Het kleine reetje

Het is al enkele weken zomer en dan zoeken de dieren in het bos de koelste plaatsjes op. De bewoners van het bos doen na de middag allemaal een middagdutje omdat het dan het warmste moment van de dag is. Als ’s avonds de zon bijna onder gaat, komen Krisje en zijn vrienden samen op de open plek in het bos. Krisje speelt op zijn viool, er wordt gedanst en gezongen. Het is weer een gezellige boel. De dieren blijven langer op omdat ze genieten van de friste van de avond.

Als meneer Uil wakker wordt, zijn ze er nog allemaal. Kaboutervrouwtje en kaboutermannetje beginnen al te geeuwen. “Wij gaan slapen,” zeggen ze samen. Krisje speelt nog een laatste liedje en dan gaan ze allemaal naar bed, behalve meneer Uil natuurlijk. Als ze elkaar welterusten wensen, hoort Prikkebol, de egel iets in de struiken.”Sssst… ik hoor iets. Wat een raar geluid. Horen jullie dat ook?” Het is muisstil en dan… ”ik hoor iemand snikken en zowat piepen,” fluistert Krisje. “Dat is het geluid van een kleine ree. Dat noemt men ‘fiepen’ zegt meneer Uil, die zoveel weet.

Pixabay

Krisje volgt het geluid en vindt een klein reetje wat verder tussen de struiken.  Het reetje heeft een mooie roodbruine vacht met allemaal witte stippen. Het diertje schrikt, wil gaan lopen maar hij valt terug neer in het gras. Het heeft zijn pootje pijn gedaan. “Niet bang zijn, we willen je helpen,” zegt Krisje. Ondertussen zijn de anderen ook voorzichtig dichterbij gekomen. “Wat is er gebeurd en heb je je pijn gedaan?” vraagt het kaboutervrouwtje bezorgd, “en waar is je mama?”

Illustratie Fran Cole

Het reetje rilt van de schrik. “Ik weet niet waar mijn mama is. Ik wilde over een draad springen maar die draad prikte en ik bleef eraan hangen. Nu doet mijn pootje heel veel pijn en kan ik niet meer lopen,” snikt het kleine diertje. Wij zullen je wel helpen. Als morgen de zon weer opkomt, gaan we met z’n allen je mama zoeken. “En wij gaan nu je pootje verzorgen,” zegt kaboutervrouwtje. En samen helpen ze het reetje naar de holle boom. Omdat het pikdonker is in het bos kunnen ze nu niets doen en gaan ze allemaal slapen. Het pootje van het reetje wordt prima verzorgd door de kaboutertjes.

Als de volgende morgen de zon al door de bomen schijnt, zijn de dieren klaar om mama ree te gaan zoeken. Meneer Uil is wakker gebleven om te helpen. ”Mama ree ziet er wel een beetje anders uit. Ze heeft ook een mooie roodbruine vacht maar geen witte stippen. Dat hebben alleen de kleintjes,“ vertelt meneer Uil. De specht en meneer Uil vliegen heel hoog rond in het bos om goed en ver te kunnen kijken. Kraakje de eekhoorn kruipt in de hoogste boom. Prikkebol en Krisje zoeken tussen de struiken en op de grond. Ze zoeken echt overal en heel de dag. Ondertussen wordt het reetje, dat bij de kaboutertjes is gebleven, ongeduldig. “Ik wil mijn mama, ik wil ook gaan zoeken.” Maar dat gaat nog niet, zijn pootje doet nog te veel pijn. Als het donker wordt, komen de dieren allemaal samen op de open plek in het bos. Niemand heeft mama ree gevonden. “Wat moet ik nu doen?” vraagt het kleine reetje verdrietig. “Blijf voorlopig maar bij ons, mama zal ook wel zoeken en morgenvroeg zoeken we weer verder,” zegt Krisje. Vanavond is er geen feestje. De dieren hebben er geen zin in en ze zijn veel te moe. Als ze elkaar welterusten willen wensen, horen ze een verschrikkelijk geluid. Het is net alsof er een grote hond blaft. De dieren zijn bang en gaan zich verstoppen in de holle boom. Meneer Uil die de hele dag geholpen heeft, stelt de dieren gerust.

Foto Dany Van Gheem

“Dat is geen hond, dat is het geluid van mama ree die op haar kleintje roept. Het kleine reetje herkent het geluid van zijn mama en strompelt naar buiten. En ja hoor… mama ree heeft haar kleintje gevonden. Het kleine reetje vertelt aan mama wat er gebeurd is. Mama ree bedankt de dieren om zo goed voor haar kleintje te zorgen. Omdat iedereen superblij is, houden ze toch nog een klein feestje. En daarna wensen ze elkaar welterusten. Mama ree en haar kleintje blijven ook in het bos overnachten. De volgende morgen, als de zon weer door de bomen schijnt, nemen ze afscheid en gaan de reetjes weer op pad. Ze zeggen geen vaarwel maar tot ziens…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *