Een slakkengangetje

Het is nog heel vroeg in de morgen. Het gras en de struiken zijn bedekt met dauwdruppels. Dat vindt Sam de slak het leukste moment van de dag. Hij houdt van al die druppeltjes.

Langzaam kruipt hij rond op de taxusstruik. Van het ene blaadje naar het andere. “Goeiemorgen Sam, ben jij ook al wakker?” vraagt Bartholomeus bij die voorbij vliegt. “Ja hoor al lang,” zucht Sam. “Waarom zo triestig?” vraagt Bartholomeus. “Oh ik ben het een beetje beu dat alles zo traag gaat bij mij. En mijn huisje weegt zo zwaar,” zeurt Sam.

“Dat is toch zo bij alle slakken, jullie zijn altijd zo rustig en hebben alle tijd,” lacht Bartholomeus. Maar Sam vindt dat helemaal niet leuk. “Jij kan vliegen, heel hoog in de lucht, jij kan overal vlug naartoe. Maar ik kan alleen kruipen, ik heb geen vleugels,” zegt Sam een beetje boos. Kobe de kikker is ook wakker geworden. “Geen ruzie maken hé vrienden,” zegt Kobe terwijl hij langs een lelieblad op de rand van de vijver springt. “We maken geen ruzie Kobe, maar Sam is verdrietig en boos. Hij wil graag vliegen als een bij,” zegt Bartholomeus bezorgd. “Ja, of springen zoals jij Kobe” roept Sam. Pol de mol komt uit zijn holletje gekropen. Hij heeft alles gehoord. “Maar Sam toch,” troost Pol, ”slakken hebben geen vleugels, kunnen niet springen of onder de grond graven zoals wij, maar jij hebt wel een huisje. Als het koud is of het regent kan je daar altijd inkruipen.” Onze vrienden hebben echt medelijden met Sam. Hij heeft zo veel verdriet. Sam gaat boos weg en zijn huisje laat hij achter. De vrienden kunnen niets doen om Sam te troosten. Ze laten hem met rust want hij is te boos om te luisteren…

Zonder zijn huisje kan Sam wel wat vlugger kruipen. Hij kruipt langs de stam van de boom naar boven en vanop een tak probeert hij naar beneden te vliegen zoals Bartholomeus.  Maar dat lukt niet en met een plof valt hij naar beneden. “Auw!” roept Sam boos, “ik zal nooit kunnen vliegen!” En Sam kruipt verder over de grond. Hij geeft niet op. Als hij bij een grote plas komt probeert hij te springen… maar dat lukt ook niet en hij rolt in het water. Hij is kletsnat. En nu begint het ook nog te regenen. Wat een pech!  Sam houdt wel van druppeltjes maar niet als ze op zijn kopje vallen. Het regent harder en harder. Omdat Sam zijn huisje niet bij heeft, gaat hij vlug onder een groot eikenblad schuilen voor de regen. ”Zo gaat het ook niet vooruit,” zucht Sam. Na lang wachten breekt de zon weer door de wolken en stopt het met regenen. Hij gaat terug naar de grote tuin bij zijn vrienden. Zo helemaal alleen en zonder huis… dat vindt Sam toch niet zo een goed idee. Als hij weer in de grote tuin komt, gaat Sam op zoek naar zijn huisje. Hij had het achtergelaten in de grote taxusstruik.

“Maar dat is mijn huisje niet. Dit huisje ziet er helemaal anders uit,” zegt Sam verbaasd. Hij duwt er zachtjes tegen. “Is er iemand thuis?” vraagt Sam heel stilletjes. Een mooi slakje komt uit haar huisje gekropen. “Hallo, ik ben Sam en wie ben jij?” Het slakje steekt haar voelsprietjes uit. “Ik ben Sofie. Woon jij hier ook in de taxusstruik, Sam? Maar waar is je huisje? Ben jij dan geen huisjesslak? Heb je dan geen kou?” Sam wordt er stil van. Hij vindt Sofie zo lief en zo mooi. Maar ze stelt zo veel vragen. “Jij bent echt wel een vraagstaartje hé,” lacht Sam, ”ja, ik woon hier ook in de taxusstruik en ja ik ben een huisjesslak. Ik was op stap en had mijn huisje hier gelaten. Het weegt zo zwaar en dan gaat alles zo traag. Maar onderweg begon het heel hard te regenen en ik miste mijn huisje al. Daarom ben ik teruggekomen.” Een beetje verderop staat zijn huisje. Sam kruipt erin en gaat terug naar Sofie. Hij vindt het heel gezellig zo met z’n tweetjes. “Heb je geen zin om bij mij in de taxusstruik te blijven wonen?” vraagt Sam een beetje verlegen. “Ja dat wil ik wel, dan kunnen we samen traag over de grond kruipen en als we op stap willen gaan, nemen we altijd ons huisje mee,” antwoord Sofie. “Hé Sam ben je al terug? En heb je een vriendinnetje gevonden?” lachen Bartholomeus, Kobe en Pol. Sam begint een beetje te blozen. En als Sofie hem een dikke zoen geeft, zegt hij fier: ”Beste vrienden mag ik jullie voorstellen… dit is Sofie de slak, het mooiste en liefste slakkenvrouwtje van de hele wereld…”

Illustratie Harald Wolf

De vrienden zijn blij om Sam weer zo gelukkig te zien en die avond zingen ze samen met Sofie hun vriendenliedje:

‘Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!’

En Bartholomeus speelt erbij op zijn accordeon.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.