Mezenweetjes

Lees eerst: http://babbielle.be/lars-en-lies/gevederde-vriendjes/ en http://babbielle.be/lars-en-lies/het-allermooiste-vogeltje/

Opa is vandaag vroeg opgestaan om een wandeling te maken. Dat doet hij elke morgen als het mooi weer is. Hij geniet dan van de rust in de natuur en het geluid van zijn gevederde vriendjes.

Als hij weer thuis komt, is oma al bezig in de keuken met het ontbijt. “Zijn de kids nog niet wakker?” vraagt opa terwijl hij van een lekker kopje koffie geniet. Lars en Lies zijn gisteren blijven slapen na het bezoek dat ze samen met hun ouders brachten aan opa voor zijn verjaardag.  Het was laat geworden en de kids sliepen al als mama en papa naar huis gingen. “Is het ok als ik buiten op het terras de tafel dek?” vraagt opa. “Ja zeker, het is er het weertje voor,” lacht oma. “Goeiemorgen!” roept Lies opgewekt als ze naar buitenkomt. “Ah goeiemorgen, lekker geslapen?” vraagt oma. Even later is Lars er ook maar hij zegt niets. “Zeg jij geen goeiemorgen?” vraagt opa, ”slaap jij nog een beetje misschien?” Lars heeft elke morgen bij het opstaan last van een ochtendhumeur. Het eerste half uurtje zegt hij niets, maar daarna is hij goed wakker en babbelt hij er op los. “Gaan we vandaag nog eens naar de kijkhut opa?” vraagt Lars.  Voor opa kan antwoorden… “Opa, opa, kijk, kijk!” roept Lies, ”daar zit een vogeltje. Welk is het ?”

Foto Hans IJpma

Opa neemt zijn monokijker die hij gisteren voor zijn verjaardag gekregen heeft. Dat is een verrekijker waar je met één oog door kijkt. “Het is een koolmeesje Lies,” zegt opa. Lies mag ook eens kijken. “Oh ja, ik zie het. Waarom heet dat zo opa?” vraagt ze. “Omdat het bovenaan zijn kopje zo zwart is als een kool,” lacht opa. ”En hij heeft witte wangen en een dikke gele buik met een dikke zwarte streep,” vertelt Lies, ”en zwarte vleugeltjes. ”Dat heb je goed gezien,” zegt opa trots, “en luister, hij fluit een mooi liedje.” https://www.youtube.com/watch?v=h8k_u-zz8iQ

Ondertussen is oma de oude verrekijker en het fototoestel van opa gaan halen en legt ze op de tuintafel. “Ziezo, jullie hebben de kijkhut niet nodig. Jullie kunnen hier vogels spotten,” lacht ze. Na het ontbijt gooien ze de broodkruimels in het gras. “Ik zal wel opruimen,” zegt oma, ”dan kunnen jullie rustig vogeltjes spotten.”

Met z’n drieën blijven ze heel stil wachten tot er nog vogels komen. Lars kijkt door de verrekijker, Lies door de monokijker en opa kijkt door de lens van het fototoestel. Hij kan nog net enkele foto’s maken van het koolmeesje voor het wegvliegt.

Foto Bernine Deramoudt

“Daar, daar,” fluistert Lars, ”daar is nog een koolmeesje. Lies zoekt met de monokijker en opa met zijn fototoestel. “Het is ook een meesje, maar geen koolmees. Het is een pimpelmees,” vertelt opa. “Ah ja, die pimpelmees ziet er anders uit,” zegt Lars, ”deze heeft een blauw kopje en blauwe vleugeltjes.” En ook de pimpelmees begint te fluiten. https://www.youtube.com/watch?v=_V-0uspd2RU

“Hebben jullie het gehoord,het liedje klonk anders hé?” vraagt opa. “Ja, maar ook heel mooi,” fluistert Lies. En weer heeft opa enkele foto’s kunnen nemen, voor het pimpelmeesje wegvloog.

Foto Hans IJpma

Op de voederplank zit nog een pimpelmeesje te spelen en te eten van een mezebol. “Wat een artiest,” zegt opa. Het meesje zit bovenop een grote mezebol. Een grote sprong en dan de bol een stukje verder rollen. Even zoeken waar de lekkere meelwormpjes zitten. En dan hap, hap, hap en weer weg. “Dat was best moeilijk,” zucht opa, “maar het is toch gelukt om foto’s te maken. Ze zijn zo vlug en zitten geen seconde stil.”

Ondertussen is oma ook weer buiten gekomen. “Hoe is het hier met onze vogelspotters?” fluistert ze. “We zullen het straks vertellen oma. We hebben nu geen tijd,” fluistert Lars. “Opvolging verzekerd hé ,opaatje,” lacht oma. “Zeker weten, omaatje,” knipoogt opa.

“Hebben jullie gezien waar dat laatste meesje naartoe gevlogen is?” vraagt opa. “Hij is achter het hoekje gevlogen,” zegt Lars. “En wat is er achter het hoekje, Lars?” lacht opa. “Hmm… daar hangt een nestkastje,” fluistert Lars geheimzinnig, “is het meesje daarin gevlogen?” Heel voorzichtig stappen ze verder in de tuin tot ze het nestkastje zien hangen.

