Kyk na kameelperde…

Lees ook zeker het eerste verhaal

Illustratie Nell Beauprez

Het is nog rustig in Tembe Elephant Park. De eerste zonnestralen van de dag kleuren de prachtige natuur en de dieren worden stilaan wakker. Owen ligt nog rustig te slapen met olifantje Tan, zijn beste vriend, in zijn armen. Papa Leonard is vroeg opgestaan om voor de olifanten te zorgen. Ook mama Yvonne is wakker en geniet van de stilte. Tot ze schrikt van het getrompetter van enkele olifanten. “Ook een goeiemorgen, wat laten jullie me schrikken,” lacht mama Yvonne als ze een grote en een kleine olifant ziet voorbijwandelen achter de draad.

“Mama, mama!” hoort ze Owen roepen. Als mama Yvonne in Owens slaapkamer komt, ziet ze hem niet. Ze ziet een dikke bobbel in zijn bed.

“Kyk na kameelperde…” verder lezen

Fijn om een springbok te zijn

Tijdens een wandeling door het bos komt Lander voorbij de Babbelboom. Lander wil even rusten en zet zich neer op het stronkje met mos en zegt de toverspreuk:

Zelfportret Lander Loots

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker en zegt: “Dag Lander, blij dat ik je nog eens zie. Het is wel lang geleden hé? Ben je op reis geweest misschien?” Lander staat recht, gaat heel dicht bij de babbelboom staan en zegt heel fier: “Ja, ik ben op kamp geweest met de scouts en ik heb daar mijn totem gekregen!” De babbelboom fronst zijn gerimpeld voorhoofd. “Scouts, ja die ken ik. Er komen soms groepen scouts hier in het grote bos spelen. Maar totem… dat moet je me toch eens uitleggen Lander want dat ken ik niet,” zei de babbelboom nieuwsgierig. “Moet ik je nu een verhaaltje vertellen?” vraagt Lander. “Ja da’s ook eens leuk hé,” lacht de boom, ”ik kan goed vertellen maar ik kan ook heel goed luisteren.”

“Fijn om een springbok te zijn” verder lezen