Supermuis!

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Foto Marleen van Eijk

In mijn huis, woonde eens een hele dikke muis.

Het was schrikken toen ik haar voor de eerste keer zag.

Maar zo een klein lief muisje, geen probleem… dat mag.

“Piep, piep, piep, piep, hallo,” zei ze op een keer.

Als het mag kom ik binnenkort nog eens weer.

Ze waggelde en waggelde weg naar het kleine muizenhol.

Ze kon bijna niet naar binnen want haar buikje stond zo bol.

Ik wachtte en wachtte, waar zou die muis toch zijn?

En enkele dagen later, wat was dat leuk, echt superfijn.

Ze kwam weer op bezoek maar niet meer alleen.

Het was een hele familie muis die daar verscheen.

Mama, Max, Marie, Miel en Mies dat waren ze allemaal.

En dat was het begin van een spannend muizenverhaal…

Foto Marleen van Eijk

De dikke buik van mama muis was nu verdwenen. Vier kleine muisjes waren geboren. Nu kon mama weer gemakkelijk in en uit het muizenholletje kruipen. De kleintjes leken heel goed op elkaar maar toch waren er kleine verschillen. Net als mama was Max een beetje grijzer van kleur. Marie en Miel hadden een lichtere kleur en waren wat kleiner. Hun neusje ging voortdurend op en neer. Ze volgden mama om op ontdekking te gaan. 1 2 3 kleine muisjes. Maar waar is nummer 4? Ook mama was bezorgd. “Waar is ons kleine Mies?” vroeg mama aan de andere muisjes. Maar ze hadden haar ook niet gezien.

Foto Marleen van Eijk

Miesje muis was het kleinste van de vier. Een klein maar dapper muisje. Miesje ging graag alleen op stap. Ze wilde alles zien, ze ging voortdurend op ontdekking. “Waar zit je nu weer kleine pruts?” riep mama als Mies weer nergens te bespeuren was. Miesje was ook altijd op zoek naar iets om te knabbelen. Het kleinste kruimeltje zag ze liggen, rende er naartoe om te smikkelen en te smullen. Mama muis vond het eigenlijk wel grappig. Het kleinste muisje was haar grootste eter. Miesje was heel dapper en had nergens schrik voor. En dat zorgde wel voor heel wat spanning… 

Illustratie Lena Dhooghe

In en buiten het huis ging muisje Mies voortdurend op ontdekking. Mama muis was vaak heel ongerust. Ze liep zo maar rond op plaatsen waar iedereen haar kon zien. “Je moet voorzichtig zijn en alleen op plaatsen komen waar de mensen je niet kunnen zien, want mensen houden niet van muizen,” had mama gewaarschuwd.  Maar daar trok Mies zich niets van aan. Ze rende overal rond. In elke kamer van ons huis. Ze trippelde zelfs de trap op naar de kamers en ook de zolder wilde ze graag verkennen. En in de tuin waar het grote zwembad lag, liep ze zo maar rond. “Nu is het genoeg!” riep mama muis boos toen ze Mies weer eens ging halen in de tuin. “Weet jij wel hoe gevaarlijk het hier is voor muisjes die nog niet kunnen zwemmen?” Miesje begreep het allemaal niet. Ze was van niets of niemand bang. Waar maakte mama haar toch zorgen over? En zo ging het elke dag…

