Is het al lente?

Foto Bernine Deramoudt

Het is nog altijd winter maar als je naar buiten kijkt, lijkt het al lente. Tijdens een wandeling zie ik sneeuwklokjes en krokusjes staan. De eerste bloemen die je ziet op het einde van de winter. Maar tussen het hoge gras steken er ook al madeliefjes hun kopje op. Die kleine bloemetjes denken ook al dat het lente is.

Illustratie Lena Dhooghe – Foto Dany Van Gheem

En omdat het toch wel heel warm is voor de tijd van het jaar, staan ik er ook al paasbloemen. Die zijn heel vroeg want het is nog lang geen Pasen, het is nog februari. Na een tijdje komt de zon vanachter de wolken piepen. Met de zon op mijn snoet besluit ik om verder te wandelen naar het bos waar de babbelboom staat. En ook daar lijkt het al een beetje lente te zijn.

Foto Dany Van Gheem

Aan de takken van heel wat bomen en struiken liggen de blaadjes te wachten in de dikke knoppen die bijna openspringen. En hoog in een boom zingt een lijster zijn mooiste lied. Het is verder heel stil in het bos. Tot ik geritsel hoor…I n het hoge gras sluipt een jonge vos rond. Tot hij mij ziet en hij het op een lopen zet. Aan de rand van het bos zie ik de oude babbelboom staan. Ik wandel er naartoe en zet me neer op het stronkje met mos.

Foto Dany Van Gheem

Als ik de spreuk wilde zeggen, hoor ik weer geritsel tussen de takjes en blaadjes die op de grond liggen. Daar zit een schattig eekhoorntje. Ik blijf onbeweeglijk zitten want ik wil het diertje niet laten schrikken. Het is de eerste keer dat ik van zo dichtbij een eekhoorntje zie. Het diertje blijft rustig zitten tot het plots naar een stuk afgevallen boomschors rent.

Foto Dany Van Gheem

Daar vindt het eekhoorntje lekkere nootjes die het met zijn pootjes vastpakt en razendsnel oppeuzelt. Een einde verder landt er een roodborstje. Het vogeltje heeft ook stukjes noot zien liggen en laat ze hem smaken.

Foto Erwin Van Eenoo

Het eekhoorntje eet tot haar buikje dik en rond is. Ze blijft nog even rusten en geniet van de zonnestralen die op haar warme vacht schijnen. Dan kijkt ze naar boven alsof ze een plan heeft en dat heeft ze inderdaad.

Foto Erwin Van Eenoo

Het eekhoorntje is al een tijdje bezig met een nestje te maken in het gat van de stam van een dikke boom. Het is nog lang niet klaar. Er moeten nog heel wat takjes en zacht mos verzameld worden voor het nestje klaar is. Het diertje loopt van de ene naar de ander kant om alles te verzamelen. Ze houdt alles stevig vast tussen haar tandjes. Ze springt van de ene tak naar de andere en kruipt dan als een echte acrobaat langs de dikke stam naar het gat in de boom waar ze haar nestje verder maakt. Echt super om te zien. Maar dan wordt het de hoogste tijd om de babbelboom wakker te maken. En ik zeg de spreuk…

Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker.

“Dag Hilde, wat ben ik blij dat je nog eens langskomt,” zegt de boom, “ben je op wandel?” Ik vertel aan de babbelboom wat ik allemaal gezien heb op mijn wandeling. Als ik vertel over het eekhoorntje wordt hij stil en kijkt verdrietig. “Vroeger kwamen er veel eekhoorntjes tussen mijn takken nestjes maken. Maar nu ben ik te oud. Ik ben een oude beuk van wel meer dan 100 jaar oud. Mijn takken zijn niet sterk genoeg meer. De eekhoorntjes gaan naar de jonge sterke bomen.” Om de babbelboom op te beuren, vraag ik of hij een verhaaltje wil vertellen en dat wil hij heel graag en wordt weer een beetje blij.

En de babbelboom vertelt…

Op een dag in de herfst kwam er een vogel door het bos gevlogen. Het was een meesje. Hij hield in zijn snaveltje een beukennootje vast. Eigenlijk wou de vogel het nootje opeten, maar hij liet het per ongeluk vallen. Het nootje lag daar de hele winter en toen het lente werd groeide er een klein plantje uit. Het plantje werd een kleine beukenboom. En toen werd het zomer. Door de warmte en het licht van de zon, groeide het boompje tot een flinke jonge beukenboom.

Maar toen werd het opnieuw herfst. Het regende en waaide vaak, het werd veel kouder en onze beuk verloor al zijn blaadjes! En ook de bomen rondom hem verloren hun blaadjes. Het duurde niet lang of de bodem van het bos was bezaaid met een dik tapijt van gele, rode, oranje en bruine blaadjes. 

De hele winter lang sliep de beuk. Maar terwijl hij sliep, waren er aan zijn wortels heel wat kleine diertjes aan het werk. De slakken, regenwormen en pissebedden aten de rottende blaadjes op en maakten er heerlijke lekkere bosgrond van.  En ook de paddenstoelen hielpen mee om de blaadjes stilaan te veranderen in heerlijke, voedzame grond voor onze beuk. Toen onze beuk opnieuw wakker werd uit z’n winterslaap, kreeg hij mooie, jonge blaadjes en  begon hij weer te groeien. En zo ging het elk jaar opnieuw. Al gauw was hij wel 2 meter hoog. En nog enkele jaren later was hij wel 5 meter hoog geworden. En elke lente opnieuw, wanneer hij ontwaakte, ontdekte hij iets nieuws.

De ene keer was het een klimplant die tegen zijn stam was beginnen groeien. En de volgende lente kreeg hij gezelschap van mosplantjes die kriebelden aan zijn tenen.  En nog dezelfde herfst groeiden er paddenstoelen aan zijn voeten.

Foto Pixabay

Toen de beuk een volwassen boom was geworden, hij was toen al 40 jaar oud, groeiden er voor het eerst kleine, groene bloempjes aan zijn takken. En tegen de herfst waren er uit die bloempjes vruchtjes gegroeid, de beukennootjes. De eekhoorntjes kwamen langs zijn stam omhoog gekropen om van de beukennootjes te snoepen. En het meesje kwam voorbij, pakte er eentje in z’n bek en liet het wat verder in het bos vallen… Het begin van een nieuw beukenboompje.

Foto Dany Van Gheem

Het was een prachtig verhaal en toen ik vroeg of het verhaal over hemzelf ging, knikte de babbelboom en deed hij weer zijn ogen toe. Want het was al laat geworden, veel te laat. Het was al helemaal donker. Gelukkig was het volle maan die avond. En dankzij het licht van de maan vond ik de weg naar huis terug.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.