Kabouters bestaan echt!

Het bos waar de oude babbelboom staat is in de herfst op zijn mooiste, zeker als de zon schijnt. Daarom besluit ik om een lange herfstwandeling te maken en te genieten van de prachtige herfstkleuren. De paadjes liggen bedekt met een kleurrijk tapijt van afgevallen bladeren. Terwijl ik ze hoor kraken onder mijn voeten zie ik een eekhoorntje springen van tak naar tak en van boom naar boom.

Hij is druk in de weer om zijn wintervoorraad aan te leggen. Als ik voorbij een eik en een kastanjeboom kom, raap ik enkele noten op. Het eekhoorntje is me gevolgd en doet hetzelfde. In mijn jaszak zitten nog enkele walnoten.

Foto Erwin Van Eenoo

“Wil je er eentje, kleine pluimstaart?” vraag ik hem. Het eekhoorntje komt dichterbij en graait een noot uit mijn handen. Met de noot tussen zijn pootjes rent hij naar een boomstronk waar hij met zijn scherpe tandjes de naad van de noot knabbelt zodat de twee helften van elkaar vallen. Plots schrikt hij van een grote ekster die voorbijvliegt en zoekt een ander plaatsje op. Daar knabbelt hij verder. Maar ook daar voelt hij zich niet veilig en vertrekt weer. Uiteindelijk blijft hij rustig zitten op een omgevallen boomstam waar kleine witte paddenstoeltjes groeien. Eindelijk valt de noot open en smult hij van het lekkere nootvlees. Als dessertje nog een lekkere paddenstoel en hop de kleine pluimstaart verdwijnt weer tussen de takken van een dikke eik. Rond deze tijd staan er in het bos altijd heel veel paddenstoelen. Grote, kleine, dikke, dunne, witte, zwarte, gele… maar de allermooiste vind ik de vliegenzwam, rood met witte stippen. En ik ga op zoek…

Foto Marieke van Boxtel

Een eindje verder zie ik al een prachtig exemplaar staan. En plots denk ik aan een liedje:

Een paddenstoel stond in het bos, hij had een dikke steel.

Zijn grote hoed was mooi versierd met stippen o zo veel.

Stip stip stip stip op de paddenstoel.

Stip stip stip stip op de paddenstoel.

Bij deze vliegenzwam zie ik niet alleen witte stippen op zijn rode hoed maar ook een lieveheersbeestje en dat heeft zwarte stippen op zijn rode vleugels. Da’s leuk. Rood met witte stippen en rood met zwarte stippen. Even later opent het kleine beestje zijn vleugels en vliegt weg…

Foto Marieke van Boxtel

Op mijn weg naar de oude babbelboom zie ik nog een vliegenzwam maar die ziet er nog helemaal anders uit. De hoed is nog een bolletje. Want zo een paddenstoel legt een hele weg af om een prachtige hoed te krijgen. https://www.youtube.com/watch?v=ASbaDH8NUjY

En ook daar zit een diertje op. Een slak die heel rustig van de ene kant naar de andere kruipt. Op de rode hoed vol met witte stippen laat ze een glimmend slijmspoor na.

Omdat het al begint te schemeren, haast ik me naar de rand van het bos waar de grote babbelboom staat. Het is muisstil als ik aankom en me neerzet op het stronkje bedekt met mos. Ik rust even uit en zeg de spreuk…

‘Biebele babbele boe,

oren open en mondjes toe.

Het is geen grap, het is geen droom,

luister naar de babbelboom.

Letters, woorden, zinnen,

laten we beginnen.’

En de boom wordt langzaam wakker. “Hey Hilde, fijn dat je er nog eens bent. Aan het genieten van het mooie weer in ons prachtige bos?” vraagt hij trots. “Ja hoor! Het is hier weer prachtig. En zo rustig. Toen ik daarnet op de paadjes liep, hoorde ik alleen het kraken van de bladeren onder mijn voeten. En natuurlijk heb ik die prachtige vliegenzwammen gezien. Ik zag er één waar een lieveheersbeestje opzat en een andere waar een slak op rondkroop,” zei ik verrast.

Foto Anita Ilsbroux

“Dat zijn de beste vrienden,” lachte de babbelboom, ”de slak en het lieveheersbeestje… die komen hier vaak op bezoek als het donker wordt. Kijk, daar komen ze aan.” Het lieveheersbeestje vliegt rond de oude babbelboom en landt op een afgevallen blad. Bij de slak duurt het heel wat langer voor ze het blad bereikt. En dan beginnen de babbelboom, de slak en het lieveheersbeestje tegen elkaar te praten in een, voor mij, onverstaanbaar taaltje. Na een tijdje word ik toch wel wat ongeduldig want ik ben wel gekomen om naar een verhaaltje van de babbelboom te luisteren. “Hé hallo, mag ik even storen? Het is daar wel gezellig maar ik versta er niets van hé,” roep ik naar de boom en zijn kleine vriendjes. “Oh sorry,” schrikt hij verlegen, ”jij komt voor een verhaaltje. Wacht even, zet je rustig neer op het stronkje met mos en dan vertel ik je een prachtig verhaal over paddenstoelen en kabouters.” Dat vind ik prima want daar ben ik uiteindelijk toch voor gekomen. En de babbelboom vertelt… ook de slak en het lieveheersbeestje blijven luisteren.

Foto Roger Verhulst

“Geloven jullie dat kabouters echt bestaan?” vraagt de babbelboom. De slak en het lieveheersbeestje knikken maar ik trek mijn schouders op. Ik weet het eigenlijk niet. “Niet twijfelen, ze bestaan echt! Want enkele dagen geleden heb ik ze gezien. Kijk, daar aan die prachtige vliegenzwammen. Ze zaten met z’n drietjes een beetje verstopt tussen de afgevallen eikenbladeren. Ik zag net hun rode puntmutjes er tussenuit steken. Het waren kleine muzikantjes. Eentje speelde op een fluit, een andere op de saxofoon en de derde speelde gitaar. Ze speelden een grappig deuntje en daar was ik wakker van geworden.

Foto Walja de Ruijter, Annelies Geurts, Roger Verhulst

En op een avond, het was bijna donker, werd ik wakker van een gekraak onderaan mijn dikke stam. Het was een andere kabouter die tussen de bladeren takjes aan het zoeken was om te verbranden in zijn kachel. Want ja nu de nachten weer veel kouder worden, is dat wel nodig. En het was zo grappig, toen de kabouter moe werd, ging zijn rode puntmuts hangen. Hij ging even rusten op een rode zetel met witte stippen en na een tijdje stond zijn muts weer mooi rechtop.” Een beetje ongelovig kijk ik rond waar de paddenstoelen staan. Maar kaboutertjes… nee, die zie ik niet. Ik zal ze toch eerst moeten zien, voor ik het geloof.  “Het is echt waar hoor, Hilde. Kabouters bestaan echt,” zegt de babbelboom heel serieus, ”ik ga je een groot geheim vertellen. Als je me belooft om het echt aan niemand maar dan echt helemaal niemand te vertellen.” Dat is spannend en ik beloofde dat aan de babbelboom. “Een eindje hier vandaan staat een echt kabouterhuis. Wie gelooft dat kabouters bestaan, kan er naar binnenkijken door de kleine raampjes.”. Ik twijfel nog, maar wil wel heel graag een kijkje gaan nemen. “Het lieveheersbeestje zal je de weg wijzen,” zegt de babbelboom, ”tot straks.”

Foto Danny Verslype

Het lieveheersbeestje spreidt zijn vleugels en vliegt weg. Ik volg zo vlug ik kan want zo een klein diertje kan best wel vlug vliegen. We volgen het paadje tot we bij drie grote prachtige vliegenzwammen komen. Het lieveheersbeestje gaat op de hoogste hoed zitten en ik ga op mijn buik liggen om zo door het kleine raampje te kijken. Zou ik iets zien????

En wat ik toen zag was ongelofelijk maar waar…

Foto Kim De Munter

In het kabouterhuisje zie ik 7 kabouters. Mama, papa, oma, opa en de kinderen. Allemaal dragen ze een rode puntmuts. Papa en opa hebben een lange baard. Papa een witte en opa een grijze. Broer en zus zijn een heel stuk kleiner en het babykaboutertje is zo mini en schattig. Het is daar zo gezellig daarom blijf ik nog een tijdje kijken. En als ik heel goed luister, kan ik ook verstaan wat ze vertellen. Maar dan moet het buiten ook muisstil zijn.

Foto Kim De Munter

Mama , papa, broer en zus staan bij een grote doos. Als ze de doos openen, hoor je de kids “Joepie!!!” roepen. In de doos zit een grote televisie. Een fantastische verassing want dat hadden ze nog niet in het kabouterhuisje. De kleintjes geven mama en papa een dikke zoen.

Foto Kim De Munter

Mama haalt het kabouterbabytje uit z’n bedje en met z’n vijven gaan ze in de woonkamer naar televisie kijken. Daar is het zo mooi. Het ziet er uit als een woonkamer bij ons. Mama, zus en het babytje zitten in de grote zetel. Papa en broer in de kleine. Er staat ook een plant en tussen de zetels staat de kachel. Op de grond ligt een vloerkleed met daarop een klein salontafeltje. Er brandt ook een staanlamp en de televisie staat op een piepklein kastje. Even later zetten ze de televisie uit en gaan ze naar de keuken.

Foto Kim De Munter

Daar is ook alles piekfijn in orde. Er staat een ronde keukentafel met daarrond 6 stoelen. Tegen de muur staat een buffetkast gevuld met borden en kommen. Naast de kast staat het kookvuur waarop twee kookpotten staan. Het begint heerlijk te ruiken. Ik denk naar tomatensoep en wortelpuree. Ik krijg er honger van maar blijf toch nog even kijken. Na het eten ruimen ze samen op en het is broer die helpt bij de afwas. Zus zet alles weer netjes weg in de buffetkast.

Foto Kim De Munter

Ondertussen komen er twee kaboutertjes naar buiten. Ik verstop me even achter een dikke boomstam. Het zijn papa en opa. Met z’n tweetjes dragen ze een grote lege mand. Ze stappen met hun korte beentjes rond op zoek naar hout voor in de houtkachel. Ze nemen korte dunne takjes. Maar voor die kleine kaboutertjes zijn dat dikke blokken hout. Met een volle mand stappen ze terug naar het kabouterhuis. Ik kom terug van achter de boomstam en ga weer op mijn buik liggen om door de raampjes te kijken.

Foto Kim De Munter

In de woonkamer spelen broer en zus met hun liefste knuffel. “Het is tijd om te gaan slapen,” zegt mama. De kids trekken hun pyjama aan en poetsen hun tandjes. Dan kruipen ze in hun bedje onder een warm dekentje en leggen hun hoofd op een zacht kussen. “Wij zijn klaar!” roepen ze samen. Mama en papa kabouter geven hun sloebers nog een dikke zoen en een dikke knuffel. “Slaapwel! Tot morgen!” De kids nemen hun knuffel stevig vast en even later vallen ze in een diepe slaap.

Foto Kim De Munter

Baby kaboutertje krijgt nog een leker warm flesje pap. En na een boertje en een verse pamper legt mama hem in zijn wiegje. Na een drukke dag kruipen ook mama en papa  in bed voor een welverdiende rust. “Ah het is nie waar hé,” zucht papa, ”onze opa is weer luid aan het snukken. Heel ons huisje trilt ervan.” En inderdaad ik hoor het ook. De lichten zijn uit en de kabouterfamilie slaapt. Het is ook tijd voor mij om naar huis te gaan. Maar eerst ga ik nog even langs de babbelboom. “Hé Hilde, heb je de kabouters gezien? Je bent echt wel lang weggeweest hé?” vraagt de babbelboom. En ja ik ben wel heel lang weggebleven, maar het was superleuk om de kleine mensjes bezig te zien.  “Ik heb ze gezien en het was fantastisch,” zeg ik tegen de babbelboom, ”ik weet het nu heel zeker… KABOUTERS BESTAAN ECHT!” Ondertussen is het voor mij de hoogste tijd om naar huis te gaan want het is al laat en donker geworden. Ik neem afscheid en zoek mijn weg langs de paadjes in het donkere bos en onderweg zing ik het lied dat ik lang geleden in het kleuterklasje leerde.

Onder hele hoge bomen In een groot kabouterbos.

Staat een lief en aardig huisje, zomaar midden op het mos.

‘k Zou er best in willen wonen maar ik ben al veel te groot.

‘t Is gebouwd voor de kabouters met hun jas en mutsje rood.

‘s Avonds bij het donker worden Is het helemaal niet naar.

Want dan zitten de kabouters heel gezellig bij elkaar.

Ieder op zijn eigen bankje met een kaarsje in de hand.

En dan is het zo gezellig In kabouter sprookjes land

Want ik weet het nu heel heel zeker…KABOUTERS BESTAAN ECHT!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.