Voor de allereerste keer…

Foto Katrien Timmermans

Woef, woef! Dag allemaal! Hier ben ik weer met een nieuw verhaal…

Ik ben nu al meer dan 5 maand oud en in mijn jonge leventje heb ik al heel wat avonturen beleefd. Samen met mijn baasjes heb ik veel dingen voor de eerste keer gedaan en heb ik veel geleerd.

Foto Katrien Timmermans

Op een dag mocht ik mee gaan shoppen. Baasje Katrien zei, ”Selah, we gaan naar de winkel en jij mag mee.” Woef, woef! Ik mocht mee en dat vond ik dik ok. Maar wat is een winkel? Na een ritje met de auto, stopten we op een plaats waar veel auto’s stonden. Dat heet een ‘parking’. Baasje Katrien nam een rood ding op wieltjes, een ‘winkelkar’ heet dat. En ik mocht erin zitten. Joepie!! Het kriebelde eerst weer wat in mijn buikje maar het was echt wel leuk. We reden rond in een grote winkel. Baasje Katrien legde af en toe iets bij mij in de kar. En ik kreeg een speelgoedje… Joepie!!! Toen we buiten kwamen, moest ik uit de kar. Zo jammer, want dat was zo leuk!!

Foto Katrien Timmermans

En dan het grootste avontuur… Naar de zwemles!

Maar wat is ‘zwemmen’? Dat kwam ik vlug te weten…

Toen ik bij Ellen, de zwemjuf, kwam, moest ik een zwemvestje aandoen. Ik begreep het allemaal niet goed. Maar omdat ik zo flink was kreeg ik een snoepje. Joepie!!!

Foto Katrien Timmermans

Maar dan ging Ellen met mij naar het zwembad. Ik was een beetje bang want ik wist niet wat het was. Ellen stond in het water en ik moest dat ook doen. Er lagen speelgoedjes in en die wilde ik graag pakken. Heel voorzichtig voelde ik met mijn teentjes. Hé, dat water was nat maar wel lekker warm. Ik ging steeds verder en verder. Ellen hield me vast aan mijn zwemvestje om te drijven en toen ik mijn pootjes bewoog, liet ze los… ik zwom!! Joepie!! Flink hé? Dat verdiende nog een snoepje.

Foto Katrien Timmermans

Het was zalig in het water. Maar toen ik er na een tijdje uitkwam, bibberde ik van de kou. Maar daar kwam Ellen met een grote zachte handdoek. Ze wreef op mijn kopje en mijn pootjes tot ze helemaal droog waren. En wat moest ik lachen toen ze op mijn buikje wreef.

Foto Katrien Timmermans

Op een wandeling langs het water had ik zin om nog eens te gaan zwemmen. Ik rende er naartoe maar de baasjes hielden me tegen door aan mijn leiband te trekken. “Nee, Selah, hier mag je niet zwemmen,” zeiden ze streng. Ik hield mijn kopje schuin, eerst mag je zwemmen in het water en dan weer niet. Raar hoor! “We gaan niet zwemmen in het water, we gaan erover varen met een boot,” vertelde baasje Ronny. Pfff, ik verstond er weer niets van. We zullen wel zien. Eerst wandelden we naar beneden en dan stapten we op de boot. Na een tijdje begon het water te bewegen… of nee, het was de boot die bewoog. En lap zeg, mijn buikje begon weer te kriebelen. Toen de boot stopte, stapten we eruit en wandelden verder. We waren aan de overkant. Wel handig zo een boot. Ik kan wel heel ver springen. Maar zo ver over het water, dat zou vast niet lukken. Nu kon ik al shoppen, zwemmen en varen. Wat was het volgende avontuur?

Foto Katrien Timmermans

Elke morgen zeggen Kaat en Fran, mijn jonge baasjes,” dag Selah, we vertrekken naar school. Tot vanavond.” Dan aaien ze over mijn kop en krijg ik een dikke knuffel. ”Dat begrijp je niet hé,” lachte baasje Katrien als ik mijn kopje schuin hield, ”morgen mag je eens mee dan zal je wel begrijpen wat ‘school’ is.” En de volgende morgen zat ik ongeduldig te wachten. Want ik mocht mee en dat is altijd dik ok! Fran was al vertrokken met haar fiets naar school. Kaat gaat naar een andere school en mama bracht haar met de auto. Na een kort ritje wandelde ik aan de leiband mee tot op de speelplaats. Daar was er veel lawaai van allemaal spelende kinderen. Tot plots de bel ging en iedereen in de rij ging staan.  Zo veel kinderen had ik nog nooit gezien. Bij het naar binnengaan, zwaaide Kaat nog eens en dan reden we terug naar huis.

Foto Katrien Timmermans

Enkele dagen later vertelde baasje Katrien dat ik ook naar school mocht gaan. Naar de hondenschool voor ‘gehoorzaamheidstraining’. Een moeilijk woord voor ‘goed leren luisteren.’ Bij het eerste bezoek zag ik veel andere honden. We mochten even samen spelen maar daarna moesten we allemaal bij ons baasje blijven en goed luisteren. Ik leerde om te zitten als het mij gevraagd werd en ook om een pootje te geven. En als ik iets flink gedaan had, kreeg ik een hondensnoepje als beloning. Mijn baasje was trots want ik had het flink gedaan.

