Groot en klein

Foto’s Danny Verslype

Aan de rand van het bos waar de babbelboom staat, vind je prachtige paddenstoelen. Er zijn grote, kleine, dikke, dunne, witte, zwarte,bruine een rode met witte stippen. Dat zijn de vliegenzwammen. Die staan het dichtste bij de babbelboom. Elk jaar in de herfst zijn ze daar weer.

Foto Gina Heynze

 

Maar dit jaar is er een hele speciale vliegenzwam bij. Als je heel goed kijkt, zie je een klein deurtje… zou daar iemand wonen misschien? 

Als het bijna donker wordt in het bos, gaat het deurtje langzaam open. Een klein dwergje komt voorzichtig naar buiten. In zijn linkerhand draagt hij een emmertje gevuld met witte verf en in zijn rechterhand een borstel. Hij zet het emmertje neer op het stronkje met mos naast de babbelboom. Het dwergje kijkt goed rond naar de vliegenzwammen. “Wie is daar?” fluistert een stem. Het dwergje schrikt en verstopt zich in zijn paddenstoel. Hij laat de deur op een kiertje staan. “Niet bang zijn, kom maar weer naar buiten, ik zal je niets doen,” fluistert de stem weer. Het dwergje is heel nieuwsgierig en voorzichtig komt hij weer naar buiten. “Is daar iemand?”vraagt hij bang. “Niet schrikken, ja, ik ben het, de oude boom,” fluistert de babbelboom. Met grote ogen kijkt het dwergje naar omhoog. Hij ziet het lieve gezicht van de oude boom en is niet meer bang. “Wat ben jij groot en ik ben zo klein. En jij kan praten? Ik heb nog nooit een boom gezien met ogen, een neus en een mond,” zegt het dwergje verbaasd. “Da’s een lang verhaal. Heb je even tijd? Ga dan maar op het stronkje met mos zitten dan zal ik het vertellen.”

Illustratie Pieter Saegeman

“Ik ben al heel oud en sta al meer dan honderd jaar hier op mijn plekje in het bos. Vroeger kwamen er veel vogels op mijn takken zitten om een nestje te bouwen. Ook de eekhoorntjes kropen langs mijn stam omhoog. En de specht hakte met zijn bek tegen mijn stam om eten te zoeken. Maar toen ik oud werd kwam er niemand meer en had ik veel verdriet. Maar op een avond had de uil mij horen wenen. Ik vertelde hem dat ik eenzaam was en dat er niemand meer op bezoek kwam. Hij had een schitterend idee toen hij hoorde dat ik kon praten. Omdat ik al heel oud ben, ken ik heel veel verhalen. De uil mocht mijn geheim aan de kinderen vertellen. En nu krijg ik vaak bezoek. Wie een verhaal wil horen moet mij wakker maken met een toverspreuk en op het stronkje met mos gaan zitten. Toen jij bij het stronkje kwam, dacht ik dat ik eindelijk nog eens bezoek kreeg. Nu de dagen zo kort zijn en het kouder is, krijg ik geen bezoek meer en ben ik weer eenzaam en verdrietig.”

Het dwergje luistert geboeid. “Jij kan heel mooi vertellen. Welke toverspreuk moet je dan zeggen, ik wil ook graag naar jouw verhaaltjes luisteren.” De babbelboom was zo blij met het bezoek en leerde de toverspreuk aan het dwergje.

Biebbele babbele boe

Oren open en mondjes toe

Het is geen grap, het is geen droom

Luister naar de babbelboom

Letters, woorden, zinnen,

Laten we beginnen.

“Maar wat kom jij hier doen in het bos en waar woon jij?” vraagt de babbelboom. Het dwergje gaat op het stronkje zitten en vertelt.

“Ik ben ook al heel oud. Hoe oud weet ik niet meer? Dat ben ik al vergeten. Ik woon daar in de paddenstoel met het deurtje. Ik kom hier al heel lang maar nu is het de eerste keer dat ik langs deze kant van het bos kom. Ik ga waar de vliegenzwammen groeien. Als de zon ondergaat ga ik op stap met mijn emmertje witte verf en borstel en geef alle vliegenzwammen mooie witte stippen. En als mijn werk gedaan is ga ik rusten in mijn paddenstoeltje. Als het winter wordt, ga ik weer naar de andere dwergjes toe. Dan wonen we samen in de holle bomen. Daar blijven we tot het weer herfst wordt. Dan ga ik weer witte stippen schilderen op de vliegenzwammen.”

De babbelboom luistert geboeid. “Jij kan ook mooi vertellen.Moet ik bij jou ook een toverspreuk gebruiken?” lacht hij. “Nee nee, ik heb geen toverspreuk. Maar misschien kunnen we aan elkaar vertellen. Ik heb ook al heel wat beleefd” zegt het dwergje. “Da’s dan afgesproken. Jij zegt de spreuk om me te wekken en dan vertellen we aan elkaar. Maar eerst heb ik nog een werkje voor jou.

Foto Danny Verslype

Kijk eens daar… daar staat nog een paddenstoel zonder stippen,” lacht de babbelboom. “Oh ja, ik ben er nog één vergeten,” zegt het dwergje. Hij neemt zijn emmertje en zijn borstel en terwijl hij schildert, zingt hij een leuk liedje:

Een paddenstoel stond in het bos, hij had een dikke steel.

Zijn rode hoed was mooi versierd met stippen o zo veel.

Stip stip stip stip op de paddenstoel,

Stip stip stip stip op de paddenstoel.

Als hij het liedje een tweede keer zingt, zingt de babbelboom gezellig mee. Na het werk vertellen ze elkaar nog een verhaaltje voor het slapengaan. En dat doen ze nu elke avond… tot het dwergje weer naar de holle boom verhuist.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.