Afscheid…

Deel 1

Alffartje logeert nog steeds bij zijn vrienden in het grote dierenbos. Daar is altijd wel iets te beleven…

 Zoals elke morgen werd Alffartje als eerste wakker. De kabouters sliepen nog en Krisje Krekel lag nog luid te snurken.

Alffartje kroop uit zijn warm bedje en zette zijn muts af. Heel voorzichtig waggelde hij naar buiten. Toen hij het piepende deurtje van de holle boom opende, zag hij iets moois. Aan beide kanten van de deur stonden groene stengels met lange groene bladeren en kleine witte bloemen. Het leken klokjes, kleine witte klingelende klokjes.

Krisje was wakker geworden van het piepende deurtje. “Sapperlootjes, die deur hé! Ik zal er eens goed naar moeten kijken. Kan jij niet een beetje langer in je bed blijven liggen?” vroeg Krisje boos. “Euh nee, dat kan ik niet. Als ik wakker ben kan ik niet blijven liggen,” antwoordde Alffartje geschrokken, “ik wil dan naar buiten om te genieten van weer een nieuwe dag.” Krisje draaide zich nog een keertje om en kroop terug onder zijn dekentje.

De kabouters Kaatje en Kamiel waren ook wakker. Ze kropen voorzichtig uit hun bedje en kwamen bij Alffartje staan. “Krisje kan toch soms een brompot zijn hé. Last van een ochtendhumeur,” fluisterde Kamiel. “We zullen toch eens naar de piepende deur moeten kijken. Misschien wat netelsap op de scharnieren doen. Dat zal wel helpen,” stelde Kaatje voor.

“Goeiemorgen vriendjes, kijk eens wat hier staat” lacht Alffartje. “Oh de sneeuwklokjes!” juicht Kaatje, “dat betekent dat de winter nog lang gaat duren en dat je nog lang bij ons kan blijven.”

Alffartje vindt het heel leuk in het grote dierenbos maar af en toe mist hij zijn vrienden van de Alffarhoeve toch wel een beetje…

Zoals elke dag vertrok Alffartje voor een ochtendwandeling. “Goeiemorgen Alffartje,” lachte de kleine blauwe vogel wanneer hij naar zijn spiegelbeeld keek in het water van de vijver. Dat had voor het eerst gezien op de Alffarhoeve toen hij na een regenbui in een grote plas had gekeken. https://babbielle.be/de-avonturen-van-alffartje/hallo-herfst/#more-5142

Even kijken of zijn blauwe veren allemaal goed liggen en de bruine kam mooi rechtop staat. Alffartje wil er elke dag goed uitzien.

De volgende nacht werd het een heel pak kouder in het grote dierenbos. Het vroor dat het kraakte. In de holle boom kropen de vrienden goed onder hun warme dekentje. Ze namen er nog een extra dekentje bij. Zo koud was het.

Toen Alffartje de volgende morgen de deur van de holle boom opende was het berenkoud. Brrrrr brrrrr bibberde hij.  Hij klapperde met zijn vleugels om het warm te krijgen. Hij vloog naar de vijver om zijn spiegelbeeld te zien. “Wat is hier gebeurd!” riep hij. Het water zag er helemaal anders uit en zijn spiegelbeeld was weg. Alffartjes bruine kam hing helemaal slap. Hij begreep er niets van. Hij spreidde zijn vleugels en vloog terug naar de holle boom.

Krisje en de kabouters waren ook al wakker…

“Vrienden er is iets heel erg gebeurd!” riep hij van ver, “het water van de vijver is weg en nu kan ik mijn spiegelbeeld niet meer zien.” De vrienden schrokken maar ze keken elkaar aan en begonnen te lachen.

Alffartje begreep het niet. ”Dat is heel erg,” snikt de kleine blauwe vogel, “en da’s niet leuk.” Waarom lachten de vrienden nu? Lachten ze hem uit?

“Het water is niet weg,” vertelt Krisje, “het is ijs geworden omdat het hard gevroren heeft vannacht.” Alffartje begreep het nog niet helemaal en zijn bruine kam hing nog steeds slap. “En dat vinden jullie leuk?” vroeg hij. “Natuurlijk, dan kunnen we schaatsen op de vijver!” juichten de kabouters. 

