Groot gevaar!

Lees ook de vorige verhalen van Zora en Zita

Het is nog heel stil in de diepe zee waar Zora en Zita, de zeemeerminnen, wonen. De zusjes liggen nog te slapen in hun koninklijke bed, in hun koninklijke kamer, in het kasteel van hun vader en moeder, koning Zebedeus en koningin Zafira. Hun prachtige kasteel staat in Zoda. Het mooiste en gezelligste land van de grote diepe zee. Omdat koning Zebedeus elke avond heel moe is van zijn land te besturen, wil hij elke morgen lekker lang uitslapen. Als koningin Zafira, Zora en Zita vroeger wakker zijn, moeten ze heel stil zijn. Want anders wordt koning Zebedeus boos en stampt hij met zijn drietand op de grond. Dat doet hij alleen maar als hij heel boos is of als er gevaar is.

De beste vrienden van de zusjes slapen ook nog. Dat zijn Otto octopus, Krollie krab, Vinnie vis en Zaza het zeepaardje. Otto slaapt in zijn prachtig ingerichte grot niet ver van het kasteel. Krollie heeft zich, zoals elke nacht, ingegraven in het zand op de bodem van de zee om daar ongestoord te kunnen slapen. Kleine Vinnie, die slaapt tussen koraal samen met zijn broertjes en zusjes. En Zaza verstopt zich ’s nachts tussen de zeeanemonen om zo te rusten.

Krollie wordt als eerste wakker. Hij wrijft met één van zijn scharen nog wat zand uit zijn ogen terwijl hij naar boven kijkt. “Wat hoor ik daar nu?” vraagt Krollie ongerust. Hij blijft heel stilletjes liggen terwijl hij luistert. “Ik zal het vast en zeker gedroomd hebben want nu hoor ik niets meer,” denkt Krollie en kruipt terug onder zijn hoopje zand. En net als hij terug in slaap gevallen is, schrikt hij weer wakker. “Zie je wel, ik heb het niet gedroomd. Het is het geluid van … EEN MOTORBOOT!!!” roept hij heel luid. Zo luid dat Zaza, Otto en Vinnie ook wakker geworden zijn.

“Wat is hier aan de hand?” vraagt Otto, ”je maakt iedereen wakker.” En ook Zaza en Vinnie zijn geschrokken van het geroep van Krollie en komen kijken. “Hebben  jullie dat dan niet gehoord? Het geluid van een motorboot. Hier net boven ons,” vraagt Krollie angstig. En dan is het geluid er weer… “Oh nee, een motorboot! Dan zullen er ook wel duikers zijn en die willen we hier niet meer zien!” roept Otto. Zaza en Vinnie begrijpen er niets van. Waarom zijn Otto en Krollie toch zo bang van die motorboot en van duikers? Net als Zaza het wil vragen , zegt Otto: ”we moeten onmiddellijk naar het kasteel om koning Zebedeus te verwittigen want er is groot gevaar.” Ook al begrijpen ze het niet, Zaza en Vinnie volgen hun vrienden naar het kasteel. Daar zullen ze wel te weten komen wat er aan de hand is.

Illustratie Annelies Geurts

Alles is nog stil als ze bij het kasteel komen. “Koning Zebedeus zal nog slapen,” zucht Krollie. “Dan maken we hem wakker. Dit kan echt niet wachten,” zegt Otto ongerust en met zijn acht armen bonkt hij op de kasteeldeur. Het is koningin Zafira die voorzichtig de deur opent. “Sssssst, de koning slaapt nog,” fluistert ze. Otto duwt met zijn acht poten de deur verder open en kruipt zo vlug hij kan over de grond op weg naar de slaapkamer van de koning, gevolgd door zijn vrienden. “Koning Zebedeurs, wakker worden! We hebben een groot probleem!” roept Otto. Koning Zebedeus opent zijn ogen. “Hoe durf je, mij, de koning wakker te maken,” geeuwt hij en stampt met zijn drietand op de grond. De dieren schrikken. “Niet boos zijn koning Zebedeus,” zegt Krollie bang, ”het kan echt niet wachten.” “Als het dan echt zo dringend is… vertel,” zegt de koning ongeduldig. Als Krollie vertelt wat hij hoorde toen hij wakker werd, schrikt de koning en gaat rechtop zitten. “Inderdaad, da’s een heel groot probleem,” zucht hij. “Maar wat is nu het probleem?” vraagt Zaza die er nog steeds niets van begrijpt. “Ik zal het jullie eens vertellen,” zegt de koning, ”vele jaren geleden is er iets verschrikkelijks gebeurd.” Zaza en Vinnie waren toen nog niet geboren maar Krollie en Otto waren er toen ook bij…

Lang geleden, toen ik nog geen koning was en met mijn ouders, de vorige koning en koningin in het kasteel woonde, werd ik op een morgen gewekt door een verschrikkelijk geluid. Een knalgele duikboot vaarde rond in ons land Zoda. De dieren in de zee waren zo geschrokken en hadden zich allemaal verstopt achter de rotsen, het koraal en het zeewier. Vanuit het kasteel zagen we de duikboot dichterbij komen.

Even later zagen we een duiker met een blauw duikerspak aan rondzwemmen. Wat kwam hij toch doen? Wat kwam hij toch zoeken? De koning en de koningin stelden me gerust en zegden dat ik gewoon binnen moest blijven. “Een duiker is een mens en mensen weten niet dat zeemeerminnen bestaan en dat er ook een koning en een koningin van de zee zijn.  De duikers komen gewoon genieten van de prachtige onderwaterwereld en doen niemand kwaad,” vertelde mijn vader. Maar deze duiker had andere plannen…

Ik was heel nieuwsgierig en ongehoorzaam en verliet het kasteel om op ontdekking te gaan. In de verte zag ik de duiker en volgde hem vanop een afstand. In zijn hand hield hij een lang touw vast… Deze duiker had vast geen goeie bedoelingen. Toen ik twee kleine zeemeerminnen zag, wist ik dat er groot gevaar was. De duiker had de zeemeerminnen ook gezien en zwom ernaartoe. Toen werd ik echt bang en bleef stokstijf staan. “Help!!! Help!!!” hoorde ik de zeemeerminnen roepen. Zo vlug ik kon, zwom ik naar de rots vanwaar het geroep kwam.

Illustratie Rive Vermeer

De twee zeemeerminnen hingen vastgebonden aan de de grote rots. “Wat gebeurt hier?” riep ik geschokt. De duiker keek me aan door zijn grote duikbril. Hij wilde iets zeggen maar dat lukte niet want in zijn mond zat het mondstuk van zijn zuurstoffles. Hij vertelde met zijn handen dat hij de zeemeerminnen mee naar boven wilde nemen, naar de gele duikboot. Dat kon en mocht natuurlijk niet. Zeemeerminnen sterven als ze lang uit het water zijn.

Ik werd heel boos en stampte met mijn drietand op de grond. De duiker schrok van het lawaai en alle dieren kwamen weer te voorschijn. Ik had het teken gegeven om te zeggen dat er groot gevaar was en dat ik hulp nodig had. De duiker was enorm geschrokken en bleef stokstijf in het water hangen. Toen hij zag wie er allemaal naar hem toe kwam gezwommen, haaste hij zich terug naar de duikboot. De duikboot verdween en we hebben hem nooit meer teruggezien.

“Maar ik moet Zora en Zita vlug verwittigen. Ze moeten weten dat er gevaar is,” roept koning Zebedeus ongerust. Hij gaat het kasteel binnen. “Zora! Zita! Kom eens vlug!” roept de koning. Maar de zusjes antwoorden niet. “Oh nee, waarschijnlijk zwemmen ze al rond in de zee!” De koning gaat weer naar buiten en roept nog een keer zo luid hij kan. “Wat is er papa?” vragen de meisjes terwijl ze dicht bij de koning komen zwemmen. “Er is groot gevaar! Luister,” zegt de bezorgde vader en hij vertelt aan Zora en Zita wat er lang geleden gebeurd is. De meisjes staan met open mond te luisteren. “Daarom blijven jullie in het kasteel tot ik weet dat er geen gevaar meer is,” zegt de koning, ”want de dieren hebben een motorboot gehoord en dan is het best mogelijk dat er weer een duiker is.” Ook al vinden Zora en Zita dat helemaal niet leuk, ze moeten gehoorzamen.

Illustratie Annelies Geurts

Ondertussen zijn de vier dierenvrienden terug naar de plaats gegaan waar ze het geluid gehoord hebben. Ze schrikken als ze boven hen een duiker zien. Hij ziet er wel helemaal anders uit dan de duiker waarover koning Zebedeus vertelde. Ze besluiten hem te volgen tot ze bij een oud scheepswrak komen dat al heel lang op de bodem van de zee ligt. Als de duiker erin zwemt, gaan de dieren ook een kijkje nemen. De duiker onderzoekt het wrak en neemt een heleboel foto’s met zijn onderwatercamera. De duiker ziet er helemaal niet gevaarlijk uit. Als hij de vrienden ziet, neemt hij ook van hen een foto.

Otto, Krollie, Zaza en Vinnie zijn helemaal niet bang. Terwijl ze naar het kasteel gaan, komen ze de koning tegen en vertellen hem wat ze gezien hebben; “Da’s goed nieuws,” zucht hij blij,” dan is er geen gevaar. Hij komt gewoon het oude wrak onderzoeken. “Mogen Zora en Zita dan straks op de thee komen?” vraagt Otto de octopus. Want elke middag nodigt Otto zijn vrienden uit voor een kopje thee. Koning Zebedeus denkt even diep na en wrijft over zijn witte baard. “Ok, ze mogen komen als jullie er voor zorgen dat ze uit de buurt van de duiker blijven. “Joepie!” roepen de zusjes  die alles gehoord hebben, “tot straks!”

Illustratie Annelies Geurts

En na de middag zitten ze gezellig samen in de grot woor Otto woont. En zoals elke dag zingen ze het leuke liedje:

Wie gaat er mee, diep in de zee
Bij mijnheer octopus op de thee
Die heel beleefd acht handjes geeft
Omdat een octopus acht armen heeft

Van je één twee drie vier vijf zes zeven acht
Zeven zes vijf vier drie twee één

Handig en snel, klaar in een tel
Als je acht armen hebt lukt dat wel
Acht kopjes thee, neem je zo mee
Als je acht armen hebt in plaats van twee

Van je één twee drie vier vijf zes ze Zafiraven acht
Zeven zes vijf vier drie twee één

En na de thee, diep in de zee
Krijgen we ook nog wat lekkers mee
Snoepjes en fruit en tot besluit
Zwaait mijnheer octopus ons acht keer uit

Krollie de krab staat de hele tijd op uitkijk want ook hij had aan koning Zebedeus beloofd om goed voor de zusjes te zorgen.

Illustratie Annelies Geurts

Als Zora en Zita in de late namiddag terug naar huis gaan, beloven ze aan de dieren om heel vlug te zwemmen en recht naar huis. Maar stiekem maken de nieuwsgierige zusjes een kleine omweg want ze willen de duiker toch wel eens in het echt zien. Ze vestoppen zich achter het hoge zeewier om hem te bespieden. Als de duiker even later het anker van het oude wrak losmaakt, komt hij toch wel heel dichtbij. De zusjes worden bang en zwemmen vlug weg. De duiker heeft iets gezien… “Dat leken wel zeemeerminnen,” zegt hij verwonderd, ”maar nee dat kan niet want zeemeerminnen bestaan alleen in verhaaltjes.” Dan maakt hij het anker verder los en kijkt toch nog even achterom…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *