Vliegles…

Toen ik een tijdje geleden door het grote bos wandelde hoorde ik een luid geklop. Vanwaar kwam dat geluid en wie maakte het? De babbelboom die aan de rand van het bos staat zou het wel weten en Ik wandelde naar hem toe. Ik zette me neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Hilde, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje?” Ik wilde graag een verhaaltje horen maar eerst wilde weten wat ik gehoord had. “Kan jij me vertellen wat dat luid geklop is dat ik al een paar dagen hoor,” vroeg ik nieuwsgierig. De babbelboom dacht even na… ”ah dat, dat zijn de spechten die hun nest uithakken.” Ik begreep het niet goed maar de babbelboom legde het uit …

Hier in het grote bos wonen veel bonte spechten die een tijdje geleden hun nest hebben gemaakt. Dat doen ze door wel twee weken lang met hun sterke snavel een gat in een stam van een boom te hakken. In mijn stam heeft een koppeltje spechten dat vorig jaar ook gedaan.  Als hun nest klaar was, heeft het vrouwtje vier eieren gelegd. Die hebben het mannetje en het vrouwtje samen uitgebroed. Na twee weken kwamen de kleine spechtjes tevoorschijn. Ze werden goed verzorgd door mama en papa specht tot ze een paar weken oud waren. Dan verlieten ze het nest om te leren  vliegen. Als ze dat goed konden vlogen ze weg op zoek naar een nieuwe thuis.

Foto Erwin van Eenoo

En dit jaar zijn ze teruggekomen naar hetzelde nest in mijn stam. Het vrouwtje heeft weken geleden drie eieren gelegd. De broedtijd is al voorbij en in het nest zitten nu drie kleine spechtjes. Kijk daar komt het mannetje aangevlogen hij gaat kijken of zijn kindjes braaf zijn hé. Nu vliegt hij weg op zoek naar eten voor de spechtjes. Daar is hij al terug met zijn bek vol insecten. Een ongeduldig kleintje steekt zijn kopje naar buiten om als eerste het eten te pakken.

Foto Monique van Middelkoop

Kijk mama komt ook eten brengen. “Hoe weet jij dat dat de mama is en niet de papa? Ze zien er toch hetzelfde uit?” vroeg ik verwonderd. Papa specht heeft een rode vlek op zijn achterhoofd en mama specht heeft dat niet. De kleintjes hebben boven op hun kopje een rode vlek maar dat veranderd als ze groter worden. “Oh nu begrijp ik het, dank je wel voor de uitleg”, zei ik tegen de babbelboom.

Heb je nog even tijd? Dan zal ik je een grappig verhaaltje vertellen over een kleine specht. “Ja hoor, dat wil ik graag horen,” zei ik enthousiast en de babbelboom vertelde:

Foto Monique van Middelkoop

Er was eens een kleine specht die heel lang in het nest van mama en papa specht bleef zitten. Hij was een beetje lui. “Da’s toch gemakkelijk, hier moet ik niets doen en mama en papa brengen me eten,” lachte het kleintje. Maar na een tijd vonden zijn ouders dat het hoog tijd was om op eigen poten te staan. “Je bent al veel te groot om hier te blijven, vertrek nu maar,” zei papa een beetje boos…

Foto Bernine Deramoudt

Zelfs het rode vlekje op zijn kopje was al verdwenen. Hij was geen kleine maar al een grote specht geworden. Hij wilde het nest wel verlaten maar de specht had een groot probleem… hij kon niet vliegen! Heel voorzichtig kroop hij uit het nest, bewoog zijn vleugels, maar hij viel naar beneden. Daar zat hij dan aan de rand van een vijver. Hij keek naar zijn spiegelbeeld. “Wat moet ik nu doen? Mama en papa zijn weggevlogen. En ik weet niet hoe ik moet vliegen,” weende de specht.

Foto Greetje Sibon-Jonker

Maar hij gaf niet op. Hij kroop langs de stam van een dunne boom naar omhoog en hield zich vast aan een tak. Hij spreidde zijn vleugels maar het lukte niet en viel weer naar beneden. Toen hij weer naar boven kroop om het nog eens te proberen hoorde hij iets…

Foto Greetje Sibon-Jonkers

Een grote dikke mus vloog voorbij en zag de specht voor de tweede keer naar beneden vallen. Hij vond het wel een beetje raar. Een grote specht die niet kan vliegen…

“Lukt het niet?” vroeg de  mus, ”zal ik je handje helpen of beter gezegd ‘een vleugeltje helpen’?”  De specht was geschrokken en viel bijna van de tak. “Da’s echt niet grappig,” riep de specht boos. Met zijn pootjes kon hij zich nog juist vasthouden. “Sorry, maar geef toe, het is toch raar om een grote specht te zien die niet kan vliegen hé,”  zei de mus terwijl hij naast de specht kwam zitten. “Ik weet het, het is mijn eigen schuld. Ik ben veel te lang in het nest gebleven. Terwijl mijn zusjes en broertjes leerden vliegen, bleef ik bij mama en papa . Ik was te lui en daar heb ik nu heel veel spijt van,” zei de specht verdrietig. “Kop op, je bent nooit te oud om iets te leren. Ik zal je helpen,” lachte de dikke mus. “Kijk naar mij als ik vlieg. Kijk goed hoe ik het doe.” De specht keek naar de mus. “Vleugels helemaal spreiden en dan rustig op en neer,” toonde de mus.

Foto Greetje Sibon-Jonkers

Na enkele keren proberen lukte het al vrij goed. Samen vlogen ze door de lucht. De specht was nog vlug moe omdat zijn vleugels nog niet zo sterk waren. Hij oefende en oefende tot hij het heel goed kon. Nu kon de specht overal naar toe vliegen. En dat deed hij heel vaak met de mus, die hij zo dankbaar was. Ze werden de beste vrienden.

Foto Greetje Sibon-Jonkers

De specht vond het zalig om te kunnen vliegen. Het liefste vloog hij naar de hoogste takken van de bomen. Van daaruit kon hij de hele wereld zien. Een zalig gevoel…

Illustratie Fran Cole

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.