Ridder Florian

Tijdens een wandeling door het bos kwam Lander voorbij de Babbelboom. Lander wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Lander Loots

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Lander, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Lander zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een ridder?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Er was eens een jongen die gek was op ridders. Zijn naam was Florian en hij was net 5 jaar geworden. Toen Florian jarig was, kreeg hij superleuke cadeaus.  Alles had te maken met ridders.

Hij kreeg van zijn ouders een ridderkasteel en van zijn meter en peter een heel dik boek over ridders en kastelen. Oma had een ridderpak gemaakt en opa een zwaard en een schild van hout. Voor zijn feest had mama bij de bakker een taart besteld in de vorm van een kasteel. En daar stonden twee poppetjes op, een ridder en een jonkvrouw. Het was een superfeest met supercadeaus.

De volgende dagen, als Florian thuiskwam van school, speelde hij vaak met zijn kasteel en verkleedde zich als ridder. En als Florian ging slapen, lazen mama of papa voor uit het dikke boek. Want lezen dat kon hij nog niet. De eerste avond las papa voor en hij vertelde alles over het kasteel:

‘De ridders leefden heel lang geleden in de Middeleeuwen, tussen het jaar 500 en 1000. Ze  woonden in kastelen om zich te beschermen tegen de vijand. Alle kastelen hadden hoektorens om op de uitkijk te kunnen staan en een ophaalbrug om de vijand buiten te sluiten, kantelen om zich achter te verstoppen en schietgaten om met pijlen en kogels door   te schieten. ‘

Florian kroop uit zijn bed en ging alles tonen aan zijn ridderkasteel. Op het balkon zette hij de ridder en zijn jonkvrouw. “Dit zijn ridder Florian en jonkvrouw Flore,” zei Florian. “Wie is Flore?” lachte papa,” is dat jouw vriendinnetje misschien?” Florian begon te blozen en kroop weg onder zijn dekbed. “Morgen vertel ik verder, lekker slapen,” fluisterde papa. Florian keek nog even naar zijn kasteel en viel in slaap.

De volgende avond las papa weer voor terwijl Florian naar de foto’s en de prenten keek.  Nu vertelde hij over de ridders:

‘Ridders vochten met een zwaard, een bijl of een knots. Ze hadden een schild om zich te beschermen. Ridders hielden vroeger soms een toernooi met andere ridders. Er waren dan grondgevechten of een steekspel te paard. Ze probeerden dan met een lans elkaar van hun paard te duwen. Ridders droegen een harnas en dat was gemaakt van ijzer. Zo een harnas woog zwaar en daarin was het heel warm. Hij deed het alleen aan om te gaan vechten. Ridder wordt je niet zomaar. Als jongen van 5 of 6 jaar kon je page worden. Je werkte dan voor de ridder en als je ouder werd, kon je schildknaap worden. En als je lang genoeg en goed gevochten had, kon je de ridderslag ontvangen en zelf ridder worden.’

“Ridder Florian, het is weer tijd om naar dromeland te gaan. Welterusten en tot morgen,” zei papa. “Slaapwel, maar ik ben een page, nog geen ridder hé papa,” fluisterde Florian.

En ja hoor die nacht ging Florian echt naar dromenland…In zijn droom beleefde hij een spannend avontuur

Ridder Florian woonde in een heel groot kasteel bij koning Bobbelefondus. Het was winter een berekoud. Het was nog nooit zo koud geweest. Het vroor dat het kraakte. Bijna al het hout was opgebruikt om de haardvuren te laten branden. Op een dag riep de koning ridder Florian bij zich. “Ridder Florian, ik heb een heel belangrijke opdracht voor jou. Zoals je weet woont achter de grote witte berg in een holle rots, draak Lucifer. Ik wil dat jij hem vangt en meebrengt naar het kasteel. Hij kan vuur maken en ons verwarmen. Doe dit zo vlug mogelijk.” Ridder Florian schrok heel erg maar zei dapper,” ja majesteit, tot uw dienst majesteit.” Florian was bang. Een draak vangen had hij nog nooit gedaan. Hij zadelde zijn paard, trok zijn harnas aan en vertrok. Toen hij na een lange koude tocht voorbij de witte berg gekomen was, hoorde hij een raar geluid. Florian trok zijn zwaard en voorzichtig stapte hij de holle rots binnen. In een donkere hoek lag draak Lucifer te slapen en heel hard te snurken. Toen Florian nog wat dichter kwam, werd Lucifer wakker. Florian schrok en trok zijn zwaard. Maar Lucifer zag er zo triestig uit en toen hij naar onze ridder keek, begon hij zelfs te wenen. Florian legde zijn zwaard neer en ging dichterbij. “Waarom heb jij zo een verdriet, Lucifer?” vroeg hij. “Ik ben hier zo alleen, iedereen is bang van mij. Er komt niemand op bezoek,” snikte de draak. “Ik kom je eigenlijk vangen in opdracht van koning Bobbelefondus. Jij moet vuurspuwen in het kasteel om ons te verwarmen,“ zei Florian. ”Ik kan geen vuur meer spuwen omdat ik zo verdrietig ben. Kan jij me niet blij maken?“ vroeg Lucifer aan Florian. “Ik wil dat wel proberen. En als het lukt ga jij dan mee naar de koning, naar ons kasteel?” De draak vond dat een goed idee en ging akkoord. Florian dacht even na en begon een liedje te zingen en deed er ook een dansje bij:

 

Doe maar mee, kijk niet zo zuur

De drakendans doe je met vuur

Doe met ons, doe met ons, doe met ons de drakendans

Klap met je vleugels op en neer

Doe met ons, doe met ons, doe met ons de drakendans

En schud wat met je billen heen en weer

Zet een grote stap naar links en een grote stap naar rechts

En draai een rondje net als wij

Lekker schudden met je staart

Lekker vliegen met een vaart, de drakendans die maakt je blij

Doe met ons doe met ons doe met ons de drakendans

Doe met ons doe de drakendans!

Lucifer vond het heel leuk en danste mee. Toen het liedje gedaan was, probeerde hij vuur te spuwen… en het lukte. Zoals beloofd gingen Florian en Lucifer samen naar het kasteel. Toen ze er bijna waren, keek de koning door een klein raampje want hij hoorde iemand zingen. “Sapperdeboere, dat heb ik nog nooit gezien, een ridder en een draak die samen zingen en dansen,” riep hij. Toen Florian vertelde wat er gebeurd was, stelde de koning voor dat Lucifer bij hen op het kasteel kwam wonen. Er was plaats genoeg. Dan was hij terug blij en kon hij het kasteel verwarmen. “Deal!” lachte Lucifer en met z’n drietjes deden ze de drakendans.

“Ridder Florian wordt eens wakker,” hoorde Florian mama roepen. “Was het een mooie droom? Je was aan het zingen toen je nog sliep,“ lachte mama. Het was een hele mooie droom en Florian vertelde het hele verhaal tijdens het ontbijt. Toen Florian die avond thuiskwam van school maakte hij een prachtig schilderij van “Ridder Florian en Lucifer de draak”. Toen hij het schilderij liet zien aan mama en papa had hij zijn ridderpak aangetrokken. “Jammer dat we niet meer in de Middeleeuwen zijn, dan was ik nu een page, dan zou ik binnenkort een schildknaap worden en veel later een ridder,” zei Florian. “Dat is waar maar een jonkvrouw heb je al, het was jonkvrouw Flore hé?” plaagde papa.

Illustratie Lander Loots

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.