Pepijn de papegaaiduiker

Het is alweer een hele tijd geleden maar vandaag gaat Lander nog eens een wandeling maken in het bos waar de Babbelboom staat. Na zijn wandeling gaat hij nog even langs de prachtige oude boom om een praatje te maken. Lander zet zich neer op het bankje met mos. Hij geniet van de prachtige omgeving en zegt de toverspreuk…

‘Biebbele babbele boe…

Oren open en mondjes toe.

Het is geen grap, het is geen droom.

Luister naar de Babbelboom.

Letters, woorden, zinnen…

Laten we beginnen.’

Langzaam wordt de boom wakker…

“Wat ben ik blij om jou nog eens te zien Lander. Is het al vakantie?” vraagt de boom. “Ja hoor,” lacht Lander, ”al enkele weken. En ik ben al op reis geweest.” Dat vindt de babbelboom fantastisch. Dan kan hij naar een verhaal luisteren in plaats van er één te vertellen. Lander kan ook mooi vertellen net als de boom. “En je hebt je tekenblok meegebracht. Heb je getekend op reis? En waar ben je naartoe geweest?” vraagt de boom ongeduldig.

Filmpje gemaakt door Els Haeck

“We hebben rondgereisd in Engeland. Op het einde van de reis hebben we de Farne Islands bezocht. Dat zijn kleine eilanden waar je de papegaaiduiker kan spotten. “Ja, daar heb ik al van gehoord,” lacht de Babbelboom, ”en ik ken daar een leuk verhaaltje over.” Ja, die Babbelboom toch. Die kent zo veel verhaaltjes. Zelfs over de papegaaiduiker! “Echt? Dat wil ik heel graag horen,” zegt Lander, ”maar mag ik eerst nog wat vertellen?” De Babbelboom kijkt verlegen naar beneden. “Ja natuurlijk. Sorry, ik vertel zo graag. Maar ik luister ook heel graag naar jou want jij kan ook heel mooi vertellen lieve Lander.” En Lander vertelt…

Foto Martin van der Kruijk

Papegaaiduikers zijn heel speciale vogels. Ze hebben een opvallende snavel, gekleurd met rood, blauwgrijs en gele lijnen.  Hun snavel lijkt een beetje op die van een papegaai. En om vis te vangen duikt hij razendsnel het water in. Vandaar de naam ‘papegaaiduiker’. In Engeland heet zo een vogel een ‘puffin’. Hun lijf lijkt een beetje op dat van een pinquïn en de kleuren van hun snavel op die van een toekan. Echt een heel speciaal maar prachtig dier.

Foto Pixabay – Foto Desiréé Couwenberg

In de winter zien ze er een beetje anders uit en blijven ze op het water. Hun kleuren zijn dan veel doffer. In de lente en de zomer komen ze aan land om te paren en te broeden en dan hebben ze hun prachtige kleuren weer. 

Foto Martin van der Kruijk

Een papegaaiduiker kan heel snel vliegen. Op een uur tijd kan hij 90 km ver vliegen. Hij slaat tot 400 keer per minuut met zijn vleugels. Als hij zijn vleugels uitslaat, is hij een halve meter breed. Toen we op de eilanden waren, zag ik een papegaaiduiker razendsnel voorbijvliegen en opeens dook hij vliegensvlug in het water.

Foto Desiréé Couwenberg – Foto Martin van der Kruijk

Hij bleef een tiental seconden onder water en kwam dan weer boven met een vis in zijn snavel. Hiermee vloog hij razendsnel tot bij de rotsen. Bovenaan landde hij en stapte een eindje verder tot op een veilig plaatsje om te smullen van zijn vangst. Het was zo grappig om hem te zien stappen met zijn oranje zwemvliezen aan zijn poten.

Foto Desiréé Couwenberg

Een andere keer zagen we weer een hongerige papegaaiduiker die een diepe duik nam op zoek naar een lekker visje. We schrokken wel toen hij zeker een minuut onder water bleef. En toen hij eindelijk weer boven kwam, had hij wel tien vissen in zijn grote snavel. Wat een gulzigaard! Hij had het wel moeilijk bij de landing op de rotsen om ze vast te houden. En dan huppelde hij naar een veilige plaats om dat allemaal op te eten. Echt grappig om te zien.

Foto Martin van der Kruijk

Het is moeilijk om het verschil te zien tussen een mannetje en een vrouwtje. Ze zien er net hetzelfde uit behalve dat het mannetje een beetje groter is dan het vrouwtje. En als je twee papegaaiduikers ziet die hun snavels tegen elkaar aantikken, dan weet je zeker dat het een koppeltje is. Het lijkt een beetje op een paartje van bij de mensen die elkaar een kusje geven.

