is dat ik al een paar dagen hoor,” vroeg ik nieuwsgierig. De babbelboom dacht even na… ”ah dat, dat zijn de spechten die hun nest uithakken.” Ik begreep het niet goed maar de babbelboom legde het uit …

“Vliegles…” verder lezen

Een eindje springen…

Tijdens een wandeling door het bos kwam Fran voorbij de Babbelboom. Fran wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Fran Cole

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Fran, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Fran zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een kangoeroe?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Net als de koalabeertjes leven kangoeroes aan de andere kant van de wereld in Australië. Kangoeroes zijn speciale en eigenlijk wel grappige dieren. Als een volwassen kangoeroe rechtop staat is hij bijna zo groot als een volwassen mens. Het lichaam van een kangoeroe is gemaakt om te springen. Hij heeft sterke achterpoten met lange voeten. Hiermee kan een kangoeroe lange en hoge sprongen maken. Ze zijn ook heel snel. Ze halen soms een snelheid van wel 20 km per uur. Kangoeroes hebben een grote dikke gespierde staart waarmee ze heel goed hun evenwicht kunnen behouden. De kangoeroe is een planteneter. Hij eet vooral takjes en bladeren. Maar het liefste eet hij sappig groen gras. 

“Een eindje springen…” verder lezen

Het nieuwsgierige uiltje

Tijdens een wandeling door het bos kwam ik voorbij de Babbelboom. Ik wilde even rusten en zette me neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Hilde, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Ik zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een uiltje?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

In een heel groot bos, in een holle boom, wonen twee uilen, een vrouwtje en een mannetje. In die boom hebben ze een nest. Vandaag is het voor de uilen een heel speciale dag… Het vrouwtje heeft haar eerste ei gelegd. Het is een groot wit ei. Het vrouwtje gaat onmiddellijk op het ei broeden. Twee dagen later legt ze nog een groot wit ei. En daar gaat ze ook op broeden. Het duurt wel 5 weken. En dan is het eindelijk zo ver…

“Het nieuwsgierige uiltje” verder lezen

Hulp voor Zeb…

Tijdens een wandeling door het bos kwam Pieter voorbij de Babbelboom. Pieter wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Pieter, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Pieter zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een zeehondje?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Foto Ecomare

In de Waddenzee wonen heel veel zeehonden. Als het eb is of laagwater, liggen ze op de zandbanken te rusten en te zonnen. In de zomer worden er veel jonge zeehondjes geboren op de droge zandbanken. Maar als het vloed of hoogwater is, moeten de kleintjes al direct kunnen zwemmen. De jongen drinken maar een drietal weken moedermelk. In die tijd groeien en verdikken ze heel vlug. Daarna moeten ze zelf zoeken naar eten. Zeehonden eten allerlei soorten vis. Daarvoor zwemmen ze verder naar de Noordzee. Zo gebeurde het ook met Zeb, de kleine zeehond.

“Hulp voor Zeb…” verder lezen

Groot en klein

Foto’s Danny Verslype

Aan de rand van het bos waar de babbelboom staat, vind je prachtige paddenstoelen. Er zijn grote, kleine, dikke, dunne, witte, zwarte,bruine een rode met witte stippen. Dat zijn de vliegenzwammen. Die staan het dichtste bij de babbelboom. Elk jaar in de herfst zijn ze daar weer.

“Groot en klein” verder lezen

Lang zullen ze leven!

Lex en Obi zijn heel speciale honden. Het zijn twee broertjes. Ze doen echt alles samen. Met de bal in de tuin spelen vinden ze het allerleukste. Na het eten likken ze samen hun snoetjes af en genieten ze van de zon. En als hun baasje slaapt, gaan ze wel eens alleen op pad. Zo een leiband vinden ze maar niets. Ze lopen liever vrij rond. Maar ze zijn heel trouw en komen altijd terug naar huis. Vanavond maken ze samen hun wandeling naar het bos. Daar rennen en springen ze er op los. En als ze weer naar huis vertrekken doen ze samen een plasje tegen een oude boom die aan de rand van het bos staat. Ook vanavond…

“Lang zullen ze leven!” verder lezen