Op zoek…

Edison, Valeir en Kootje hebben vorige nacht heel slecht geslapen. Het was berekoud. Ze sliepen terug in de stal op een bedje van stro. Ze kropen dicht bijeen om elkaar te verwarmen maar dan nog was het vreselijk koud. “Voor volgende nacht zullen we toch een warmere plaats moeten zoeken,” bibbert Edison. Hij en Kootje hebben wel al een dikke wintervacht maar voor de vrieskou kan hen dat niet genoeg beschermen. En Valeir met zijn lichaam van stro bibberde ook bijna uit zijn kleren. Ze beslissen om vroeg op pad te gaan en uit te kijken naar een warme plaats voor de nacht.

Edison stapt goed door om zich te verwarmen en Kootje huppelt vrolijk mee. “Hé niet zo vlug, mijn slappe beentjes kunnen niet volgen hoor,” roept Valeir. “Komaan, spring op mijn rug!” roept Edison. En hop, daar gaan ze. Vandaag stappen ze langs het water. Vanop de dijk genieten onze vrienden van de prachtige natuur.

In de verte zien ze een schaapherder met een grote kudde schapen.

Foto boven Rob Hintjens, onder Ivan Peel

“Die hebben een hele dikke winterjas,” lacht Edison, ”die hebben zeker geen kou.” Enkele schapen lopen naar boven op de dijk om daar van het malse gras te smullen. “Kijk daar eens!” roept Valeir, “daar beneden in het gras lopen twee bruine schapen met een hele lange nek.”

Illustratie Lena Dhooghe

“Dat zijn geen schapen, dat zijn alpaca’s,” lacht Edison. “Alpaca’s, wat zijn dat, daar heb ik nog nooit van gehoord?” vraagt Valeir verwonderd. “Ze lijken op schapen, zo met hun dikke vacht. Maar hun kop lijkt op die van een kameel. Gekke dieren hoor,” lacht Kootje. “Ik ben toch wel een beetje jaloers op de schapen en de alpaca’s. Een dikke winterjas en waarschijnlijk hebben ze een warme stal om in te slapen,” zegt Edison. “Gaan we eens vragen of er nog plaats is voor ons?” stelt hij voor. Dat vinden ze allemaal een goed idee. Edison loopt naar de kudde. “Dag schaapjes, koud hé?” zegt hij. “Bééééé, dat valt best mee,” mekkeren de schapen. “We blijven altijd dicht bij elkaar en we hebben ook een dikke winterjas aan hé,” lacht het dikste schaap. “En hebben jullie ’s nachts geen kou?” vraagt Edison. “Béééééé, nee hoor, wij slapen in onze schapenstal. Daar is het lekker warm. Dicht bijeen hé,” zegt het dikste schaap. “Dan hebben jullie veel geluk. Mijn vrienden en ik hebben vorige nacht in een stal geslapen waar het berekoud was. Nu zijn we op zoek naar een warmere plaats. Misschien bij jullie?” vraagt Edison een beetje verlegen. “Bééééééééé dat zal niet gaan, bij ons is er geen plaats meer. Maar je kan het eens aan de alpaca’s vragen, die hebben ook een warme stal om te slapen,” mekkert een schaap. “Oh ja, maar dat durf ik eigenlijk niet. Ze zijn nogal groot en ik weet niets over alpaca’s,” zegt Edison. “Béééééé, je moet echt niet bang zijn. Ze zijn heel lief en rustig. En ze hebben ook zo een dikke winterjas aan zoals wij,” lacht het dikke schaap. Ondertussen is Kootje konijn naar de alpaca’s gehuppeld. Hij is helemaal niet bang. Hij vindt de alpaca’s heel leuk, maar wel een beetje groot. “Hallo, dag alpaca’s!” roept Kootje. De alpaca’s kijken rond maar ze zien niemand. “Hallo, ik ben hier beneden!” roept Kootje. Nu zien ze Kootje zitten. Edison en Valeir komen nu ook. Want wat hun kleine vriend durft, dat durven ze ook. Edison vertelt dat ze op zoek zijn naar een warme slaapplaats voor de nacht en dat er bij de schapen geen plaats meer is. “Hebben jullie nog plaats voor ons?” vraagt hij. “Ja hoor, wij hebben nog veel plaats in onze stal en als het nog te koud is, kruipen we lekker dicht bij elkaar. Jullie mogen je dan warmen aan onze dikke wintervacht,” zeggen de alpaca’s. Onze vrienden zijn superblij en volgen de alpaca’s op weg naar hun stal.

Foto Zoobiedoe

Het is nog een hele wandeling voor ze er zijn. Valeir mag op de rug van een alpaca zitten. ”Da’s fijn hoor, lekker zacht en superwarm,” lacht hij. Onderweg genieten ze nog van de prachtige natuur. Als de zon bijna ondergaat komen ze aan bij de alpacastal. “Welkom in ons huisje,” zeggen de alpaca’s. “Fantastisch, hier is het lekker warm,” zegt Edison blij. Die nacht slapen ze heerlijk. Lekker warm en knus. “We hebben zalig geslapen, dank je wel,” zeggen de drie vrienden als ze de volgende morgen weer op stap gaan. “Graag gedaan hoor,” lachen de alpaca’s, ”en altijd welkom.” Ze geven elkaar nog een dikke warme knuffel en onze vrienden gaan weer op stap naar een volgend avontuur. En ze zingen er hun liedje bij:

We gaan op reis, met wie o wie?

We gaan een eindje stappen, met z’n drie

Ben je moe, dan moet je het maar vragen…

Spring maar op mijn rug, ik zal je dan wel dragen

En heb je kou, kom dan maar in zijn armen.

Valeir de vogelschrik die zal je wel verwarmen.

Samen springen, samen lachen, samen gluren

Op zoek, op zoek naar de leukste avonturen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.