“Wat kan jij mooi vertellen. En wat weet jij veel over de papegaaiduikers,” zegt de babbelboom die heel geboeid heeft geluisterd. “Toen ik wist dat we ze gingen zien, heb ik er heel wat over opgezocht. Want dan begrijp je goed wat ze allemaal doen en waarom ze dat doen,” zegt Lander. “Inderdaad, altijd leuk als je de dieren kan begrijpen. En mag ik nu mijn verhaaltje vertellen?” vraagt de Babbelboom. “Ja natuurlijk,” lacht Lander en zet zich klaar om te luisteren op het bankje met het zachte mos. En de Babbelboom vertelt…

Foto Martin van der Kruijk

Er was eens een papegaaiduiker en zijn naam was Pepijn. Pepijn was niet zoals de andere papegaaiduikers. Hij vond alles een beetje saai. Altijd in het water, altijd in de zee, altijd visjes vangen, altijd op de rotsen… hij was het allemaal beu. Pepijn wilde de rest van de wereld zien. Hij wilde andere plaatsen ontdekken en andere dieren leren kennen. Op een dag nam hij een besluit en nam afscheid van zijn vrienden. “Ik vertrek, ik ga op wereldreis,” zei Pepijn vastbesloten. De andere papegaaiduikers begrepen er niets van. Zij waren tevreden en vonden het prima op de rotsen en het water. Maar Pepijn niet. Hij spreidde zijn vleugels en vloog weg.

Foto Martin van der Kruijk

Na enkele uren vliegen werd hij moe en kreeg hij honger. Hij landde op een hoge rots. Daar was hij helemaal alleen. Hij dook het water in voor een visje. Toen hij gegeten had, keek hij rond. Hij keek naar rechts en dan naar links… maar hij zag niemand. Het was muisstil op de rots. Pepijn miste zijn vrienden. Hij wilde terug maar wist niet meer waar zijn vrienden waren. Hij wist niet welke kant hij moest uitvliegen om weer bij zijn vrienden te komen.

Foto Martin van der Kruijk

Pepijn was eenzaam, verdwaald en verdrietig. Hij huppelde rond op het eiland en keek voortdurend rond. Af en toe spreidde hij zijn vleugels om een eindje te vliegen. Maar hij was te moe om verder te vliegen. Pepijn besloot om eerst nog wat te rusten en dan verder op zoek te gaan naar zijn vrienden. Toen hij net in slaap gevallen was, schrok Pepijn van een geluid dat uit het water kwam. Hij huppelde tot aan de rand van de rots en keek naar beneden…

Foto Pixabay

Hij zag nog net de staart van een grote walvis die terug het water indook. Pepijn was bang. Zo een grote vis had hij nog nooit gezien. Hij ging veel stapjes achteruit, weer verder op de rots. Nu wilde Pepijn zeker weg. Maar waar naartoe? Hij was verdwaald. Misschien kon de walvis hem wel helpen. Maar hij was bang, veel te bang om iets te vragen. Maar toen hij de walvis weer hoorde, besloot Pepijn toch terug naar de rand van de rots te gaan.

Illustratie Izabella Mol

“Hé kleintje, wat sta jij daar helemaal alleen aan de rand van de rots te doen?” vroeg Wallie de walvis.  “Ik ben weggevlogen van mijn vrienden omdat ik de wijde wereld wilde zien. Maar daar heb ik al spijt van. Het is veel te moeilijk om alleen ver weg te vliegen. Ik wil graag terug maar ik vind de weg niet meer. Ik ben verdwaald en ik ben zo moe,” snikte Pepijn. “Misschien kan ik je wel helpen zoeken. Vertel eens hoe zien je vrienden eruit?” vroeg Wallie.  “Ze zijn net zo grappig als ik en maken veel lawaai,” zei Pepijn. “Oh, maar dan weet ik waar je vrienden zijn.  Spring maar op mijn rug dan zwemmen we er samen naartoe,” lachte Wallie.

Foto Etienne de Maeyer

Pepijn sprong van de rots op de rug van Wallie en samen gingen ze op weg… Een kwartiertje later kwamen ze bij een klein eilandje. “Ziezo, hier zijn je vrienden,” zei Wallie, “luister maar.” Pepijn begreep er niets van en was verdrietig.” Dat is niet het geluid dat mijn vrienden maken,” zei Pepijn als hij het luide gekwetter hoorde. “En mijn vrienden wonen niet op een eilandje maar op de hoge rotsen.” Als hij toch een kijkje ging nemen, zag hij tussen de takken van de bomen een heleboel bontgekleurde papegaaien zitten. Nee, dat waren zijn vrienden niet. “Mijn vrienden hun veren zijn zwart en wit,” zei hij tegen Wallie die lag te wachten in het water.

Illustratie Lander Loots

Pepijn sprong weer op Walie zijn rug en samen gingen ze verder op zoek. “Grappig, lawaaierig, met witte en zwarte veren en ze leven bij de rotsen…” dacht  Wallie na. “Oh maar nu weet ik zeker waar je vrienden zijn. Hou je vast, daar gaan we,” riep Wallie. En samen zwommen ze verder door de grote zee op zoek naar de vrienden van Pepijn. “We zijn er!” riep Wallie blij als ze stopten bij de rotsen. Maar Pepijn twijfelde… De rotsen waar zijn vrienden wonen zijn veel hoger.

Foto Pixabay

Als hij toch een kijkje ging nemen, zag hij tegen de rotsen vier prachtige pinguïns zitten. Pepijn was wel heel erg teleurgesteld. “Sorry Wallie maar dit zijn ook mijn vrienden niet. Ze lijken er wel op, maar nee, ze zijn het niet. Mijn vrienden hebben een grotere snavel met mooie kleuren.” zei Pepijn verdrietig als hij weer bij Wallie kwam. “Da’s jammer. Maar geen probleem hoor. We zoeken verder tot we ze gevonden hebben,” lachte Wallie vastberaden.

“Grappig, lawaaierig, met witte en zwarte veren, ze leven bij de rotsen en hebben een grote kleurrijke snavel,” dacht hij luidop. Wallie en Pepijn gaven niet op en Wallie wilde nog een laatste keer proberen om Pepijn zijn vrienden terug te vinden. “Ga je nog één keertje mee?” vroeg hij verlegen, ”ik weet nog één plaats waar ze zouden kunnen zijn.” Pepijn wilde het zeker nog eens proberen want hij miste zijn vrienden zo verschrikkelijk. Samen zwommen ze weer een eindje verder. “Hier ben ik precies al een geweest,” dacht Pepijn en had weer hoop.

Foto Pixabay

Toen Wallie stopte bij een grote rots waar bovenaan enkele grote bomen stonden, ging Pepijn weer dapper op zoek. Op een dikke tak van één van de bomen, zat een vogel met een enorme grote snavel. Alles klopte. Hij maak veel lawaai, is grappig, heeft witte en zwarte veren, een grote kleurrijke snavel en woont dicht bij de rotsen. Maar dit was een toekan en geen papegaaiduiker.

Illustratie Lander Loots

 Pepijn vliegt tot aan het water om Wallie het slechte nieuws te vertellen. ”Jammer Wallie, hier wonen toekans en geen papegaaiduikers. Maar toch bedankt om me zo goed te helpen”. Maar op het moment dat ze afscheid wilden nemen, hoorde Pepijn een bekend geluid. Zouden het zijn vrienden zijn. Waren ze dan toch zo dicht in de buurt? Zo vlug hij kon vloog Pepijn richting het geluid en Wallie sprong zo hoog hij kon uit het water. Hij was ook reuzenieuwsgierig of het Pepijn zijn vrienden waren.

Foto Martin van der Kruijk

En ja hoor, deze keer had Pepijn geluk. Het was nog even zoeken maar na een tijdje zag hij al enkele papegaaiduikers zitten. En als hij nog wat verder vloog, kkam hij bij de bekende rots waar zijn beste vrienden wonen. Hij was zo blij en opgelucht dat hij weer thuis was. Ondertussen was ook Wallie dichterbij komen zwemmen. Hij kwam nog afscheid nemen van Pepijn. Hij vond het een beetje jammer want hij was blij met zo een grappig vriendje als Pepijn erbij. Maar ze beloofden om binnenkort nog eens een tochtje te maken. Maar om altijd zeker terug naar de rots van de papegaaiduikers terug te komen.

Foto Martin van der Kruijk

De andere papegaaiduikers waren ook blij dat Pepijn weer thuis was. Als één van zijn vrienden aan hem vroeg waarom hij toch teruggekomen was, vertelde hij zijn belevenissen met Wallie de walvis. “En,” zei Pepijn, ”ik ga wel af en toe een tochtje maken met mijn nieuwe grote vriend Wallie maar ik kom altijd weer terug bij jullie. Want het is nergens beter dan thuis!”

“Wat een prachtig verhaal! Jij kent zoveel verhalen en je vertelt ze zo mooi. Dank je wel!” zegt Lars terwijl hij op zijn uurwerk kijkt. “Het is nu wel hoog tijd voor mij om naar huis te gaan. Tot de volgende keer beste Babbelboom”. “Tot de volgende keer lieve Lander”. En de Babbelboom sluit zijn ogen…

Eén antwoord op “Pepijn de papegaaiduiker”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *