Miel en de maan

Tijdens een wandeling door het bos kwam Lena voorbij de Babbelboom. Lena wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Lena D’hooghe

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Lena, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Lena zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over de maan?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

“Goeiemorgen Miel,” zegt oma als ze het rolgordijn optrekt. Miel heeft nog geen zin om op te staan en kruipt helemaal weg onder zijn dekbed. “Als ik bij jou kom logeren mag ik toch altijd uitslapen, oma,” moppert Miel. “Ben je dan vergeten wat we vandaag gaan doen?” vraagt oma. Miel springt uit zijn bed. “O ja, we gaan naar zee vandaag want de zon schijnt!”

Oma en opa wonen dichtbij de zee en gaan er vaak naartoe als het mooi weer is. “Gaan we ook picknicken en een ijsje eten oma? En gaan we een zandkasteel maken en schelpjes zoeken opa?” vraagt Miel met zijn mondje vol boterham. “Eet maar eerst je mondje leeg. Dan ga ik straks een picknick klaarmaken en ondertussen kan jij met opa het strandspeelgoed uit het tuinhuis gaan halen,” lacht oma. Miel zijn mondje is vlug leeg. “Kom opa we gaan naar het tuinhuis,” zegt Miel ongeduldig. “Ga maar al ik kom seffens als mijn tasje koffie leeg is,” lacht opa. Miel zet de bolderkar klaar om het speelgoed in te leggen. Emmertjes, schopjes, zeefjes, zandvormpjes, een gietertje, een strandbal… “Amai, de kar ligt al goed vol. Maar je bent nog iets heel belangrijk vergeten,” zegt opa. Hij legt de vlieger nog in de bolderkar. “Joepie, we gaan ook vliegeren!” roept Miel. “Is er nog plaats in de kar voor de picknickmand?” vraagt oma. Die kan er nog net bij. En dan vertrekken ze… Miel en opa trekken samen de kar. Het is maar een kwartiertje wandelen tot aan het strand. Voor Miel mag gaan spelen, smeert oma hem in met zonnemelk. “Moet dat echt, oma? Ik vind dat helemaal niet leuk. Dan plakt het zand aan mijn armen en mijn benen,” zeurt Miel. “Ja, dat moet zeker. Anders ga je verbranden en word je ziek van de zon. En het zand kan je afspoelen in het water van de zee,” zegt oma streng.

Foto Sally Waterschoot

Miel graaft diepe putten, zoekt schelpjes en samen met opa maakt hij een groot zandkasteel. Rond het kasteel maken ze een gracht waar Miel met zijn gietertje zeewater in giet. “Prachtig,” zegt oma en ze maakt er een foto van. “Oma, gaan wij nu eens met de strandbal spelen,” vraagt Miel, ”dan kan opa  wat rusten voor we de vlieger oplaten.” “Jij zal het wel allemaal regelen hé sloeber,” lacht oma, ”we gaan eerst onze picknick eten en daarna kunnen we nog veel spelen.” Na het eten doet opa een middagdutje en oma en Miel spelen met de strandbal. “Oma, opa ligt weeral te snurken. Mag ik hem wakker maken en in zijn neus knijpen? Hij had beloofd dat we gaan vliegeren hé?” vraagt Miel. Oma vindt het goed… Opa schrikt wakker als Miel in zijn neus knijpt. “Wakker worden opa slaapkopje, het is tijd om te vliegeren.” Miel vindt het super om met oma en opa te spelen aan het strand. Maar soms moet hij ook wel eens alleen spelen dan kunnen oma en opa een beetje rusten.

Als het tijd is om weer naar huis te gaan, ruimt Miel flink zijn speelgoed op. “Dat verdient een beloning,” zegt opa. En op weg naar huis gaan ze samen nog een ijsje eten.

“Zo een hele dag aan het strand spelen is wel vermoeiend hé,” zegt oma als het tijd is om te gaan slapen. “Ik ben nog niet moe hoor,” zegt Miel. “Ik wel hoor,” geeuwt opa. “Maak je maar klaar om te gaan slapen dan kom ik straks nog een liedje zingen als je in je bedje ligt.” Opa kan heel mooi zingen. “Ik ben klaar en lig al in mijn bedje te wachten,” roept Miel bovenaan de trap. Miel kruipt in zijn bedje. Oma geeft hem een dikke knuffel en een nachtzoen en opa gaat op de rand van zijn bed zitten om te zingen. “Slaap wel oma, en nu zingen hé opa,” lacht Miel. “Slaap wel lieve Miel en als opa in slaap valt tijdens liedje, knijp je maar in zijn neus hé,” lacht oma.

“Weet je Miel, wat mijn mooiste droom is? Ik zou graag eens naar de maan gaan,” vertelt opa, ”maar niet met een raket maar met …” en opa zingt een heel mooi lied:

Ik tover zelf een trappetje van hier tot aan de maan.

Ik klim omhoog langs kweet niet hoeveel treden.

En als ik dan daarboven ben, daar ginds op die banaan,

dan zwaai ik naar mijn vriendjes hier beneden.

Kijk eens wat ik durf, oh, wat ben ik knap.

In het donker, in het donker op die hele hoge trap.

Ik tover zelf een trappetje van hier tot aan de maan.

Ik zie opeens mijn eigen huis van verre.

Ik zie mijn eigen bed en is het tijd om terug te gaan.

Dan roetsj ik van de leuning langs de sterren.

Kijk eens wat ik durf, oh, wat ben ik knap.

In het donker, in pikkedonker op die hele hoge trap.

Helaas mijn mooie manedroom duurt veel en veel te kort.

Het trappetje is foetsie als ik ’s morgens wakker word.

Een trappetje naar de maan

 

Foto Sally Waterschoot

“Zou de maan al wakker zijn?” vraagt Miel. Hij kruipt uit zijn bedje en kijkt door het raam.

“Ja, ze is er al!” roept Miel, ”maar waar is de zon nu opa?”  “Daar zal ik ook een liedje over zingen Miel, maar daarna is het tijd om te slapen hé? Afgesproken?” vraagt opa. Miel knikt en kruipt terug in zijn bed. Opa doet het rolgordijn weer naar beneden…

Wist je dat de zon al slaapt? Hij was van de dag zo moe.

Net als jij, van alles meegemaakt, deed hij blij zijn oogjes toen.

Maar vlak voordat het licht uitging, vroeg hij zachtjes aan de maan:

“Wil jij op Mieleke passen dan kan hij ook slapengaan?”

Wist je dat de zon al slaapt

“Slaap wel, tot morgen Miel,” fluistert opa en hij geeft Miel een dikke knuffel en een nachtzoentje. Opa laat de deur op een kiertje staan. Miel kruipt stil terug uit zijn bed en trekt het rolgordijn terug omhoog om de maan te kunnen zien. “Jij gaat op me passen vannacht hé lieve maan?” Miel kruipt terug in zijn bedje. Hij moet heel hard geeuwen en dan valt hij in een diepe slaap.

Illustratie Lena Dhooghe

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.