Supermuis!

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Foto Marleen van Eijk

In mijn huis, woonde eens een hele dikke muis.

Het was schrikken toen ik haar voor de eerste keer zag.

Maar zo een klein lief muisje, geen probleem… dat mag.

“Piep, piep, piep, piep, hallo,” zei ze op een keer.

Als het mag kom ik binnenkort nog eens weer.

Ze waggelde en waggelde weg naar het kleine muizenhol.

Ze kon bijna niet naar binnen want haar buikje stond zo bol.

Ik wachtte en wachtte, waar zou die muis toch zijn?

En enkele dagen later, wat was dat leuk, echt superfijn.

Ze kwam weer op bezoek maar niet meer alleen.

Het was een hele familie muis die daar verscheen.

Mama, Max, Marie, Miel en Mies dat waren ze allemaal.

En dat was het begin van een spannend muizenverhaal…

“Supermuis!” verder lezen

Grote honger…

Eindelijk is het weer lente in het grote dierenbos. De dagen zijn weer langer en de nachten korter. En in het bos klinkt deze morgen weer het vrolijke deuntje dat Krisje Krekel speelt op zijn viool. Zo maakt hij alle dieren wakker. De vogels fluiten al vrolijk mee en de konijntjes flapperen weer vrolijk met hun oren. De dieren die een winterslaap gedaan hebben zijn weer wakker en iedereen is weer op post. Of toch bijna iedereen…

“Grote honger…” verder lezen

Kabouter Kas

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Er was eens een klein lief kaboutertje. Zijn naam was Kas. Samen met mama en papa kabouter woonde hij in een gezellig bos. Nee, ze woonden niet in een paddenstoel maar in de stam van een holle boom. Daar hadden ze een gezellig huisje van gemaakt. Net groot genoeg voor hun drietjes. Er woonden ook heel veel dieren in bos. Maar er woonde maar één kabouterfamilie. En dat vond Kas helemaal niet leuk. Hij wilde vriendjes om mee te spelen…

“Misschien willen de kleine dieren wel vriendjes met je worden,” zei mama kabouter op een dag, ”je kan het altijd eens vragen.” En Kas trok het bos in, op zoek naar vriendjes.

“Kabouter Kas” verder lezen

Logeren

Lies en Lars logeren enkele dagen bij oma en opa. Het is paasvakantie en mama en papa moeten werken. Volgende week hebben ze ook vakantie.

Als Lars en Lies wakker worden is opa al in de tuin aan het werken. “Dag slaapkopjes,” lacht oma als ze in de keuken komen om te ontbijten.

“Logeren” verder lezen

Waar is prikkebol?

Het was nog donker in het bos. Krisje Krekel en zijn vriendjes sliepen nog allemaal. Meneer Uil was wakker. Hij gaat maar slapen als de andere dieren wakker worden. Want uilen zijn nachtdieren en zij slapen overdag.

Heel voorzichtig piepten de eerste zonnestralen tussen de takken van de bomen. De vogels werden stilaan wakker en floten hun mooiste liedjes. Krisje Krekel stond elke morgen vroeg op en samen met de vroege vogeltjes speelde hij dan een vrolijk liedje op zijn viool. De konijntjes flapperden met hun oren en zongen er een liedje bij:

“Waar is prikkebol?” verder lezen