Wiebeltandjes

Het heeft al een paar dagen heel hard geregend. In het bos waar de oude Babbelboom staat liggen veel plassen en de paadjes zijn modderig. Maar dat houdt Linde niet tegen om een wandeling te maken en een bezoekje te brengen aan de oude Babbelboom. Met haar groene laarzen en haar lange regenjas aan stapt ze door de grootste plassen. En ze zingt er een liedje bij.

Ik stap graag in de plassen met mijn groene laarzen aan.

De klank van waterspatten daaraan kan ik niet weerstaan

De spiegel van het leven maak ik troebel met een sprong

Want springen in de plassen, springen in de plassen,

maakt een somber mens weer jong.

 Als Linde bij de Babbelboom komt, wil ze gaan zitten op het stronkje bedekt met mos. “Oh, het mos is nat,” schrikt ze. Toch gaat ze zitten want met haar regenjas aan voelt ze er niets van. Linde wil graag een verhaaltje horen en ze maakt de Babbelboom wakker met de spreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

En langzaam wordt de boom wakker.

“Dag Linde, fijn dat je op bezoek komt,” zegt de Babbelboom blij. “Dag,” zegt Linde verwonderd, ”maar hoe weet jij mijn naam? Het is de eerste keer dat ik op bezoek kom.” De babbelboom glimlacht. “Ik ken de naam van iedereen die hier op bezoek komt. Maar wat zie ik daar, heb jij een gaatje?” Hoe kan de boom haar naam nu weten? Linde begrijpt het niet. “Ja, deze morgen ben ik nog een tand verloren,” lacht Linde. “Oh, zo erg. Maar dan moet je die tand gaan zoeken,” zegt de boom bezorgd. “Maar nee,“ lacht Linde, ”er komt vanzelf weer een nieuwe tand.” De Babbelboom fronst zijn dikke wenkbrauwen. Hij begrijpt er niets van. “Weet jij dan niets over tanden?” vraagt Linde. “Nee, daar weet ik echt niets van,” zucht de Babbelboom, “ik heb er ook geen hé.” “Wij hebben deze week in de klas alles over de tanden geleerd. Zal ik het eens aan jou vertellen?” vraagt ze. “Heel graag, vertel maar,” zegt de Babbelboom enthousiast, “ik luister…”

Foto Els Vermeulen

“In de klas hebben we geleerd over hoe we goed onze tanden moeten poetsen. We kregen allemaal een bekertje, een tandenborstel en tandpasta. Terwijl de juf een liedje lied horen, hebben wij onze tanden gepoetst.( https://www.cm.be/gezond-leven/kind/mondhygiene/materiaal/ben-de-bever) Dat duurde twee minuten want zo lang duurt het om goed te poetsten. En in dat liedje wordt verteld hoe we het juist moeten doen.”

Foto Els Vermeulen

“We zijn ook op bezoek geweest bij de tandarts,” vertelt Linde. “Die ken ik niet, wie is dat?” vraagt de babbelboom.  “Dat is een dokter waar je regelmatig eens moet langs gaan om naar je tanden te laten kijken. Of om je tanden eens extra te laten reinigen. Hij of zij kijkt of je tanden goed verzorgd zijn en of er geen gaatjes zijn. Toen we daar waren, mochten we ook eens tandarts zijn. Echt leuk!“ vertelt Linde

“En hoe komt het nu dat jij een tand verloren hebt?” wil de Babbelboom nog weten.

“Toen ik nog een babytje was, kreeg ik tandjes. Mijn eerste tandje kreeg ik toen ik 6 maand was. Toen ik 3 jaar was, had ik 24 tanden. En dat noemen ze het melkgebit. Dat zijn de eerste tanden. Toen ik zes jaar was, verloor ik mijn eerste melktandje. Nu ben ik er al 4 kwijt. De tandjes komen los. Dan zijn het wiebeltandjes. Dan vallen ze uit en komen er nieuwe grotere en sterkere tanden in de plaats. Omdat ondertussen mijn mond groeit, zal er dan plaats zijn voor 32 tanden. Dat zijn de tanden die je houdt voor de rest van je leven,” zegt Linde.

“Ah, nu begrijp ik het,” lacht de Babbelboom, “je hebt daar een gaatje omdat daar een wiebeltandje stond en dat is nu uitgevallen. En wat doe je dan met de tandjes die uitgevallen zijn?” vraagt de Babbelboom.

Illustratie Linde de Groot

 “Toen ik de eerste keer een wiebeltandje had, vertelde mama me het verhaal over de tandenfee:”

Ergens ver van hier leeft de tandenfee. Ze heeft hele mooie tanden. Ze zijn prachtig wit. Als de fee lacht, lijkt het of de zon schijnt, zo mooi schitteren haar tanden. De tandenfee poetst haar tanden na elke maaltijd. Ze poetst ze niet heel even, nee, ze poetst haar tanden wel twee minuten! Met een hele mooie tandenborstel. En snoepen? Dat doet de tandenfee ook wel eens, maar niet de hele dag door. Af en toe pakt ze een snoepje. Daarna poetst ze… ja, je raadt het al, haar tanden. De tandenfee vindt dat fijn om te doen. Ze zingt er een leuk liedje bij. Voordat ze gaat poetsen zingt ze het hardop en tijdens het poetsen zingt ze het in haar hoofd. Want poetsen en zingen tegelijk is heel erg moeilijk. Zo gaat het liedje (op de melodie van ‘k zag twee beren):

‘k Ga mijn tanden heel goed poetsen
Laat die borstel roetsen
Onder, boven, heen en weer
Poetsen, poetsen, telkens weer
Even hier, even daar,
En nu ben ik bijna klaar

‘k Ga mijn tanden heel goed poetsen
Laat die borstel roetsen
Onder, boven, heen en weer
Poetsen, poetsen, telkens weer
Even hier, even daar,
En nu ben ik helemaal klaar

De tandenfee wil dat alle kinderen ook goed hun tandenpoetsen. Als ze slapen, komt de fee wel eens naar hun tanden kijken. En als een kindje slecht gepoetst heeft, gaat ze heel verdrietig weg. Maar als ze mooie witte tandjes ziet, dan wordt de fee heel blij. Ze zou die kindjes wel iets willen geven, maar dat kan natuurlijk niet. Want goed poetsen moeten de kinderen voor zichzelf doen en niet voor een cadeautje.

Opeens heeft de tandenfee een idee. Ze gaat hetzelfde doen als haar oma en moeder vroeger ook deden. Bij alle kinderen vallen, als ze 6 of 7 jaar zijn, de melktandjes uit. Niet allemaal tegelijk, maar een voor een. Daarvoor in de plaats krijgen ze nieuwe tanden, waar ze hun hele leven mee moeten doen. Die grote mensentanden moeten heel goed gepoetst worden. Als ze nu s ‘nachts ziet dat er een melktandje onder een kussen ligt, legt de fee er in plaats van het tandje een centje neer. Ze hoopt dat de kinderen daar geen snoep van kopen, maar een mooie nieuwe tandenborstel. Om nog beter te kunnen poetsen.

Foto Katrien Van Katrotje Goossens

“Als ik nu een tandje verlies, leg ik dat in een groen doosje onder mijn kussen. Ik maak er ook altijd een mooie tekening bij. En de volgende morgen is het tandje verdwenen en ligt er een centje in de plaats. Leuk hé,” vertelt Linde. De Babbelboom heeft geboeid geluisterd naar Linde. Ondertussen begint het al te schemeren in het grote bos en is het voor Linde de hoogste tijd om weer naar huis te gaan. “Oh, lieve Babbelboom, nu heb ik de hele tijd verteld. Nu heb jij geen verhaaltje kunnen vertellen,” zegt Linde met een zucht. “Da’s helemaal niet erg,” lacht de Babbelboom, ”ik heb ervan genoten en ik heb veel bijgeleerd vandaag.” Ondertussen is Linde rechtgestaan en heeft ze haar kap opgezet. “Oh nu moet je in de regen naar huis,” zegt de Babbelboom ongerust. “Niet erg, ik hou van de regen. Tot de volgende keer en dan mag jij vertellen hoor,” roept Linde terwijl ze in de plassen stapt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.