Foto Katrien Timmermans

Ik ben ook al eens naar Evelyn, de dierenarts geweest. Dat vond ik eigenlijk niet zo leuk. Ik werd op een tafel gezet en daarop ging de dierenarts me onderzoeken. Stil blijven zitten, kon ik heel goed want dat had ik geleerd op de hondenschool. Evelyn luisterde naar mijn buikje met iets dat een beetje koud was. Dat heet een ‘stethoscoop’.  En toen kreeg ik van baasje Fran een snoepje. Maar het was een fopsnoepje! Terwijl ik het opat, kreeg ik een spuitje en dat deed wel een beetje pijn. Maar Evelyn was heel lief en heel zacht. En toen ze zei dat ik een flinke gezonde hond was, waren de baasjes weer heel trots.

Foto Katrien Timmermans

Mijn baasjes gaan graag eens samen fietsen maar dan mag ik niet mee. En dat vind ik niet ok. Dan ben ik heel verdrietig. Maar daar hebben ze iets op gevonden.

Op een dag gingen ze gaan fietsen en weet je wat ze zeiden. “Selah, je mag mee!” En dat vond ik natuurlijk dik ok. Maar ik begreep er niets van. Ik kan toch niet fietsen. Toen we naar buiten gingen, zag ik achter de fiets van baasje Ronny een kar hangen. Het was geen boodschappenkar zoals in de grote winkel. Het was een kar met twee grote wielen, waar ik kon inkruipen. “Spring er maar in,” zei baasje Ronny, ”dat is een karretje speciaal voor jou. Dan kan je mee als we gaan fietsen;” Joepie! Ik mocht mee. Dat was weer dik ok! Maar als het een hondenkar is, wat zit baasje Kaat daar dan in te doen. “Woef, woef!” blafte ik en hield mijn kopje schuin. Kaat begreep het wel. “Ja, ja, Selah, ik ga eruit,” lachte ze, “het is jouw karretje.” Toen we begonnen aan de fietstocht, werd het deurtje dicht gedaan zodat ik er niet kon uitspringen.

Foto Katrien Timmermans

Ik liep eens in de tuin, en zag een bal liggen. Zoals alle honden speel ik heel graag met een bal. Als ze hem weggooien, ga ik hem halen en breng ik hem flink terug “Woef woef!” blafte ik want ik wilde graag met die bal spelen. Ik hield mijn kop schuin want ik begreep niet waarom ze die bal niet weggooiden. Ik besloot om hem zelf te pakken en bij de baasjes te brengen. Maar was me dat schrikken! Toen ik dichtbij kwam, bewoog de bal. En toen ik eraan snuffelde, prikte de bal aan mijn neus. Ik begreep niets van. “Maar Selah, dat is geen bal hoor,” lachte baasje Katrien, ”dat is een egel. Dat is een diertje met stekels. De egel heeft zich opgerold tot een bolletje omdat hij bang is van jou.” Ik ging achteruit en even later kwamen de pootjes en het snuitje tevoorschijn. Nu zag ik het ook. Het was een diertje, een prikkediertje.

Foto Katrien Timmermans

Toen ik op een dag, na een grote wandeling, ging rusten op mijn kussen in de tuin, lag er iemand te wachten op mij. “Hé wie ben jij!” vroeg ik verwonderd met mijn kop schuin. Er lag daar een hondje en het leek op mij. “Woef woef! Kom, we gaan spelen!” blafte ik blij maar het hondje bleef gewoon liggen. En het had een bot! Dat wil ik ook! Maar ze bijt niet op het bot… Ik begreep er weer niets van. Maar daar kwamen mijn jonge baasjes Fran en Kaat. “Kijk eens Selah, dit is kleine Selah ” vertelde Fran. Een lieve mevrouw heeft die voor ons gehaakt. Dat is een knuffel hé, een pop en die kan niet bewegen.” Dat vond ik wel jammer, want een speelkameraadje zou wel leuk zijn. “En kijk eens,” zei Kaat, ”net als kleine Selah krijg jij ook een bot. En dat is wel echt hoor!” Hmmm, lekker knabbelen! Nog even poseren voor de foto met mijn kleine vriend en dan een dutje doen.

Foto Katrien Timmermans

Toen ik nog kleiner was, begon ik ’s avonds altijd te blaffen als het buiten donker werd. Ik begreep niet wat er gebeurde en werd een beetje bang. Maar nu weet ik heel goed dat de dag dan voorbij is en de zon gaat slapen. En dan is het voor mij ook tijd om te slapen. Dan ben ik de volgende dag weer fit. Woef, woef! Tot de volgende keer, dan ben ik er weer… voor een nieuw avontuur.

Illustratie Kaat Cole

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.