12345 vriendjes

Lees eerst het allereerste verhaaltje van de babbelboom

De zomer is de leukste tijd voor de babbelboom. Hij krijgt nu heel vaak bezoek omdat het vakantie is. Er komen vaak kinderen en ook volwassen op het stronkje met mos zitten om de babbelboom te wekken en te luisteren naar zijn mooie verhalen. En af en toe luistert hij ook wel eens naar een verhaal.

En elke dag geniet hij, met gesloten ogen, van het prachtige gefluit van de vogels. Maar vandaag wordt dit verstoord door een luid gesmak…

Het is mama everzwijn die samen met haar jongen smult van het hoge gras, de blaadjes en de bessenstruik die net naast de babbelboom staat.

“12345 vriendjes” verder lezen

Later als ik groot ben…

Tijdens een wandeling door het bos kwam Pieter voorbij de Babbelboom. Pieter wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Pieter, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Pieter zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een beer?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Er was eens een beertje. Zijn naam was Bob. Samen met mama en papa beer woonde hij in een groot hol in de rotsen in Noord-Amerika in Yellowstone. Bob was nog veel te klein om alleen op stap te gaan. Hij mocht wel mee met papa beer als die op zoek ging naar eten voor zijn gezin. Bob mocht dan bessen plukken. Zalm vangen zoals papa deed, kon hij nog niet. “Kijk maar goed hoe ik het doe dan kan je dat later, als je groot bent, ook proberen.”

“Later als ik groot ben…” verder lezen