Over cowboys en indianen…

Zoals elke woensdagmiddag staan oma en opa te wachten aan de schoolpoort. Ze wonen maar een paar straten verder en daarom komen ze Lars en Lies altijd te voet halen. “Eten we pannenkoeken oma?” vraagt Lars als hij oma ziet. “Dag Lars, krijg ik geen zoen?” lacht oma. “Tuurlijk wel, maar ik heb reuzehonger en jouw pannenkoeken zijn de lekkerste van heel de wereld,” zegt Lars, terwijl hij oma en opa een dikke knuffel geeft. En daar komt Lies aangelopen. “Joepie, oma pannenkoek is daar!” roept Lies. De juffen en de andere ouders en grootouders moeten lachen. Ze kennen oma pannenkoek ook al.

Terwijl ze oma en opa een dikke zoen geeft, vertelt Lies wat ze allemaal op school gedaan heeft. “Kleine babbelkous,” lacht opa. En hand in hand wandelen ze naar het huis van oma en opa. Nadat ze van oma haar pannenkoeken hebben gesmuld, vragen Lies en Lars of ze buiten mogen spelen. Maar tijdens het eten is het heel hard beginnen regenen. “Hebben jullie zin om mee te helpen op zolder?” vraagt oma, “we moeten daar echt eens opruimen. En wie weet vinden we wel ‘schatten’ op zolder.” Lies en Lars zijn al op weg naar boven. De grote zolder vinden ze de tofste plaats van heel het huis. Daar staan nog allemaal spulletjes van toen papa klein was. “Voorzichtig op de trap,” roept opa nog. Maar de kids horen het niet meer, ze zitten al op zolder. Opa neemt twee grote dozen mee. Daarin wil hij alles verzamelen wat weg mag. Oma brengt stoffer, blik en haar kleine stofzuiger mee. ”Lies, Lars, waar zijn jullie? En opa waar ben jij?” vraagt oma als ze boven op de zolder komt. “BOE!” roepen ze allerdrie gelijk. Ze hadden zich verstopt in de indianentent, die vroeger van papa was. “Potverdrie, je mag me zo niet doen schrikken. Ik viel bijna van de zoldertrap,” zucht oma. Terwijl opa de dozen vult met kapotte spulletjes en oma wat opkuist, snuffelen Lars en Lies in een grote zwarte koffer. “Dat is een koffer met allemaal oude tekeningen en knutselwerkjes die jullie papa vroeger gemaakt heeft,” vertelt opa. Stuk voor stuk halen ze de werkjes eruit. “Dat is allemaal over cowboys en indianen,” zegt Lars verwonderd. “Oh, jouw papa was gek van cowboys en indianen. Hij heeft daar honderden tekeningen over gemaakt. Maar we hebben alleen de mooiste bewaard,” vertelt opa. Lies en Lars willen alles zien. Er zit ook een indianentooi in en die wil Lies eens opzetten. En een cowboyhoed voor Lars. “Ik zie het al, van opruimen zal niet veel in huis komen,” lacht oma. Onderaan liggen ook nog enkele boeken. Lars neemt ze mee in de tent om erin te kijken. Omdat Lies nog niet kan lezen kijkt ze liever naar de tekeningen en vertelt wat er allemaal opstaat. “Was jij een echte indiaan geweest, dan was jouw naam zeker ‘grote babbelkous’,” lacht opa. Lies kijkt verwonderd, ze begrijpt niet goed wat opa bedoelt. “De indianen hadden allemaal een naam die vertelde hoe ze waren en jij bent toch wel een grote babbelkous hé,” plaagt opa. Nu begrijpt Lies het wel. “Ik mag toch vertellen hé opa,” vraagt Lies. “Tuurlijk lieve Liesje,” lacht opa. Lies en Lars willen graag de spulletjes meenemen maar huis. “Laat alles liever op de zolder liggen,” zegt oma. “En wanneer jullie dan hier zijn, kunnen jullie op de zolder komen spelen.” Dat vinden ze een goed plan. Er is wel één tekening die Lars wil meenemen. Daar moet papa toch eens over vertellen.  Lars vindt het een rare, gekke tekening en begrijpt niet goed wat er allemaal opstaat.

Rond half 5 is papa daar. Een kleine cowboy en een kleine indiaan staan hem op te wachten. “Maar jongens toch, hebben jullie in de zwarte koffer mogen kijken. Die grote op de zolder?” vraagt papa. “Ja, we mochten mee op zolder omdat het veel te slecht weer was om buiten te spelen. En het is daar keileuk. We hebben in de indianentent gespeeld en hebben in de zwarte koffer gekeken. En opa heeft gezegd dat mijn indianennaam ‘grote babbelkous’ is,” vertelt lies met een grote zucht. “Hoe komt opa daar nu bij,” lacht papa. “We hebben met oma en opa afgesproken dat we al jouw spulletjes op zolder laten en als we op bezoek komen, mogen we er mee spelen,” vertelt Lars. Hij heeft wel één tekening mee naar beneden gebracht en toont ze aan papa. “Jij hebt mijn prachtig kunstwerk gevonden,” zegt papa fier, ”mooi hé Lars?” Lars trekt een raar gezicht, ”mooi maar raar, ik begrijp er niets van.” Papa moet lachen. “Dat is een tekening met een verhaal. We nemen ze mee naar huis en vanavond voor jullie gaan slapen zal ik het verhaal vertellen.” Voor ze naar huis vertrekken geven de kids oma en opa nog een dikke zoen. Lies zet de indianentooi op oma haar hoofd en opa krijgt de cowboyhoed. Het is een gek gezicht. “Daaaaag indiaan oma en cowboy opa,” roept Lies nog door het raampje van de auto.

En zoals beloofd vertelt papa over zijn tekening ’s avonds voor het slapengaan.

Illustratie Pieter Saegeman

“Lang geleden leefden er in het wilde westen cowboys en indianen. De cowboys hadden een groot fort gebouwd met de naam ‘Fort Raar’. Alles in en rond het fort zag er een beetje speciaal uit. De baas van het fort was de sheriff en die was altijd boos omdat altijd alles in het honderd liep.

“Kijk eens goed naar de tekening, er staan juiste dingen op maar ook enkele foute. Wat zien jullie allemaal?” vraagt papa. Lars en Lies vinden het best wel moeilijk. Na een tijdje zegt Lars, ”ik heb al foute dingen gevonden: ze halen met de katrol een visbokaal omhoog, op de rots staat een tak en daar staat een grote vogel en uit zijn nest valt een ei met een gezicht op.” Lies heeft juiste dingen gevonden. “Ik zie een indianentent en daar staat een indiaan op de uitkijk en ik zie de zon.” Ze hebben al heel wat gevonden maar ze blijven goed kijken. “Papa, vertel jij nog eens wat, want het is wel moeilijk hoor,” zucht Lars. “Er klimmen ook twee indianen naar boven en één indiaan kruipt omhoog langs de katrol. Op de twee zijkanten van het fort staan twee kanonnen.  Er rijdt een cowboy binnen langs de grote poort en vooraan staat er nog een cowboy klaar met zijn paard om binnen te rijden. En er staat ook nog een grote cactus.“ Lars en Lies zitten met open mond te kijken. Ze klappen beiden in hun handen. “Bravo papa, een prachtige tekening. Hoe oud was jij toen je die gemaakt hebt,” vraagt Lars. “Ik denk ik toen 10 jaar was. En ik denk ook dat het voor jullie tijd is om te gaan slapen. Maak jullie maar klaar om naar bed te gaan ‘grote babbelkous’ en ‘grote vraagstaart’. Als Lies en Lars in hun bedje liggen roepen ze nog, “slaapwel grote tekenaar, tot morgen.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.