Een snikhete dag…

De dieren uit de grote tuin zijn vandaag een beetje lui. Toen ze deze morgen wakker werden was het al heel warm. Veel te warm om iets te doen. Ze gaan allemaal op zoek naar een koele plaats. Pedro de pony blijft in zijn stal samen met het kleine konijntje. Pol de mol blijft onder de grond, daarboven vindt hij het veel te warm. Kobe de kikker ligt te luieren in de vijver op een groot lelieblad tussen de prachtige waterlelies.

“Daar op het water is het vast wel fris,” roept Bartholomeus die nog op zoek is naar een koel plaatsje. “Ja hoor en als het te warm wordt, neem ik een frisse duik in het water,” lacht Kobe. Bartholomeus zucht en blaast. “Kom maar hier,” zegt Kobe, ”op mijn blad is plaats genoeg. Dan gaan we samen lekker luieren.” Dat vindt Bartholomeus wel een goed idee maar… “Ik kan wel niet zwemmen, is dat dan niet gevaarlijk?” vraagt Bartholomeus een beetje bang. “Nee hoor, als we stil blijven zitten, kan er niets gebeuren. En als je toch in het water valt, dan haal ik je er wel uit,” lacht Kobe. “Oké dan, ”en heel voorzichtig landt Bartholomeus op het lelieblad. “Zalig hier, echt wel een frisse plaats,” zucht Bartholomeus. “Hé, hallo, Véronica, ben jij ook op zoek naar een fris plaatsje?” roep Kobe als Véronica vlinder voorbij fladdert. “Jaja, zeker, want het is zo warm vandaag. De zon maakt mijn vleugels zo zwaar. Maar jullie hebben daar precies wel een goed plaatsje gevonden,” zegt Véronica. “Kom er maar bij er is plaats genoeg voor drie,” zegt Kobe, ”dan gaan we samen lekker luieren.” Dat vindt Véronica wel een goed idee maar… “Ik kan wel niet zwemmen, is dat dan niet te gevaarlijk?” vraagt Véronica een beetje bang. “Nee hoor, als we allemaal rustig blijven zitten, kan er niets gebeuren. En als je toch in het water valt, dan haal ik je er wel uit,” lacht Kobe. “Oké dan,” en heel voorzichtig landt ook Véronica op het lelieblad. Daar zitten ze dan gezellig samen op de koelste plaats van de tuin. Lekker luieren met z’n drietjes. Het is muisstil. Er steekt een fris briesje op en dat vinden ze zalig. Er komen enkele wolken aangedreven.

Illustratie Lena Dhooghe

“Oh kijk,” zegt Kobe, terwijl hij naar een wolkje wijst, ”dat is precies een olifantje.” Bartholomeus en Véronica beginnen te lachen.

 

Illustratie Pieter Sageman

“En daar komt een geitje vanachter de bomen,” lacht Véronica. Zo gaat het nog een tijdje door. Bij elke wolk die voorbijdrijft ziet er wel iemand iets.

Illustratie Pieter Sageman

 

 

 

 

Bartholomeus herkent zelfs een vulkaan waar een vuurspuwende draak uit tevoorschijn komt. En dan is het weer de beurt aan Kobe.

Illustratie Jolien Sageman

 

“Kijk eens, daar rijdt een koets en op de bok zit er een prinsesje.” Maar dat zien de anderen niet meer. Véronica en Bartholomeus zijn in slaap gevallen, ze doen een middagdutje. “Goed idee,” denkt Kobe. Hij rekt zich uit en vlijt zich naast Véronica en Bartholomeus neer op het lelieblad. Ze vallen allemaal in een diepe slaap.

Illustratie Fran Cole

Boven de vijver wordt het een beetje donker… de vrienden schrikken wakker van een oorverdovend lawaai. ”Wat gebeurt er?” schrikt Kobe. Véronica en Bartholomeus zijn zo hard geschrokken dat ze van het lelieblad gevallen zijn. Razendsnel springt Kobe in de vijver om zijn vrienden te redden. Als ze weer samen op het lelieblad zitten, zien ze waar het lawaai vandaan kwam. Een grote luchtballon vloog zopas over de vijver. “Was me dat schrikken,” zucht Kobe. Bartholomeus en Véronica zijn kletsnat. “We zijn nu wel lekker verfrist maar ik vind het echt niet leuk in het water,” zegt Véronica. “Kom we gaan een eindje vliegen, dan zijn we vlug droog,” zegt Bartholomeus terwijl hij de ballon probeert te volgen. Maar die is heel hoog gaan vliegen, te hoog voor bijtjes en vlinders.

 

 

 

 

 

Een tijdje later vliegen ze terug naar Kobe. “Kom vlug zitten en kijk eens naar de lucht… Daar zijn vliegtuigwolken,” zegt Kobe. “Wat zijn dat, vliegtuigwolken, bestaat dat dan?” vraagt Véronica. “Dat zijn die strepen die de vliegtuigen maken als ze heel hoog in de lucht vliegen,” vertelt Kobe. “Zijn dat ook vliegtuigstrepen daar,” vraagt Bartholomeus terwijl hij naar de lucht wijst. De mondjes vallen open van verbazing… ”Zo mooi, het is alsof de zon gaat vallen en die pluimenwolken gaan haar opvangen,” zegt Kobe.

Het wordt stilaan donker en ook een beetje frisser. En zoals elke avond komen de vrienden samen aan de vijver. Ook Pol de mol, Pedro de pony en het klein konijntje zijn erbij. Voor ze het vriendenliedje zingen vertellen ze aan elkaar wat ze die dag gedaan hebben. Pedro en Pol hebben de hele geslapen. “Wij hebben naar de wolken gekeken. Echt leuk dat moet je ook eens doen,” zegt Kobe, ”we zagen een olifant, geitje en een vuurspuwende draak…”

Pedro en Pol geloven er niets van. “Gekke, dat kan toch niet. Laat eens zien,” zegt Pol. Maar dat kan natuurlijk niet want ’s nachts kan je geen wolken zien. “Morgen zal ik jullie dat eens tonen,” vertelt Kobe. En dan begint het een klein beetje te regenen. “Zalig,” zeggen de vrienden. Ze blijven in de frisse regen zitten om hun liedje te zingen.

‘Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!

 Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!’

En Bartholomeus speelt natuurlijk op zijn accordeon.

Ze genieten nog even van de frisse regen en dan gaan de vrienden naar hun slaapplaats.

“En morgen gaan we allemaal samen naar de wolken kijken hé,” vraagt Pedro. “Ja hoor, maar aan de rand van de vijver in het gras. Want op een lelieblad is geen plaats voor iedereen. Welterusten,“ lacht Kobe.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.