Vier op een rij

Bij volle maan, zie je Alffartje altijd heel goed staan. Dan is hij weer klaar voor een nieuw verhaal.

De opkomende zon en het gekraai van de hanen wekken de dieren op de Alffarhoeve. Hun knorrende maagjes vertellen, “het is tijd voor ontbijt.”

Ook Alffartje is wakker en is op weg naar het kippenhok. Als hij over de geitenweide vliegt, schrikt hij van het luide gemekker. De dieren wensen hem een goeiemorgen. “Ook een goeiemorgen!” roept onze kleine blauwe vriend, “wat maken jullie een lawaai zo vroeg in de morgen. Is er iets gebeurd misschien?” De geiten antwoorden allemaal samen en weer is het een luid gemekker. Alffartje verstaat er niets van. Skippy de wallaby staat tussen de geiten en springt opzij tot in het gras.

Nog tweemaal springen en dan is Skippy dicht bij Alffartje die net geland is. “Wat kan jij goed springen en wat hij heb jij een lange staart,” bewondert hij. “Alle wallaby’s kunnen goed springen,” vertelt Skippy. “Die lange staart zorgt ervoor dat we niet omvallen als we springen en als we zitten.” Alffartje zit met open snavel te kijken. Skippy is echt wel een heel speciaal dier.

“En wat doe met je voorpoten?” vraagt hij. “Daar neem ik mijn eten mee vast en stop het in mijn mond,” antwoordt Skippy terwijl hij aan een takje knabbelt. “En als ik boos ben, doe ik dit,” lacht hij. De wallaby bokst met zijn voorpoten in de lucht en steekt zijn scherpe klauwen uit. Alffartje schrikt en valt achteruit. Zijn bruine kam hangt helemaal slap. “Oei, ik ben niet echt boos hé, wij zijn toch vrienden Alffartje. Sorry sorry!” stelt Skippy hem gerust. “Da’s waar,” lacht Alffartje en zijn kam staat weer helemaal recht.

“En ja, wat de geiten je wilden vertellen… er is nog een klein geitje geboren. Het is zo een lief klein schattig ding. De geiten zijn er allemaal zo blij mee. Dat heb je wel gehoord,” vertelt Skippy. “Oh fantastisch!” juicht Alffartje. “Wie is de fiere mama en hoe heet het kleintje?” Skippy maakt een paar grote sprongen en Alffartje vliegt hem achterna.

“Mag ik je voorstellen… fiere mama Anna en haar geitendochtertje Solientje,” vertelt Skippy, “ik laat jullie kennismaken.” Hij draait zich om en springt terug naar de andere geiten. Daar is het heel druk. Daarom dat moeder een dochter in de rustige open stal staan. “Oh wat is ze mooi!” bewondert Alffartje, “gefeliciteerd lieve Anna.” Alffartje is geland in de stal en waggelt voorzichtig dichterbij. “Mèèèè mèèèè, dank je wel. Ik ben zo fier op haar. Kom maar dichterbij dan kan je haar goed zien,” mekkert mama geit luid. “Welkom op de wereld en op de Alffarhoeve,” zegt Alffartje. “Mèèè mèèèè ik ben Solientje,” mekkert het kleine geitje met een heel hoog stemmetje. En wie ben jij?”

Solientje komt heel dichtbij en snuffelt aan Alffartjes’ bruine kam die mooi rechtop staat.

“Ik ben Alffartje en woon hier al een hele tijd op de Alffarhoeve. Daar in de oude knotwilg. Ik kakel als een kip, waggel als een eend, vlieg en fluit en zie er een beetje anders uit. Alle dieren van de Alffarhoeve zijn mijn vrienden. Wil jij ook mijn vriendje zijn?”

Solientje houdt haar kopje scheef en kijkt naar mama Anna. “Natuurlijk mag Alffartje jouw vriendje zijn. Maar om te spelen ben je nog een beetje te klein. Nog enkele dagen bij mij blijven en dan…” mama Anna kan niets meer zeggen. Solientje begint te mekkeren en springt vrolijk op en neer. Ze wil nu al spelen en met die blauwe vogel.  “Joepie, weer een vriendje bij!” juicht Alffartje, “tot morgen dan kom ik nog eens op bezoek.”

Dolblij spreidt hij zijn vleugels en vliegt nu verder naar het kippenhok voor zijn ontbijt. Als zijn buikje weer goed gevuld is, vliegt hij naar Isidoortje de ezel, zijn andere kleine vriend.

Onderweg vliegt Alffartje over de schapenweide. “Bèèèèèh bèèèèèh bèèèèèh!” blaten ze allemaal samen. “Goeiemorgen, jullie maken net als de geiten ook zo veel lawaai!” roept Alffartje, “is er iets gebeurd misschien?” Alffartje landt tussen de Kerry Hill schapen. “Bèèh bèèh, zie jij dat dan niet? Wij zijn geschoren,” zegt Kamil. “Ja, natuurlijk zie ik dat. Maar moeten jullie daarom zo roepen?” vraagt Alffartje verbaasd. “Da’s omdat we zo blij zijn dat onze wollen jas uit is. Die was veel te warm,” zucht Kamil. “Ja nu begrijp ik het,” lacht Alffartje, ”nog een fijne frisse dag.” Alffartje spreidt zijn vleugels en vliegt naar Isidoortje.

Daar zitten Cloudy en André in het gras. Ze maken een praatje met mama Ciska en met Isidoortje. Alffartje landt een eindje verderop in het gras. Muisstil waggelt hij dichterbij. Ciska en Isidoortje hebben hem gezien… maar de alpaca’s niet. Niets gezien en niets gehoord.

“Wat zitten jullie hier te doen!” roept Alffartje.

De alpaca’s schrikken. Ciska balkt en lacht heel luid. Isidoortje verstopt zich.

“ALFFARTJE! is me dat schrikken. We hadden je helemaal niet gezien of gehoord. Jij grote deugniet!” zegt Cloudy boos. Maar even later kan hij er al mee lachen.

“Ia ia ia, was me dat lachen. Jullie hadden zo een gekke snoeten,” lacht Ciska. “En waar is jouw deugniet?” vraagt Alffartje.

“Die zal zich verstopt hebben,” zucht Ciska, “je ziet hem niet, maar je hoort hem wel.” Ze spitsen hun oren en dan is het even muisstil. Of toch niet. Ze horen een zacht getik en iets dat schuift in het zand. Mama Ciska stapt naar het geluid en Alffartje vliegt mee.

“Wat ben je nu weer aan het doen?” jammert Ciska. Isidoortje heeft zijn eetbak omgeduwd en probeert hem weer goed te zetten. “Dat zullen de baasjes wel doen als we straks eten krijgen. Wat ben jij toch een prutserke,” zucht mama Ciska.

“Mag ik met Alffartje spelen”, vraagt Isidoortje. “We kunnen een wandelingetje maken en naar de ander dieren gaan kijken,” stelt Alffartje voor. “Oh ja, dat zo heel leuk zijn. Mag het mama?” vraagt Isidoortje met zijn allerliefste stemmetje.

“Ok da’s goed. Voorzichtig zijn, niet prutsen en goed naar Alffartje luisteren want hij kent overal de weg en kent alle dieren,” antwoordt mama Ciska.

“Ia ia ia da’s beloofd,” antwoordt Isidoortje ongeduldig. Hij wil zo graag op stap met zijn blauwe vriend.

“Ik heb ook al mensen gezien en ik vind het superleuk als ze me aaien en knuffelen,” geniet Isidoortje als ze op stap zijn,” “Oh zalig,” en wie ken je al?” vraagt Alffartje. “Ia ia ia, ik ken Kim en Laura. Die zorgen altijd voor de ezeltjes. En geven de beste knuffels. Ze gaan ook stap met ons. Maar dat vind ik niet zo leuk. Ik moet dan een halster aandoen waar een touw aanhangt. Dat houden Kim of Laura dan vast zodat ik niet kan gaan lopen. En dat wil ik niet. Ik loop liever alleen zoals ik nu doe met jou,” zucht Isidoortje. “En als ik nu de volgende keer op je rug kom zitten en zo meewandel, zal je het dan leuker vinden?” vraagt Alffartje. “Natuurlijk! Da’s beloofd hé,” juicht Isidoortje.

“Ia ia ia, en er kwam ook eens een meisje op bezoek. Haar naam was Lize. Ze was zo lief. Ik mocht met haar spelen. Ik was helemaal niet bang. We hebben gelopen, gesprongen en gewandeld. Toen we moe waren, zijn we in het gras gaan liggen. Als we gerust hadden, speelden we verder. Lize moest toen naar huis maar ze heeft beloofd dat ze nog vaak op bezoek gaat komen. Leuk hé,” vertelt Isidoortje.

Alffartje wandelt met Isidoortje tot aan de grote ezelweide. Aan de afsluiting staat een jonge ezel nieuwsgierig te kijken. Als Alffartje en Isidoortje dichtbij zijn, steekt hij zijn snuit door de draad. Het is Henkje, het op één na jongste ezeltje op de Alffarhoeve. Isidoortje is nu de jongste. “Hé Alffartje kom je nog eens op bezoek? Wat ben ik blij om je te zien,” juicht Henkje. Toen Henkje nog heel klein was kwam Alffartje vaak op bezoek.   https://babbielle.be/alffartje/happy-henkje/#more-5230

 “Ik zie je niet vaak meer en ik verveel me soms een beetje,” zeurt hij.

“Oh maar dan heb ik heel goed nieuws voor jou,” lacht de kleine blauwe vogel, “ik heb iemand meegebracht. Mag ik je voorstellen… Isidoortje het jongste ezeltje van de Alffarhoeve.”

De kleine ezels kijken elkaar aan. “Ia ia ia ia ia,” balken ze door elkaar. Ze zijn heel blij elkaar te zien. “Kom je spelen?” vraagt Henkje. “Ik ben nog te klein om op de grote ezelweide te spelen. Ik moet nog dicht bij mama blijven. Alffartje komt soms spelen en vandaag mocht ik van mama mee op stap,” vertelt Isidoortje. “En ik dacht, wij gaan samen tot bij Henkje,” lacht Alffartje. “Dat was een schitterend idee,” juicht Henkje.

“Hebben jullie Solientje, het nieuwe geitje al gezien?” vraagt Alffartje, “gaan we met z’n drietjes eens op bezoek?” Dat vinden de ezeltjes een schitterend idee.

Solientje schrikt een beetje wanneer de drie vrolijke vrienden bij haar en mama Anna komen. Maar als Alffartje zegt dat ze heel lief zijn komt Solientje dichterbij.

“Ia ia ia ia, vier op een rij,” lacht mama Anna als ze haar kleine spruit bij Henkje, Isidoortje en Alffartje ziet. “Jullie gaan samen nog veel plezier beleven. Dat weet ik zeker.”

Ze spelen en vertellen tot het bijna donker wordt. Het is de hoogste tijd om naar huis te gaan.

Alffartje brengt Isidoortje naar mama Ciska en Henkje loopt naar de ezelweide.

Vanavond is het weer volle maan. Alffartje vliegt naar de knotwilg waar hij zijn andere drie vrienden ziet staan. Hij heeft weer heel wat te vertellen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *