Een mol met een brilletje

Vandaag is het heel slecht weer in de grote tuin waar Bartholomeus bij woont. Grijze wolken  en veel regen maken er een donkere dag van. Onze vrienden zitten daarom samen in de stal van Pedro de pony. Daar is het lekker warm tussen het stro op de grond en het hooi in de voederbak. Pedro de pony, Pol de mol, Kobe de kikker en Bartholomeus bij zijn de allerbeste vrienden. Ook al is het buiten grijs en grauw, in de stal maken ze het heel gezellig.

Bartholomeus speelt leuke melodietjes op zijn accordeon en de vrienden zingen en dansen er op los. “Pol, ik heb een vraagje,” zegt Bartholomeus plots. “Waarom en hoe leven de mollen eigenlijk onder de grond?” Pol is verwonderd. “Ik heb me dat altijd al afgevraagd, dat is toch wel een beetje raar hé,” zegt Bartholomeus. “Dat zou ik ook wel eens willen weten,” lachen Pedro en Kobe, ”jij bent toch wel een speciaal diertje hé.”

“Wel, ik zal jullie eens een verhaaltje vertellen en dan zullen jullie het wel begrijpen,” zegt Pol. De vrienden kruipen dicht bij elkaar en luisteren naar Pol zijn verhaal.

Illustratie Fran Cole

Er was eens een mol. Net als alle andere mollen zag hij bijna niets. Hij woonde in een grote tuin. Op een dag was hij op weg naar de grote eik waar hij met zijn vrienden afgesproken had. Maar opeens…BOEM. De mol was tegen een boom gelopen. Op zijn voorhoofd had hij een dikke buil. Dat gebeurde wel vaker en de mol stapte gewoon verder. Een eindje verder trapte hij in een drolletje dat hij niet zien liggen had. Toen hij zijn pootjes wilde proper maken in een plas had hij weer pech. De mol had niet gezien dat hij aan de vijver stond en viel in het water.  “Ik ben het zo beu!” riep hij boos. De mol zag niet goed maar hij was wel heel slim en bedacht een oplossing. Met zijn pootjes begon hij een gat te graven in de grond.

Daar maakte hij lange tunnels naar alle plaatsen waar hij vaak naartoe ging: naar de vijver, naar het kippenhok… Onder de grond moest hij niet kunnen zien want daar was het toch altijd donker. Hij voelde daar met zijn snorharen en rook met zijn neus. Voortaan gebruikte hij altijd de tunnels om ergens naartoe te gaan. En als de mol boven de grond was bij zijn vrienden droeg hij een brilletje om beter te kunnen zien.

De vrienden moesten heel hard lachen. “Jij bent dat slimme molletje, een mol met een brilletje. Dat heb je heel mooi verteld,” zegt Bartholomeus. Zo een mooi verhaal dat verdient toch wel een beloning. Bartholomeus nam zijn accordeon en begon te spelen; hij zong er ook een liedje bij Onder de grond

“Onder de grond, onder de grond
Daar woont een mol met een jasje van bont.
Hij graaft daar een gang tien meter lang.
Zand op zijn neusje en zand op zijn wang.
Molletje kan bijna niet zien. Is dat soms gevaarlijk misschien?
Molletje straks stoot je je kop. Zet voortaan je brilletje op”

Iedereen zingt vrolijk mee. Het is daar een gezellige boel in de paardestal. Ondertussen is het gestopt met regenen en breekt de zon door de wolken. De dieren gaan naar buiten en daar zien ze een prachtige regenboog aan de hemel staan.

Terwijl ze genieten van de prachtige kleuren neemt Bartholomeus zijn accordeon.  En ja hoor daar kent hij ook een liedje over. Een regenboog

Een regenboog, een regenboog, kijk daar staat een regenboog.

Een regenboog, een regenboog, heel heel hoog.

Alle kleuren op een rij. Ja ik zie ze zo voor mij.

Alle kleuren op een rij. Ja ik zie ze zo voor mij.

Rood, oranje, geel en groen, blauw, indigo, violet

Onze vrolijk vrienden maken er verder nog een leuke dag van. Een gezellige dag met veel muziek en gezang. En als ’s avonds de zon ondergaat zingen ze tot slot:

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!

 Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!’

 En Bartholomeus speelt erbij op zijn accordeon.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.