Sport is top!

Het wordt een sportieve dag op de Alffarhoeve…

“TRING TRING! TRING TRING! TRING TRING!” klinkt het ’s morgens op de Alffarhoeve.

In de holte van de knotwilg schrikt Alffartje wakker. Hij kijkt verbaasd naar buiten.

In de verte ziet hij iemand staan. Alffartje vliegt voorzichtig dichterbij. Hij is een beetje bang van mensen die hij niet kent en verstopt zich tussen de struiken. “TRING! TRING! TRING!” klinkt het luid. Alffartje schrikt weer, vliegt naar de dikke boom en verstopt zich tussen de takken en de bladeren. Het is muisstil.  Alffartje is ongerust. Wat is dat geluid en wie staat daar? Hij is nu wel heel dichtbij…

“Hé kleine vriend, waarom zit je daar verstopt?” Alffartje herkent de stem. “Ben jij dat baasje Bart?” vraagt hij stilletjes en kijkt tussen de takken. “Ja natuurlijk,” lacht baasje Bart. Alffartje vliegt uit de boom naar zijn grote mensenvriend. Hij landt op iets maar hij weet niet wat het is. “Jij bent het baasje Bart,” zucht Alffartje opgelucht.

“Heb je mijn bel gehoord? TRING TRING TRING!” lacht baasje Bart en Alffartje schrikt weer. “Ja zeker. Ik schrok wakker toen ik ze hoorde. Is dit een bel?” vraagt hij. “Jaja dat is de bel van mijn fiets. “Fiets? Wat is een fiets?” vraagt Alffartje en houdt zijn kopje schuin. “Met mijn fiets kan ik heel vlug ergens naartoe rijden. Jij zit op mijn stuur. Dat moet je goed vasthouden als je fietst. Dit is het zadel. Daar ga ik opzitten. En dat zijn de pedalen om mijn voeten op te zetten. Daar moet ik dan op duwen om de wielen te laten draaien.  Zo kan ik rijden of fietsen,” vertelt baasje Bart terwijl hij de onderdelen van zijn fiets aanwijst. “Euh… ik begrijp het niet,” zucht Allfartje. Zijn bruine kam hangt helemaal slap.

“Ik zal het nog eens voordoen,” zegt BB, “hou je goed vast.” Alffartje grijpt met zijn grote gele poten het stuur stevig vast en BB fietst een toertje.

“Hihi, dat kriebelt in mijn buikje,” giechelt hij. Alffartjes’ bruine kam staat weer mooi rechtop. “Ik heb ook een drinkbus,” vertelt BB, ”als ik heel ver fiets kan ik onderweg wat water drinken.“

Nu begrijpt Alffartje wat fietsen is. “En nog iets heel belangrijk,” zegt BB streng. “Als je snel wil fietsen moet je een helm opzetten. Als je dan valt, beschermt hij je hoofd.” Alffartje kijkt bezorgd. “Niet vallen hé baasje Bart. Voorzichtig zijn.”

Alffartjes buikje gromt. Het is tijd voor zijn ontbijt. “Waarom doe je dat eigenlijk? Fietsen?” vraagt Alffartje aan BB terwijl hij zijn vleugels spreidt. “Dat is sporten hé Alffartje. Ik vind het leuk omdat ik het goed kan en mijn benen worden sterk,” lacht BB. “Dan kan ik ook sporten,” zegt Alffartje fier. “Ik vlieg heel graag en ik kan het ook goed. En kijk… ik krijg er sterke vleugels van.” Hij fladdert met zijn vleugels. “Kunnen mijn dierenvrienden ook sporten?” wil Alffartje weten. “Ik denk het wel. Vraag het hen eens,” antwoordt BB. “Goed idee, na mijn ontbijt zal ik dat doen en dan kom ik het vanavond vertellen,” roept Alffartje terwijl hij naar het kippenhok vliegt. “Top! Tot vanavond!” lacht BB.

Zoals elke morgen is Alffartjes buikje weer goed gevuld. Hij vliegt heel hoog en fier boven de Alffarhoeve. “Sport is top!” roept hij luid en fluit er een vrolijk liedje bij. Met zijn sterke vleugels vliegt hij vlug en traag, hoog en laag.

En zo gezegd zo gedaan… Alffartje gaat op zoek naar dierenvrienden die ook kunnen sporten.

Sultan, Dakar en Faith, de shetlandpony’s maken samen een ochtendwandeling. Alffartje vliegt tot bij hen. “Goeiemorgen vrienden, kunnen jullie sporten?” vraagt hij. De pony’s kijken verbaasd en houden hun hoofd schuin. “Hihihi , hihihi,” hinnikt Sultan, “wat is sporten en hoe doe je dat?” Alffartje landt voor de pony’s. “Sporten is leuk, je kan het goed en je wordt er sterk van,” dat heeft baasje Bart me verteld. “Hij sport door te fietsen en ik door hoog en vlug te vliegen. En …van sporten word je sterk.”

De pony’s houden hun hoofdje weer recht. “Hihihi, wij zijn heel sterk,” hinnikt Sultan. “Maar we willen nog sterker worden,” zeggen Faith en Dakar, ”Hihihi, wat moeten we dan doen?”

“Wat kunnen jullie goed en wat vinden jullie leuk?” vraagt Alffartje. De pony’s kijken naar elkaar en schudden hun hoofd. Ze weten het niet.

“Ik heb een idee. Kom maar mee,” lacht Alffartje. Samen volgen de pony’s Alffartje die naar de hooistal vliegt. Daar liggen drie grote, zware botten hooi. De pony’s rennen ernaartoe. “STOP! STOP!” roept Alffartje als de pony’s aan het hooi knabbelen. Eerst moeten jullie de botten hooi helemaal naar de andere kant van de weide rollen. Pas dan mag je knabbelen.”

De pony’s duwen met hun snuit zo hard ze kunnen. Het is zwaar werk maar ze doen het prima. Als ze aan de andere kant komen, staan ze te hijgen. “Dat is sporten hé!” lacht Alffartje, “het is leuk, je kan het goed en je wordt er sterk van.” De pony’s knikken en beginnen te knabbelen aan het hooi. “Smakelijk!” roept Alffartje terwijl hij verder vliegt. Op zoek naar sporters…

Médard, Gusta en Caro, de hangbuikzwijnen, liggen te luieren in de modder. “Hé luie zwijntjes,” roept Alffartje als hij over de modderpoel vliegt. “Zin om een beetje te sporten?” De 3 zwijntjes staan recht en kijken verbaasd naar hun blauwe vriend. “Knor knor knor, wat is dat sporten?” vraagt Gusta. ““Sporten is leuk, je kan het goed en je wordt er sterk van,” dat heeft baasje Bart me verteld. “Hij sport door te fietsen, ik door hoog en vlug te vliegen, en de shetlandpony’s kunnen botten hooi verder te rollen. En van sporten word je sterk,” vertelt Alffartje. “Pfft, knor knor, ik vind het leuk om in de modder te liggen en te rollen. Van iets anders worden we veel te moe,” zucht Caro. “Oh dat vind ik zo flauw van jullie. Dat zal baasje Bart niet leuk vinden als ik vanavond ga vertellen welke dieren er goed kunnen sporten,” zegt Alffartje streng.

“Plots staan ze op een rijtje aan de modderpoel. Voor baasje Bart willen ze toch proberen. Met z’n drietjes springen ze zo ver en zo hoog ze kunnen in de modderpoel. De modder spat tot op Alffartjes mooie blauwe veren. “Hé kijk uit!” roept Alffartje boos

“Knor knor knor,” lacht Médard, “We vinden het leuk, we kunnen het goed en we worden er sterk van. Zo sporten wij. En daar worden wij zo moe van.” Ze geeuwen met hun mond wijd open en gaan weer in de modder liggen. “Jullie zijn en zullen altijd luie zwijntjes blijven,” zegt Alffartje terwijl hij de modder van zijn vleugels schudt en verder vliegt.