Samen met Krisje gingen ze naar de holle boom. “Een tijdje later kwamen ze naar buiten met iets raars in hun handen en pootjes. “Kom Alffartje, we gaan samen naar de vijver. Je zal vlug zien waarom we het zo leuk vinden,” lacht Kaatje.

Benieuwd vliegt Alffartje met hen mee.

Als ze bij de vijver kwamen, gingen de drie vrienden aan de rand van de vijver zitten. “Dit zijn schaatsen,” vertelde Krisje terwijl hij ze aandeed. En kijk goed wat ik nu ga doen…”

Alffartje stond met open snavel te kijken als de krekel met sierlijke bewegingen over het ijs schoof. “Wij komen ook!” riepen de kabouters.

Ook zij kunnen heel goed schaatsen. “Da’s genieten Alffartje! Begrijp je nu waarom we zo blij zijn dat het water van de vijver bevroren is,” riepen ze. “Ja hoor, het lijkt leuk maar ziet er heel moeilijk uit. Mag ik dat ook eens proberen?” vroeg de kleine blauwe vogel. Natuurlijk mocht hij dat. Krisje had ook voor hem schaatsen meegebracht.

Ondertussen scheen de zon. Prachtig weertje om te schaatsen. Koud en zonnig, zalig voor winterse pret.

Alffartje wilde echt leren schaatsen. Hij was ongeduldig en wilde net als zijn vrienden sierlijk over het ijs glijden. Maar dat ging zo maar niet.

Toen hij zijn eerste stappen op het ijs zette, voelde Alffartje hoe glad en moeilijk het was om rechtop te blijven. Maar hij gaf niet op…

Krisje en de kabouters kregen medelijden met Alffartje toen hij voor de zoveelste keer op het ijs viel. En onze kleine blauwe vriend werd kwaad. “Schaatsen is stom!” riep hij boos, “en veel te moeilijk. Waarom kunnen jullie dat wel en ik niet!”

Krisje schaatste naar het midden van de vijver waar Alffartje lag. “Voor jou is het de allereerste keer. Wij hebben ook veel moeten proberen om te schaatsen zoals we nu doen,” moedigde Krisje zijn blauwe vriend aan, “proberen is leren.” Hij gaf Alffartje een poot en hielp hem om recht te staan en te blijven staan. De kabouters kwamen er ook bij en even later schaatsten ze met z’n vieren hand in hand en poot in poot over het ijs. Alffartje vond het fantastisch. Het ging steeds beter en beter. “Morgen komen we terug hé! Ik wil veel oefenen!” riep Alffartje vastberaden. “Zeker weten! Want als het ijs weer smelt, kunnen we dat niet meer,” antwoordde Kamiel heel serieus. Smelten? Wat was dat nu weer. Alffartje hield zijn kopje een beetje scheef en zijn bruine kam hing weer slap.

Een weekje later zag Alffartje wat Kamiel bedoelde. Het werd warmer en het vroor niet meer. Het ijs van de vijver smolt en werd weer water. En zoals elke morgen zag Alffartje zijn spiegelbeeld weer in het water van de vijver.

Deel 2

Als de zon opkomt in het grote dierenbos, hoor je de vogels vrolijk fluiten. Ze vertellen dat het bijna lente is.

Zoals elke morgen, ontwaakt Alffartje als eerste in de holle boom. Stilletjes opent hij het deurtje. En … het piept niet meer. Een hele tijd geleden heeft Kamiel de kabouter de scharnieren gesmeerd met netelsap en… het werkte prima.

Aan beide kanten van de deur bloeien paarse krokussen. De sneeuwklokjes zijn al een hele tijd weg.

Alffartje bewondert en ruikt aan de bloemen, spreidt zijn vleugels en vliegt naar de vijver. “Goeiemorgen Alffartje,” lacht de blauwe vogel als hij zijn spiegelbeeld ziet, “je ziet er weer goed uit vandaag.”

De volgende dag ligt iedereen nog te slapen in de holle boom. Er wordt op de deur geklopt. Het blijft stil. Er wordt harder geklopt. Krisje krekel ontwaakt. “Werd daar nu geklopt?” vraagt hij zich af. Nu volgt er echt een harde klop. “Is er iemand thuis?” Krisje kijkt verbaasd, kruipt uit zijn bed en opent de deur. “VERRASSING!” juicht een bekende stem. “Bartholomeus! Je bent gekomen! Welkom!” juicht Krisje en geeft zijn vriend een dikke knuffel.

“Dat was beloofd hé,” lacht Bartholomeus, “als de winter bijna voorbij was, ging ik op bezoek komen om Alffartje te zien. En … om jullie mee te nemen naar de tuin waar ik woon.”

Alffartje en de kabouters zijn ook wakker en heel bij om Bartholomeus bij weer te zien. “Welkom in het grote dierenbos!” lacht Kamiel. “En in de holle boom,” giechelt Kaatje.

Die morgen klinkt er prachtige muziek door het bos. Krisje en Bartholomeus spelen een deuntje om de dieren te wekken en Alffartje fluit vrolijk mee.

Alffartje neemt afscheid van de dieren en belooft om volgende jaar weer op bezoek te komen. Het is tijd voor Alffartje, Krisje en Bartholomeus om te vertrekken naar de tuin waar Bartholomeus woont. Ze spreiden hun vleugels en vliegen weg. Het was een zonnige dag en de vrienden genoten van hun reisje. Een half uur later kwamen ze aan…

“Oh wat is het hier mooi!” zegt Alffartje als hij bewonderend rondkijkt. De vrienden rusten uit aan de vijver. Het was best wel een vermoeiende vlucht. “Wat is het hier stil. Woon jij hier helemaal alleen?” vraagt Alffartje. “Nee hoor, helemaal niet. Wacht maar…” lacht Bartholomeus. “Hij speelt een vrolijk deuntje op zijn accordeon. Krisje speelt op zijn viool en natuurlijk fluit Alffartje vrolijk mee.

“Kwaaak kwaaak kwaaak!” kwaakt een groene kikker die aan de rand van de vijver op een lelieblad springt.  Alffartje kijkt verbaasd achterom. “Ah jullie zijn er al! Welkom in onze prachtige tuin. Jij moet Alffartje zijn,” lacht de kikker.

“Ja, inderdaad dat ben ik. En wie ben jij?” vraagt Alffartje. “Ik ben Kobe en ik ben een kikker. En jij bent een heel speciale vogel die waggelt, kakelt, vliegt en fluit. Bartholomeus heeft al vaak over jou verteld,” knipoogt Kobe.

“En ik ben Pol de mol,” zegt een diertje met een zonnebril op. Hij kruipt uit een hoopje zand. “Dag Pol, ik ben Alffartje,” stelt de blauwe vogel zichzelf voor, “en ik ben heel blij om jullie te ontmoeten in deze prachtige tuin.”

“Kom” zegt Bartholomeus, “ik wil je nog aan iemand voorstellen.”

Naast de vijver staat een hek en daarachter is een grote weide waarop een groot dier staat te grazen.

Alffartje blijft op een veilige afstand. “Dat is Pedro de pony, mijn grootste vriend. Hij is heel lief. Je moet echt niet bang zijn,” stelt Bartholomeus gerust.

Pedro wandelt dichterbij en ook Alffartje waggelt dichter. “Hihihihi, welkom Alffartje,” hinnikt Pedro stilletjes.

“Dit zijn nu mijn vrienden hier in de tuin en wij beleven heel wat samen,” zegt Bartholomeus trots.

Elke avond voor de zon ondergaat komen Bartholomeus, Pol, Pedro en Kobe samen aan de rand van de vijver om hun vriendenliedje te zingen.

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke vrienden dat zijn wij!’

Vanavond is het volle maan. Het vriendenliedje klinkt supermooi. Het wordt nu begeleidt door onze muzikanten: Bartholomeus op accordeon, Krisje op viool en Alffartje fluit vrolijk mee. Ze blijven laat wakker want ze hebben zo veel aan elkaar te vertellen. Het is zo gezellig daar aan de vijver bij het licht van de volle maan.

Die nacht blijft Alffartje met zijn vrienden op het hooi slapen in de stal van Pedro. Daar is het ook lekker warm.

De volgende morgen neemt Alffartje afscheid want het is nu de hoogste tijd om naar huis, naar de Alffarhoeve te vliegen.

Voor hij zijn vleugels spreidt, belooft Alffartje om de volgende winter bij Bartholomeus in de grote tuin door te brengen. “En dan kom je bij ons op bezoek in het grote dierenbos hé “zegt Krisje heel serieus. “Dat is beloofd! Tot ziens!”

Alffartje’s bruine kam staat helemaal rechtop tijdens zijn reis naar huis. Wat is hij gelukkig met zo veel vrienden om zich heen…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *