Volg me maar…

Lees eerst het verhaaltje “op zoek

Edison, Valeir en Kootje hebben de hele dag gewandeld. Ze willen zo vlug mogelijk aankomen bij hun vrienden, de alpaca’s, om daar de koude nachten weer door te brengen. Kootje en Valeir hebben vaak op de rug van Edison gezeten. Die stapt zo snel… zijn vrienden kunnen hem echt niet volgen. Voor vanavond zullen ze wel nog een andere plaats moeten zoeken want ze zijn er nog lang niet. “Komaan, het laatste eindje moeten jullie zelf stappen want mijn rug wordt al een beetje moe,” lacht Edison. “Ok,” roept Kootje en springt naar beneden. Edison stapt goed door en Kootje huppelt vrolijk mee.”Hé, niet zo vlug, ik heb maar slappe beentjes hé,” zucht Valeir.

Foto Gert Lengemann

Mèèèèè mèèèèè mèèèèèèè! Edison blijft stokstijf staan. “Luister… de schapen zijn daar…” fluistert hij. Kobe springt op Edison zijn rug en dan op zijn hoofd. “Hé, gek konijntje wat doe jij nu?” schrikt Edison. “Hierboven kan ik ver kijken. Jaja, ’t is waar,” zegt Kootje, “de herder komt eraan. Zijn kudde schapen is veel groter dan vorig jaar En…” Kootje springt zo vlug hij kan naar beneden en verstopt zich achter een dikke boom. “Wat doe jij nu?” vraagt Valeir verwonderd. “Er zijn twee grote honden bij en daar ben ik bang van,” zegt Kootje angstig. “Oh nee!” roept Valeir en hij gaat bij Kootje staan. “Jij ook al?” lacht Edison. “Toen ik nog vogelverschrikker was op de akker, kwamen de honden altijd tegen mijn strooien benen plassen en dat was echt niet leuk hoor!” roept Valeir boos. Terwijl Kootje en Valeir zich verstoppen, gaat Edison tot bij de schaapherder. Die herkent hem nog. “Dag ezeltje, ben je terug?” lacht de herder, ”en zijn je vrienden er niet bij?” Edison is een beetje verlegen. “Ja toch wel maar ze hebben zich verstopt achter die dikke boom. Ze zijn bang van de honden.” Maar de honden zijn heel lief. Voorzichtig gaan ze kennismaken met Kootje en Valeir. Als ze beloven om niet tegen Valeir zijn benen te plassen en niet achter Kootje te lopen, komen ze tevoorschijn. Ondertussen is het al laat geworden

Foto Gert Lengemann

De herder hoedt zijn grote kudde van 100 schapen over de grote weide naar de schapenstal met de hulp van de twee herdershonden. Als de schapen binnengaan, worden ze geteld. “95 96 97 98 99… waar is nummer 100?” roept de herder, ”we hebben een schaap te kort!”

En het is bijna donker. Edison en zijn vrienden stellen voor om het verloren schaap te gaan zoeken. De herder blijft bij de andere schapen en de honden gaan ook mee zoeken. Het gebeurt wel eens vaker dat bij het tellen een schaap ontbreekt. Maar dat komt dan even later omdat het geen zin heeft om binnen te gaan. Maar nu is het niet te zien. De zoektocht kan beginnen.

Illustratie Lore van Bogaert

De honden zetten het op een lopen om te gaan zoeken. Edison, Valeir en Kootje zoeken in de buurt. “Zo een schaap kan toch niet ver weg zijn hé,” zegt Kootje, ”ik zal het wel vinden.” Edison en Valeir vinden het wel grappig. Kootje is klein en dapper maar een schaap terugvinden… nee dat geloven ze niet.  Opeens blijft Kootje staan en spitst zijn lange oren. “Horen jullie dat ook?” fluistert hij. “Euh… nee, ik hoor niets,” zegt Edison. Ze luisteren nog eens. “Hoor je het nu?” vraagt Kootje. “Nee, ik hoor ook niets,” zegt Valeir verwonderd. “Kom, volg mij,” fluistert Kootje. Samen wandelen ze in de richting van het bos. Als ze dichterbij komen, blijven ze staan. Nu horen Edison en Valeir het ook. “Mèèèèèè, mèèèèè, mèèèèèè!” Het luid en verdrietig geblaat van een schaap. De vrienden volgen het geblaat en na een tijdje komen ze bij het schaap. “Niet wenen,” troost kleine Kootje het grote schaap, ”we brengen je naar de grote schapenstal. Kom volg mij…” Edison en Valeir zijn zo trots op hun kleine vriend. Als ze bijna aan de schapenstal komen, staat de herder met zijn twee honden buiten te wachten. Het is echt een grappig zicht. Kleine Kootje gevolgd door het verloren schaap en daarachter Edison en Valeir, die niet goed kan volgen. “Fantastisch! Jullie hebben het schaap gevonden! Dank je wel!” roept de herder blij. “Dankzij Kootje en zijn fantastische oren hebben we het gevonden,” vertelt Edison. “Dan ben jij slimmer dan mijn twee honden,” lacht de herder. Opeens is Kootje niet meer bang. Hij maakt zich groot, spits zijn lange oren en gaat fier tussen de twee herdershonden staan.

Foto Gert Lengemann

Het verloren schaap gaat vlug tussen de andere schapen staan om zich te verwarmen. Hij had het zo koud in het bos.

“Hebben jullie een slaapplaats voor vannacht?” vraagt de herder aan de vrienden, ”voor één nacht kunnen jullie hier blijven.” Dat vindt Edison een goed idee want het is te donker om nog verder te gaan. Valeir zoekt een plaatsje tussen de schapen, ver weg van de honden. Edison gaat ook tussen de schapen staan. Daar is het lekker warm. En Kootje slaapt heel dapper tussen de twee herdershonden.

De volgende morgen nemen onze vrienden afscheid van de herder, de schapen en de honden en gaan weer op stap. En zoals altijd zingen ze er hun liedje bij…

We gaan op reis, met wie o wie?

We gaan een eindje stappen, met z’n drie

Ben je moe, dan moet je het maar vragen…

Spring maar op mijn rug, ik zal je dan wel dragen

En heb je kou, kom dan maar in zijn armen.

Valeir de vogelschrik die zal je wel verwarmen.

Samen springen, samen lachen, samen gluren

Op zoek, op zoek naar de leukste avonturen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.