In de grote weide staan 4 ezeltjes te grazen, Chepito, Babba, Churroz en Cesar. “Die zullen wel goed kunnen sporten,” denkt Alffartje en hij vliegt er naartoe. Ook zij weten niet wat sporten is. Alffartje legt het uit. “Sporten is leuk, je kan het goed en je wordt er sterk van,” dat heeft baasje Bart me verteld. “Hij sport door te fietsen en ik door hoog en vlug te vliegen. De shetlandpony’s door botten hooi verder te duwen. Zelfs de zwijntjes hebben gesport. En van sporten word je sterk.”

De ezels begrijpen het en zijn heel enthousiast. “Hi hi wij gaan touwtrekken,” lacht Chepito, “als we wandelen met de mensen doen we dat ook wel eens. We vinden het leuk, we kunnen het goed en we worden er sterk van.”

En zo gebeurt het. Ze leggen een lang touw op het gras. Twee ezels staan aan de ene kant en twee aan de andere kant. Alffartje staat met zijn grote gele poten in het midden van het touw. Nu gaan de ezels trekken tot Alffartje op de grond valt. “Amai wat zijn jullie sterk!” juicht Alffartje als hij na een tijdje omvalt. “Jullie zijn echte sporters!” 

Alffartje spreidt zijn sterke vleugels en gaat weer op zoek…

Aan de grote voederbak van de geiten staan Zita, Rocco, Lucia en Scott te smullen van het verse hooi. Alffartje landt op het dak van de voederbak. “Zijn de buikjes goed gevuld?” lacht hij, “dan zijn jullie klaar om te sporten.” De geiten weten ook niet wat sporten is en Alffartje gebruikt weer de woorden van baasje Bart. “Sporten is leuk, je kan het goed en je wordt er sterk van. Hij sport door te fietsen en ik door hoog en vlug te vliegen. De shetlandpony’s door botten hooi verder te duwen. Zelfs de zwijntjes hebben gesport. Ze sprongen in de modder zo ver ze konden. De ezeltjes konden heel goed touwtrekken. En van sporten word je sterk.”

“Bèèè bèèè, wij sporten zo!” mekkeren de geitjes luid terwijl ze om ter hardst door de weide rennen.

“Oh maar dat is fantastisch!” juicht Alffartje. “Zo veel sporters hier op de Alffarhoeve. Baasje Bart zal zo blij zijn.” Als ze weer bij Alffartje komen, hijgen de geiten met hun tong uit hun mond. Ze zijn moe. Maar ze vinden het leuk en ze kunnen het goed.

Alffartje vliegt zo snel hij kan naar de knotwilg. Zo wil hij ook nog even sporten. In de holte gaat hij op zijn bedje van afgevallen bladeren liggen en valt in slaap. Want ja van sporten word je toch wel een beetje moe…

Het is al laat als de kleine blauwe vogel weer wakker wordt. “Oei,” schrikt hij, “het is volle maan vanavond.  Straks komen mijn drie beste vrienden. Maar eerst moet ik nog naar baasje Bart om te vertellen over het sporten bij de dieren.” Alffartje spreidt zijn vleugels en vliegt naar het huis van baasje Bart.

Baasje Bart zit in het gras te kijken naar de volle maan. Het maanlicht verlicht de Alffarhoeve bij avond en bij nacht en dat vindt hij prachtig. Alffartje gaat bij hem zitten. Hij vertelt dat er heel veel gesport wordt bij de dieren. Over de shetlandpony’s die botten hooi verder rollen, de zwijntjes die in de modder springen, de ezels die touwtrekken en de geitjes die heel vlug kunnen rennen.  Baasje Bart vindt het fantastisch en is supertrots op zijn sportieve dierenvrienden.

“Ben je al weg?” vraagt hij als Alffartje zijn vleugels weer spreidt. “Ja ja, maar ik kan niet zeggen waarom. Want dat is een groot geheim,” giechelt de kleine blauwe vogel.  (zie https://babbielle.be/alffartje/welkom-op-de-alffarhoeve/#more-4644)  Baasje Bart is heel nieuwsgierig. “En wat is dat geheim dan?” vraagt hij. “Vertel ik niet want dan is het geen geheim meer,” lacht Alffartje terwijl hij naar de knotwilg vliegt…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *