En alles staat stil…

Foto Mathilde Verhoef

Een zonnige winterse dag in het bos waar de babbelboom staat… Er zijn heel wat wandelaars in het bos die genieten van de zon en de prachtige natuur. Het is alweer een hele tijd geleden dat er nog eens iemand op bezoek kwam bij de babbelboom. Hij is een beetje eenzaam, daar aan de rand van het grote bos. De babbelboom wacht ongeduldig om nog eens een verhaal te kunnen vertellen. Er staat hem een leuke verrassing te wachten…

Zelfportret Rive Vermeer

Er huppelt een vrolijk meisje rond in het bos. Rive is haar naam. Ze zingt er een vrolijk liedje bij en zwaait met een toverstaf…

Vandaag ben ik de goochelaar.
En tover ik alle kleuren.
Leg mijn hoed en stokje klaar.
Dan gaat er wat gebeuren.
Vandaag tover ik speciaal voor jou.
Ik roep heel hard Rieraroet.
Geel, groen, rood en blauw.
De kleuren komen uit mijn hoed!
De bomen groen, de appels rood
En dat is nog maar het begin!
Ik pak mijn stiften en een potlood.
En kleur de wereld verder in.
Vandaag ben ik de goochelaar.
Ik roep heel hard Rieraroet.
Zitten jullie allemaal klaar?
De kleuren komen uit mijn hoed.

kleuren-toveren liedje

Als ze aan de rand van het bos komt, loopt ze voorbij de babbelboom. “Oh, ja, de babbelboom, daar heb ik al veel over gehoord. Misschien wil hij wel een verhaaltje vertellen?” Rive gaat ze op het stronkje met mos zitten en zegt de spreuk.

Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker.

“Dag Rive, wat kan jij mooi zingen? En kan jij echt toveren?” lacht de babbelboom. “Oh, heb jij dat gehoord?” vraagt Rive een beetje verlegen, ”ja, ik zing heel graag maar toveren… nee dat kan ik niet.” De babbelboom is zo blij dat hij nog eens bezoek krijgt. “Zal ik eens een verhaaltje vertellen? Ik ken een verhaaltje over een echte tovenares,” zegt de babbelboom. Dat vindt Rive een fantastisch idee. Ze legt haar toverstaf naast haar op het stronkje en luistert naar het verhaal…

Foto uil Erwin Jansen / Foto tovenaar Pixabay

Aan de rand van een groot bos staat een oude holle boom. In die boom woont een oude uil. Zoals alle uilen slaapt hij overdag. Maar ’s avonds als de zon is ondergegaan en de uil wakker wordt, zie je door de lucht geen uil vliegen maar… wandelt er door het bos een oude tovenaar. Niemand weet dat er in de holle boom een tovenaar woont, want bij het opkomen van de zon wordt hij weer de uil die ligt te slapen. In de holle boom staat een grote kast vol toverboeken. De grootste schat van de tovenaar. Daarin staan alle tovergeheimen.

Foto Bernine Deramoudt

Onder in de boom, in een klein holletje woont er een kleine grijze muis. Overdag slaapt ze maar al ’s avonds de zon ondergaat en de muis wakker wordt, zie je geen muis sluipen maar… wandelt er een kleine tovenares door het bos. Zij is de dochter van de oude tovenaar. Het toveren lukt wel nog niet zo goed. Ze moet nog veel leren…

Op een nacht moest de oude tovenaar naar een heel belangrijke vergadering voor tovenaars. “Zeker overal afblijven,” had de tovenaar gezegd tegen zijn dochter. Hij wist dat ze een grote deugniet was. Daarom had hij de grote boekenkast op slot gedaan en de sleutel had hij meegenomen. Dan kon er zeker niets gebeuren. “Wat zou er toch allemaal in mijn papa zijn toverboeken staan? Hij leert me wel toveren maar dat gaat zo traag… ik wil zelf in de boeken kijken,” zei de kleine tovenares ongeduldig. Met een stokje peuterde ze in het sleutelgat tot de deur van de kast openging. Ze nam het dikste toverboek eruit en begon te lezen.

Illustratie Rive Vermeer

Het boek stond vol toverspreuken. “Ribadibadoe kniparipajoe,” zei de kleine tovenares en zwaaide met de toverstok. Eerst gebeurde er niets maar toen begon de kleine tovenares te groeien en te groeien. “Oh, nee!” riep ze luid en klapte twee maal in haar handen.”Als er iets mis gaat, altijd twee maal in je handen klappen” had papa haar geleerd. En dat had ze gedaan. Ze stopte met groeien. “Ik wil terug klein worden!” riep de tovenares bang, ”maar ik weet niet hoe het moet!”  Ze bladerde verder in het grote toverboek maar vond geen spreuk om terug klein te worden. Ze besloot te wachten tot haar papa terug thuis was. Toen ze naar buiten keek zag ze dat de zon stilaan opkwam en het al licht werd. “De dieren zullen binnenkort wakker worden,” zei de kleine tovenares, ”maar het is hier nog zo stil.”

Foto Bernine Deramoudt

“Oh nee, wat heb ik nu gedaan!” riep ze uit. De reiger stond stil in het hoge gras. De mus hing aan de boom en kon niet vliegen en twee vogeltjes stonden stokstijf tegenover elkaar. De ene met zijn vleugels helemaal open. “Papa zal zo boos zijn als hij dat ziet!” riep de kleine tovenares bang.

Foto Erwin Jansen

Toen keek ze naar de andere kant van het bos. Ook het everzwijn kon niet bewegen. In de vijver zaten twee eenden doodstil in het water en de andere stond met zijn vleugels wijd open klaar om weg te vliegen. “Oh die arme diertjes zullen ook zo boos zijn en ik weet niet hoe ik hen kan helpen,” weende de kleine tovenares.

Foto Mathilde Verhoef

Ondertussen was de oude tovenaar op weg naar huis. Hij was gehaast. Het was al licht en de dieren in het bos zouden hem zien en zijn geheim ontdekken. Zo vlug zijn oude benen hem konden dragen, rende hij door het bos. “Het is hier nog zo stil,” de tovenaar begreep er niets van. Toen zag hij een reetje doodstil staan in het hoge gras. En de eekhoorn bewoog ook niet. En daarboven in de boom zag hij een bonte specht die ook zo stil zat. “Oh nee, mijn kleine meid heeft weer geprutst want alles staat stil,” zuchtte hij. Toen de tovenaar weer in de holle boom was, zat de kleine tovenares te wenen in een hoekje. Ze vertelde wat er gebeurd was. “Ben je heel erg boos papa?” vroeg ze bang. “Ik ben boos want je hebt weer niet geluisterd,” zei de tovenaar streng, ”maar ik was blij dat alle dieren stil stonden toen ik terugkwam. Ik was te laat en anders was ons geheim uitgekomen.” De kleine tovenares was opgelucht en beloofde om niet meer alleen in de toverboeken te kijken. “Papa, zeg je nu nog en toverspreuk want alles staat nog stil,” vroeg de kleine tovenares bezorgd. “Niet nodig hoor,” lachte de oude tovenaar en klapte vier keer in zijn handen. Alle dieren bewogen weer. Behalve de uil en de kleine muis, die lagen lekker te slapen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.