Heel lang geleden…

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, woonden een man en een vrouw. Ze heetten Jozef en Maria. Jozef was een timmerman. Maria was huisvrouw. Ze waren heel gelukkig toen ze wisten dat Maria zwanger was. Ze wisten dat het een bijzonder kindje zou zijn. Een engel had hun verteld dat het vrede zou brengen voor alle mensen. Hij vertelde ook dat het een jongen zou zijn en dat ze hem Jezus moesten noemen.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Op een dag besliste keizer Augustus, de grote baas van het land, dat alle mensen terug naar hun geboorteland moesten vertrekken. Jozef en Maria waren in Bethlehem geboren. Dat betekende dat ze een hele lang reis moesten maken. Toen waren er nog geen auto’s, bussen, treinen of vliegtuigen. Reizen deed men te voet. Omdat Maria zwanger was en al een dikke buik had, besloot Jozef een ezeltje te kopen.  Maria kon gedurende de lange reis op het ezeltje zitten en Jozef stapte dapper naast haar.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Na een paar dagen kwamen Maria en Jozef eindelijk aan in Bethlehem. Het eten en drinken dat ze hadden meegenomen voor onderweg was op en ze waren doodmoe van de lange reis. Maria voelde dat het niet lang meer zou duren voor haar baby’tje zou geboren worden. Daarom gingen ze vlug op zoek naar eten en een slaapplaats voor de nacht. Jozef klopte aan bij een herberg maar daar was geen plaats meer. Hij probeerde het nog een keer en nog een keer… maar vond nergens plaats. Toen hij het een laatste keer probeerde, opende een vriendelijke man de deur maar tot zijn grote spijt vertelde hij dat er ook bij hem geen plaats meer was. Maar een eindje verderop had hij een warme stal waar de dieren sliepen. Als ze wilden, mochten ze daar overnachten.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Toen ze bij de stal kwamen, deed Jozef de deur open en keek naar binnen. Achter in de stal stond een os. Hij keek even op. Jozef maakte een bed van stro en hooi voor Maria waarop ze kon rusten. Ook het ezeltje kreeg een plaats in de stal, achteraan bij de os. De dieren snuffelden aan elkaar en begonnen te eten van het hooi dat op de grond lag. Jozef ging dicht bij Maria zitten die lag te slapen. Ook hij was heel moe en veel in slaap. Maar even later maakte Maria hem wakker. Ze voelde dat het kindje nu ging komen…

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

En die nacht gebeurde het. In de oude stal werd het kindje geboren. Maria wikkelde het in een paar doeken. Jozef vulde een voederbak met stro en Maria legde het kindje er voorzichtig in. Daar lag het warm en zacht. De os en de ezel kwamen nieuwsgierig een kijkje nemen. Jozef sloeg zijn arm om Maria heen en samen keken ze naar het kleine mensje. Ze noemden hem Jezus, zoals de engel hen gezegd had. Zou dit kindje nu vrede brengen voor alle mensen? Want ook dat had de engel gezegd.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Een eindje verderop zat een herder te slapen bij zijn schapen. Hij hield de wacht en moest er voor zorgen dat er geen schapen wegliepen. Opeens stond er een engel naast de kudde. De herder schrok en verstopte zich achter enkele schapen. “Je moet niet bang zijn. Ik breng goed nieuws. Vannacht is er een kindje geboren ginder in de stal. Het is een heel bijzonder kindje. Het is een jongen en zijn naam is Jezus en hij is door God gezonden. Hij zal vrede brengen voor alle mensen. Ga maar eens kijken, ginder in de stal.” De herder was heel nieuwsgierig en besloot een bezoekje te brengen.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Hij ging op stap met zijn schapen op zoek naar de stal waar het kindje geboren was. Boven de stal was de hemel versierd met de mooiste sterren. De herder wist het zeker. Daar was het kindje…. Voorzichtig ging hij dichterbij. Hij zag Maria en Jozef en ook het kribbeke met daarin het kindje. Jozef nodigde hem uit om dichterbij te komen. Ze waren zo trots om hem het kindje Jezus te laten zien. En de herder zag dat het waar was, wat de engel had verteld. Het was een heel mooi en speciaal kindje. Hij geloofde dat Jezus gezonden was door God en vrede zou brengen voor alle mensen.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Toen Jozef afscheid nam van de herder bewonderde hij de prachtige sterrenhemel. Zo veel sterren had hij nog nooit gezien. Er waren kleine en grote. Maar juist boven de stal scheen een heel speciale ster. Ze was groot en gaf heel veel licht. Het was alsof de ster iets wilde vertellen. Ze vertelde dat er die nacht iets heel speciaals gebeurd was… Niet alleen Jozef zag de ster. Ze was heel ver te zien.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Ook in landen hier ver vandaan. In één van die verre landen, ergens in het oosten, woonden drie wijze mannen. Toen ze de ster zagen wisten ze dat er ergens een koning geboren was. Want volgens één van de drie was de ster een koningsster. Met z’n drieën besloten ze om op reis te gaan om de nieuwe koning te gaan zoeken. Ze maakten hun kamelen klaar en namen ook cadeautjes mee om aan de nieuwe koning te schenken. Ze volgden de ster. Die zou hen de weg wijzen. Ze reisden langs een paar paleizen en vroegen aan de wachters of er daar een kleine koningszoon geboren was. Maar niemand wist daar iets van af. Teleurgesteld stapten ze weer op hun kameel en reisden verder. Ze vroegen zich af waarom ze de koningster dan gezien hadden. Maar de ster begon veel feller te schijnen en dwaalde verder weg. Ze besloten om de ster te volgen.

Illustratie Desirée De Bruyn (Diary of a mouse)

Na een lange reis bleef de ster hangen boven een oude stal. De wijzen konden het niet geloven. Een koningskind geboren in een oude stal? Dat kon toch niet. Maar toen ze kindje Jezus zagen liggen in de kribbe wisten ze het zeker. Dit was geen gewoon koningskind. Het was een kindje dat gezonden was door God om vrede te brengen voor alle mensen. Ze knielden voor het koningskind en gaven elk aan Maria en Jozef een geschenk. De wijzen brachten goud, wierook en mirre mee. Toen vertrokken ze weer naar hun eigen land.

En nu zoveel jaren later, vieren we nog steeds, elk jaar, op 25 december de geboorte van Jezus.

6 antwoorden op “Heel lang geleden…”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.