Schip ahoy!

De hele zomer lang zijn Edison ezel, Kootje konijn en Valeir de vogelverschrikker op stap geweest. Ze willen de hele wereld zien en elke dag opnieuw ontdekten ze mooie plaatsen en kregen ze nieuwe vrienden. Op de heel warme dagen trokken ze door de bossen op zoek naar wat koelte. Ze sliepen vaak op een strand en genoten van het geluid van de golven en van de frisse wind. Maar de zomer loopt stilaan op zijn einde. De dagen worden al frisser en korter en de nachten soms al koud. Daarom zijn ze op zoek naar warme plaatsen om te overnachten. Ook aan de zee vinden ze het al te koud. En vandaag nemen ze afscheid van de zee met een prachtige wandeling langs de kust.

“Schip ahoy!” verder lezen

Een eindje vliegen…

Tijdens een wandeling door het bos kwam Lena voorbij de Babbelboom. Lena wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Lena D’hooghe

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Lena, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Lena zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een vlieger?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Vandaag is het voor Milan een speciale dag. Hij gaat met papa naar zee. Vorige week kreeg Milan voor zijn verjaardag een grote vlieger. Hij kon niet wachten om hem op te laten. Bij Milan thuis hebben ze wel een grote tuin maar daar staan veel bomen en struiken. “Hier in onze tuin kunnen we hem niet oplaten”, zei papa, ”hij zou tussen de takken van de bomen blijven vastzitten en scheuren.” Hij beloofde om samen naar zee te gaan.

“Een eindje vliegen…” verder lezen

Een pluisje gaat op reis…

Tijdens een wandeling door het bos kwam ik voorbij de Babbelboom. Ik wilde even rusten en zette me neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Hilde, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Ik zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een paardenbloem?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

foto Didiëlle Van Hove

Nu het lente is worden de weilanden weer mooi gekleurd door de paardenbloemen. In de weide van boer Tijs staan er heel veel dicht bij elkaar. Maar één grote paardenbloem staat helemaal alleen. Het paard van boer Tijs staat te grazen in de wei. Hij lust geen paardenbloemen, hij eet alleen lekker mals gras. Elke morgen komt Anneke, het dochtertje van boer Tijs paardrijden.

“Een pluisje gaat op reis…” verder lezen

Ridder Florian

Tijdens een wandeling door het bos kwam Lander voorbij de Babbelboom. Lander wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Lander Loots

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Lander, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Lander zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een ridder?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Er was eens een jongen die gek was op ridders. Zijn naam was Florian en hij was net 5 jaar geworden. Toen Florian jarig was, kreeg hij superleuke cadeaus.  Alles had te maken met ridders.

“Ridder Florian” verder lezen