Foto Machteld De Winter

Omdat het een prachtige dag was, speelde onze border collie Raika in de tuin. En ook kleine Miesje was weer naar de tuin getrippeld. Ze vond het zalig om in het gras te lopen en in de zon te spelen. En natuurlijk was ze weer op zoek naar eten. Maar opeens was er groot gevaar. Mies kwam zo dichtbij Raika. Ze waren beiden heel nieuwsgierig en kwamen heel dicht. Dapper Miesje trippelde tot aan de grote witte poten van Raika. Zij bleef roerloos liggen en was muisstil. Raika wist dat als zij zou bewegen of blaffen, het kleine muisje doodsbang zou worden en zou wegrennen. Miesje was het kleinste vriendje dat Raika ooit had. “Ben jij dan niet bang?” fluisterde zij, ”ik ben zo groot en jij zo piepklein.” Voorzichtig kwam Mies nog wat dichter. “Nee, hoor. Ik ben helemaal niet bang. Ik ben de dapperste muis van de hele wereld,” zei ze fier, “maar ik heb altijd honger. Weet jij misschien waar ik eten kan vinden? En je moet niet fluisteren hoor. Ik ben niet bang. Een beetje lawaai… daar kan ik wel tegen.” Dat wilde Raika wel eens uitproberen. “Woef! Woef! Woef!” blafte zij luid. Toen schrok kleine Mies wel maar echt bang… nee dat was ze niet. “Jij bent echt wel een dappere muis,” zei Raika verwonderd. “En als je eten wil, kan je misschien eens een kijkje nemen bij de poezen.” En ook dat durfde onze kleine muis. Een muis bij een poes… als daar maar geen problemen van komen…

Foto Ellen Van Wassenhove

Het was Pruts de gestreepte kater die de kleine muis zag rondtrippelen in het gras. “Miauw miauw, wat doe jij hier kleintje? Ben jij niet bang? Weet jij dan niet hoe gevaarlijk poezen zijn voor kleine muisjes?” vroeg de poes verwonderd. “Nee hoor, ik ben helemaal niet bang. Jij bent zo een lieve zachte poes. Ik weet zeker dat jij me geen kwaad zal doen. Gaan we samen spelen?” vroeg dappere Mies. Pruts kon haar oren niet geloven. Wat een dappere muis! Een muis die aan een poes vroeg om te spelen. Niet te geloven! “Nee, liever niet. Laat mij maar lekker luieren in de zon. Je kan het eens aan Suzy vragen die ligt daar voor het tuinhuis,” lachte Pruts.

Foto Ellen Van Wassenhove

Voorzichtig trippelde muisje Mies tot bij het tuinhuis. Nu was ze toch wel een beetje bang. Ze moest voorbij het zwembad en ze kon nog niet zwemmen. En dat was heel gevaarlijk voor kleine muisjes, had mama gezegd. Maar dapper ging ze op weg. “Oh, het is een zwarte poes!” schrok Mies toen ze achter het hoekje kwam piepen. “Zwarte poezen zien er niet zo lief uit.” Miesje twijfelde en wilde teruggaan.  “Miauw, miauw, hé kleine muis waar ga jij naartoe,” vroeg Suzy de zwarte poes, ”je bent toch niet bang hé”

Foto Ellen Van Wassenhove

Miesje raapte al haar moed bij elkaar en voorzichtig sloop ze dichterbij. “Oh nee, jullie zijn met twee!” riep ze bang. “Maar nee, gekke muis. Ik ben hier alleen. Dit hier is mijn schaduw,” lachte Suzy. “Ah dan is het goed. En nee hoor, ik ben helemaal niet b b bang,” antwoordde muisje Mies met een bibberend stemmetje. “Kijk maar, ik durf heel dichtbij komen.” Mies was echt wel heel heel dapper. Met haar kleine pootje aaide ze de zachte vacht van Suzy. “Hé, laten we neuze neuze doen,” lachte Suzy. En ook dat durfde Mies. “Amai, wat ben jij een dappere muis. Jij bent een supermuis.” Maar wat Suzy niet wist, was dat die supermuis toch echt wel even héééél bang was. “Heb je zin om te spelen?” vroeg de kleine muis. “Als jij dat durft is dat zeker ok. Is tikkertje goed?” lachte Suzy. “Ja hoor! Pak me dan als je kan!” riep Mies en ze rende weg met haar snelle korte pootjes.

Foto Ellen Van Wassenhove

Ook al kon ze heel snel lopen, Miesje verloor elke keer. “Da’s eigenlijk niet eerlijk hé,” zuchtte ze, ”jouw poten zijn zo veel langer dan de mijne. Laten we een ander spelletje doen. Maar eerst wat rusten want van al dat rennen ben ik doodmoe en heb ik reuzehonger gekregen.” Ze gingen met z’n tweetjes uitrusten in het malse gras.

Foto Ellen Van Wassenhove

“Amai was me dat rennen. Amai mijn pootjes,” hijgde de kleine muis, ”hé poes heb jij niets te eten of te drinken?” Suzy ging even kijken maar haar eet- en drinkbak maar die waren helemaal leeg. “Sorry, alles is op,” zei Suzy, ”maar hier in de tuin kan je misschien wel iets vinden. Er ligt en hangt eten voor de vogels. Misschien lust je daar wel iets van.” Dat liet Mies zich geen twee keer zeggen. Ze nam afscheid van Suzy met een high five en dat was zo grappig om te zien. Het kleine muizenpootje tegen die grote, zwarte poezenpoot. En Mies de muis ging op zoek naar een lekker hapje…

Foto John Bladel en Walja de Ruijter

Het was wel even zoeken. Op de grond lagen wel enkele broodkruimeltjes maar dat vond Mies niet genoeg. “Suzy heeft gezegd dat er eten ligt en hangt,” dacht het muisje bij zichzelf. “Op de grond lag brood maar waar hangt er dan eten?” Mies stond onder een grote notelaar waarvan de stam begroeid was met klimop. Daartussen zag ze iets hangen. Ze klom naar boven. Daar hing een mezenbol in een groen netje. De kleine muis knabbelde en knabbelde tot… ”Hé kleine dief! Wat doe jij dier?” riep een pimpelmees vanop de grond. Dat is een mezenbol en geen muizenbol hé!”

Foto Walja de Ruijter

Mies was geschrokken en klom vlug naar beneden.  “Oh sorry,” zei ze met haar liefste stemmetje,” ik wist niet dat het jouw eten was. Maar ik heb dan ook een reuzehonger.” De mees had wel een beetje medelijden met de hongerige muis. “Weet je wat, jij mag opeten wat er op de grond valt. Maar dan moet je beloven om niet meer in de boom te kruipen en van de mezenbol te eten.” Dat beloofde Mies en begon vlug te eten van de restjes op de grond.

Foto Walja de Ruijter

“Kom eens hier!” riep de pimpelmees die ondertussen in een andere boom zat. “Hier hangt ook eten voor ons, voor de vogels.” Hij hing aan een mandje gevuld met noten. Mies haastte zich naar de boom waar de mees knabbelde van lekkere nootjes. “Hier vallen ook altijd stukjes naar beneden. Die zijn ook voor jou als je beloofd om niet naar boven te klimmen.” En ook dat beloofde onze kleine muis.

Foto Ellen Van Wassenhove

Maar toen de mees weggevlogen was en Mies de restjes allemaal had opgepeuzeld, had ze nog steeds honger. “Mijn buikje doet nog steeds pijn van de honger,” snikte de kleine muis. Naar mama muis durfde ze niet teruggaan want die zou boos zijn omdat ze weer alleen op stap geweest was. En heel lang was weggebleven. Daarom zocht ze verder naar een lekker hapje. Ze trippelde naar de andere kant van de tuin. En toen ze naast de hoge haag liep, zag onderaan iets bewegen tussen het onkruid. Het was een egel…

Foto Jouke Timmer

“Wat kom jij hier doen?” vroeg de egel boos. Ze kreeg niet graag bezoek want onlangs was ze mama geworden van drie kleine egeltjes. En familie egel werd niet graag gestoord. “Ik ben op zoek naar eten en drinken. Mijn buikje doet zo veel pijn van de honger en mijn mondje plakt van de dorst,” snikte kleine Mies. “Ben jij dan niet bang voor prikkebollen zoals wij?” vroeg mama egel verwonderd. “Nee, ik ben nooit bang. Ik heb zelf als met de hond en de poezen gespeeld,” vertelde Mies.

Foto Jouke Timmer

“Inderdaad, dan ben jij wel een heel dappere muis,” lachte mama egel, “kruip maar verder onder de haag. Daar staat water en er liggen stukjes appel. Als er nog iets over is, mag je het hebben.” Miesje kroop voorzichtig verder. Ze was wel niet bang, maar die harde stekels van familie egel wilde ze toch liever niet voelen. De kleintjes hadden niet veel overgelaten. Mies kan nog een klein beetje water drinken en nog één stukje appel opeten. Ze bedankte familie egel en kroop vanonder de haag.

Foto Walja de Ruijter

Daar zat Miesje muis nu. Helemaal alleen en haar buikje knorde nog steeds van de honger. “Misschien moet ik toch teruggaan naar mijn familie,” dacht Mies een beetje verdrietig, “bij familie egel was het ook zo gezellig. En ik mis mama, Max, Marie en Miel toch wel heel erg.” Mies dacht nog even na. Ze was echt heel bang voor mama muis die vast en zeker heel boos zou zijn. “Iedereen zegt dat ik een dappere muis ben. Ok dan zal ik nu ook dapper zijn en weer naar huis gaan,” zei Mies vastbesloten.

Foto Walja de Ruijter

Maar ondertussen was het bijna donker en om naar het muizenholletje te gaan moest Mies voorbij de oude holle boom waar een uil in woonde. En van die uil was onze kleine muis echt hééééél bang. Overdag sliep hij, maar als het donker werd, ging hij op muizenjacht. Dus moest Mies er heel stil en heel vlug voorbijlopen. Ze raapte al haar moed bij elkaar en trippelde er muisstil voorbij. De uil sliep nog vast. Gelukkig! Toen Mies weer dicht bij het muizenholletje kwam, stond ze nog te trillen op haar kleine pootjes. “Wat was dat spannend!” zuchtte Mies.

Foto Pixabay

Even later kwam mama muis een kijkje nemen. Nu begon kleine Mies weer te trillen op haar pootjes. “Waar ben jij zo lang geweest Mies?” vroeg mama muis boos, ”ik was zo ongerust.” Toen ze zag dat mama boos was, begon Mies te huilen. “Ik was niet ver, ik was in de tuin. En ik heb met de hond en de poezen gespeeld en eten gekregen van een mees en een egel,” snikte ze. “Wat zeg je daar allemaal?” vroeg mama muis verbaasd. Ze kon haar muizenoren niet geloven. Haar kleine muis bij die grote gevaarlijke dieren! “Oh, mijn kleine supermuis! Was jij dan niet bang?” vroeg mama muis bezorgd. “Soms wel een beetje. Ze zegden allemaal dat ik heel dapper was. Maar toen ik daarnet voorbij de uil kwam, was ik echt wel héééél bang. Maar nu ben ik heel moe en heb ik een reuzehonger mama,” zuchtte Mies. Ondertussen stonden de drie andere muizen ook te luisteren. “Waw, Mies, wat een avontuur!” riep Miel. “Vertel, vertel het allemaal!” zei Max ongeduldig. “Mag ik de volgende keer mee op avontuur?” vroeg Marie, “want ik ben ook dapper hoor.” Mama muis was allang niet meer boos en genoot van haar 4 kleine muizen. En die avond, toen de buikjes goed gevuld waren en ze in hun muizenbedjes lagen, vertelde onze kleine supermuis over haar avonturen in de tuin. Max, Miel en Marie wisten het nu heel zeker. De volgende keer gingen ze mee op avontuur. Ze wilden ook een supermuis zijn. “Dat zullen we nog wel zien,” lachte mama muis toen ze hen allemaal nog een nachtzoentje gaf. “Pssst Mies, ga je morgen weer op avontuur?” fluisterde Marie. Maar Mies lag al diep te slapen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.