Foto Hans IJpma

Lars, Lies en opa staan heel stil te kijken door hun verrekijker, monokijker en fototoestel. Plots komt een meesje van tussen de takken van een treurwilg gevlogen. Het is een mannetje. Hij kruipt door het kleine gaatje in het nestkastje. “Woont die daar?” vraagt Lies verwonderd. “Een tijdje geleden heeft zijn vrouwtje met takjes en mos een nestje gemaakt in het kastje. Dan heeft ze eitjes gelegd. Terwijl ze op het nest zat om de eitjes uit te broeden, bracht het mannetje haar af en toe wat eten. En nu de kleine meesjes uitgekomen zijn, zorgen ze er samen voor. Daarnet vloog het mannetje naar binnen met kleine insectjes in zijn snavel om aan de kleintjes te geven,“ vertelt opa. En terwijl opa vertelt, maakt hij ook weer enkele foto’s.

Foto Hans IJpma

“Hij is er weer,” fluistert Lars. Het mannetje steekt zijn kopje naar buiten. Als hij ziet dat de kust veilig is, kruipt hij verder naar buiten, duwt met zijn pootjes tegen het kastje en pijlsnel vliegt hij terug in de treurwilg. “Amai, dat gaat allemaal razendsnel,” zucht Lars. Nu is het even heel stil. “Luister eens goed,” fluistert opa. Na een tijdje horen ze piepen. Eerst zachtjes, maar dan steeds luider. “Dat zijn de jonge meesjes. Ze roepen op hun mama want ze hebben weer honger. Straks zal ze wel komen,” vertelt opa.

Foto Hans IJpma

En ja hoor… daar is mama mees al. Ze ziet er een beetje anders uit. Het kopje is lichter blauw. In haar snaveltje heeft ze een kleine groene rups. Mama mees duwt de rups naar binnen en dan kruipt ze zelf door het gaatje. Daar knabbelt ze de rups in stukjes om ze dan aan haar kroost te verdelen. “Dat is een grote hap voor de kleintjes. Hoor ze piepen. Ze zijn er heel blij mee,” fluister opa. En natuurlijk heeft hij ook daar foto’s van gemaakt.

“Nu gaan we eventjes rusten en een drankje halen bij oma,” stelt opa voor. Dat vinden de kids ok want ze hebben dorst gekregen en hun armen zijn al moe geworden van zo geconcentreerd te kijken. Maar als ze gedronken hebben willen Lars en Lies terug gaan kijken. Ze vinden het best wel spannend. Nu neemt Lars de monokijker en Lies de verrekijker. En opa… zijn fototoestel natuurlijk.

Foto Hans IJpma

Als ze weer op post staan, zien ze het mannetje naar buiten vliegen. “Wat heeft die in snavel?” vraagt Lars verwonderd, ”hij moet toch eten brengen bij de kleintjes en het toch niet wegdoen?” Opa moet lachen. “Het mannetje is het nest aan het kuisen. De kleintjes in het nest eten veel. En wie veel eet moet ook veel kaka doen. En dat doen ze in het nest. Als het nest te vuil is maken de ouders het nestje proper. “Bah, dan heeft die kaka in zijn snavel,” roept Lies, ”zo vies!”  “Eigenlijk wel, maar zo gaat dat bij de vogels,” zucht opa.

“Ssst, stil zijn. Je maakt de kleintjes bang met dat roepen,” fluister Lars. “Die kleintjes maken zelf veel lawaai,” zegt Lies. “Inderdaad, het zal niet lang meer duren of ze vliegen uit. Zo te horen zijn ze al groot en dapper genoeg en vliegen ze al rond in het kastje,” vertelt opa. “Heb jij ook foto’s gemaakt van die vieze kaka in papa mees zijn snaveltje?” vraagt Lies terwijl ze een vies gezicht trekt. “Natuurlijk Lies, dat hoort erbij,” lacht opa.

Foto Hans IJpma

“Kijken, kijken,” fluistert Lars, ”daar is een kleine mees.” Uit het holletje van de nestkast komt een klein snaveltje tevoorschijn. Dan het kleine kopje. “Kan dat kleintje al vliegen,” vraagt Lars. “Ja hoor, ze hebben dat al geleerd in het kastje,” fluister opa. Met z’n drietjes staan ze al kijkend geduldig te wachten. En dan komt het kleintje verder naar buiten, spreidt zijn kleine vleugeltjes en een beetje stuntelig vliegt het tot op een takje van een lage struik. “Bravo, bravo,” fluisteren Lars en Lies. Ze vinden het fantastisch wat ze nu gezien hebben. Ze rennen naar oma om het te vertellen. Ondertussen zijn de ouders van Lars en Lies toegekomen om hen te komen halen. De kids zijn razend enthousiast als ze hun verhaal vertellen en praten druk door elkaar als opa de foto’s toont. “Ik heb het gezegd hé opaatje, opvolging verzekerd!” lacht oma. “Worden jullie dan allebei ornitholoog?” vraagt papa. “Dat ken ik niet, maar ik word net als opa een gevederd vriendje,” zegt Lies. Ze schieten allemaal in de lach. Lies begrijpt er niets van en loopt terug naar de tuin. Plots begrijpt ze het en komt terug. “Ik bedoelde, ik word een vriend van de gevederde vriendjes, net als opa,” lacht Lies. “Kom, nu is het tijd om naar huis te vliegen mijn gevederde vriendjes,” lacht mama. Ze nemen afscheid van oma en opa. “Goed voor de meesjes zorgen hé opa,” roept Lars. “Natuurlijk,” lacht opa, ”voor al mijn gevederde vriendjes hé…”

Illustratie Izabella Mol

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *