Vervolg op
deel 1
De volgende morgen ontwaakte Alffartje als eerste. De kabouters lagen nog rustig te slapen. En Krisje Krekel lag luid te snurken.
Alffartje kroop uit zijn warm bedje en zette zijn muts af. Heel voorzichtig waggelde hij naar buiten. Zijn bruine kam hing nog helemaal slap. Het deurtje van de holle boom piepte als Alffartje ze opende.
Het was nog vroeg, donker en heel stil in het bos.

“Wat heb ik zalig geslapen en hoe mooi en rustig is het hier in het grote bos,” genoot Alffartje. Zijn bruine kam stond weer mooi rechtop.
“Hoe hoehoehoe, jij bent vroeg wakker,” fluisterde Meneer Uil. “Oh is me de dat schrikken,” zuchtte Alffartje. “Wacht jij tot de zon opkomt?” vroeg Meneer Uil, “het is zo mooi als de zon het bos verlicht. Maar dan is het na de lange donkere nacht weer tijd voor mij om te gaan slapen. Maar niet voor Krisje een leuk melodietje speelt op zijn viool.”
“En voor mij wordt het tijd om te vertrekken naar een warme plaats, nu het hier nog niet te koud is,” antwoordde Alffartje met een diepe zucht.

Even later verschenen de eerste zonnestralen tussen de takken van de bomen. Het beloofde een mooie dag te worden. Het leek alsof alles in het bos van goud was…
Meneer Uil spitste zijn kleine oortjes. In het bos klonk een leuk melodietje. Krisje speelde, zoals elke morgen, op zijn viool. De dieren ontwaakten en kwamen samen op de open plek om elkaar goeiemorgen te wensen.

Als Meneer Uil en Alffartje op de open plek kwamen, waren de kabouters, Evert de eekhoorn en Morris merel er ook al. Emiel de egel was er niet bij. Hij hield zijn winterslaap
“Wat is het hier gezellig,” genoot Alffartje, ”en ik heb zo goed geslapen. Ik ben helemaal klaar voor mijn reis naar een warmere plaats.” De vrienden wilden nog geen afscheid nemen. “Waarom blijf je niet bij ons tot het weer lente wordt,” stelde Krisje Krekel voor. “Oh ja, gezellig,” juichte Morris Merel. “Dan kan je elke nacht in je warme bedje slapen, bij ons in de holle boom,” zegden de twee kaboutertjes. Alffartje dacht even heel diep na…Zijn bruine kam hing slap. Hij twijfelde…
“En als het echt koud wordt maken we buiten een vuurtje aan en laten we in de holle boom ons klein kacheltje branden,” vertelde Kamiel de kabouter. “En ik brei voor jou een warme sjaal, een dikke muts en warme sokken,” lachte Kaatje.
Het bleef nog even stil. De bruine kam van Alffartje stond weer mooi rechtop. “Ok ik blijf bij jullie,” lachte Alffartje, ”tot het weer lente wordt.” Krisje Krekel nam zijn viool en speelde nog een vrolijk melodietje. De vrienden dansten in het rond. Ze waren zo blij dat Alffartje nog een hele tijd bij hen bleef. “Vrienden, voor mij is het hoog tijd om te gaan slapen. Mijn ogen doen pijn van de zon en ik heb mijn brilletje niet bij. Tot vanavond,” zei Meneer Uil terwijl hij zijn vleugels spreidde.
Deel 2
Alffartje logeert nu al enkele weken bij zijn vrienden in het grote bos. Hij helpt hen elke dag met hout sprokkelen voor de vuurtjes, de laatste bessen en nootjes verzamelen.

In die tijd was het kerstmis en werd er een reuze kerstboom versierd. Alffartje had dit nog
nooit gezien maar hielp heel graag mee. Hij vond het prachtig
Ze zochten de mooiste spar in het bos en versierden hem. Iedereen hielp mee. Meneer Uil had dennenappels in de kersboom gehangen toen het donker was. Morris maakte prachtige rode bessenslingers. Evert de eekhoorn koos de mooiste eikeltjes uit en Kaatje, het kaboutervrouwtje, maakte kleine sokjes om in de boom te hangen.
En als het donker werd, kwamen er wel honderd vuurvliegjes de boom verlichten. Zo konden ze met z’n allen genieten van hun prachtige kerstboom als ze samen kwamen om elkaar een rustige nacht toe te wensen.

Zoals elke morgen is Alffartje weer als eerste wakker. De kabouters slapen nog en Krisje ligt weer luid te snurken. “Brrr, brrr” bibbert Alffartje als hij uit zijn bedje stapt, “het is koud vandaag.” Hij klappert met zijn vleugels om het warm te krijgen en stampt zacht met zijn pootjes op de grond.
Als Alffartje voorzichtig de deur opent, kijkt hij heel verbaasd. Zijn bruine kam hangt helemaal slap. Hij begrijpt er niets van.
Op de grond ligt een wit tapijt. Ook op het trapje voor de deur. De takken van de bomen hebben een wit laagje en uit de lucht vallen dikke witte regendruppels. Zijn kopje hangt een beetje schuin wanneer Alffartje verbaasd rondkijkt. “Wat is er hier gebeurd?” roept hij ongerust.

Krisje en de kabouters worden wakker. “Kom kijken, kom kijken! Er is iets ergs gebeurd!” roept Alffartje. “Rustig, rustig blauwe vriend,” sust Krisje, “wat is er dan?”
Als hij door de deuropening kijkt, ziet hij de sneeuw liggen. “Oh fantastisch! Kaatje, Kamiel kom kijken het heeft gesneeuwd vannacht!” juicht Krisje.
Even later staan ze met vier in de deuropening te kijken naar het besneeuwde bos. Alffartjes bruine kam hangt nog helemaal slap. “Gesneeuwd???” vraagt Alffartje. “Heb je dat nog nooit gezien?” lacht Kamiel. Alffartje schudt zijn kopje. “Regen heb ik al uit de lucht zien vallen. Maar die witte dingetjes heb ik nog nooit gezien.”
“Dat zijn sneeuwvlokjes,” zegt Krisje terwijl er eentje op zijn neus valt. “Als het kouder wordt vallen die af en toe uit de lucht. Soms blijven ze liggen op de grond en kunnen we er mee spelen. Van waar ze komen weet ik niet. Dat moet je eens aan Meneer Uil vragen.”

Krisje en de kabouters stappen verder naar buiten. Alffartje wacht nog even. “Komaan, dat doet geen pijn hoor,” lacht Kamiel. Krisje krekel zet heel voorzichtig enkele stappen in de sneeuw. “Brrr…ik vind de sneeuw heel mooi maar het is nat en koud hé,” bibbert Krisje terwijl hij terug naar de holle boom stapt om zijn viool te halen.
De kabouters vinden het zalig in de sneeuw. Kamiel heeft een grote sneeuwbal gerold en Kaatje twee kleintjes. “Speel je mee Alffartje,” vragen ze samen.
Alffartje spreidt zijn vleugels en stapt vastberaden in de sneeuw. Zijn bruine kam staat mooi rechtop.

“Het kriebelt aan mijn pootjes,” giechelt Alffartje terwijl hij naar de afdrukken kijkt die zijn poten maken in de sneeuw. “Ik ga ook een bal rollen!” roept hij, “een sneeuwbal!” Alffartje vindt het fantastisch al die sneeuw ook al is die koud en nat.
Terwijl Krisje in de holle boom is, komen de andere vrienden een beetje ongerust naar de open plaats die nu helemaal bedekt is met sneeuw. Ze hebben Krisje nog niet gehoord en willen graag een goeiemorgen wensen aan elkaar.

“Wat hebben ze hier veel sneeuwplezier!” lacht Evert eekhoorn als hij bij de open plek komt. Hij vroeg zich af waarom hij Krisje nog niet had horen spelen. “Maar waar is Krisje? En waarom speelt hij niet op zijn viool?” vraagt Evert zich af.
Ook Morris merel is, zoals elke morgen op post. “Ik kom meespelen!” lacht hij. Hij vliegt tot bij Alffartje en de kabouters. Daar landt hij zachtjes in de sneeuw.
“Wat is hier aan de hand? Ik wil wel gaan slapen hé!” roept Meneer Uil een beetje boos. Hij heeft zijn brilletje op omdat het al dag is en ook omdat de witte sneeuw het heel licht maakt.

Vanuit de holle boom klinkt nu het bekende melodietje dat Krisje elke morgen speelt op zijn viool. Krisje stapt naar buiten en gaat op een boomstronk zitten. Er ligt geen sneeuw op want hij ligt onder de takken van een hoge boom.
Meneer Uil roept nog ‘Goeiemorgen’ naar zijn vrienden en vertrekt om te gaan slapen. Maar die horen hem niet. Ze hebben zo veel plezier in de sneeuw…

Terwijl Krisje rustig verder speelt op zijn viool maken Evert, Morris, Alffartje en de kabouters een hele grote sneeuwman. Als de eerste grote sneeuwbal er staat, begint Evert met sneeuwballen te gooien. Natuurlijk doen de anderen mee. Ze houden een echt sneeuwballengevecht.

Maar als ze moe worden, doen ze verder aan de sneeuwman. Ze maken nog een grote sneeuwbal voor de buik en een kleinere voor het hoofd. Kaatje kabouter haalt een muts en een sjaal terwijl Evert nootjes haalt voor de ogen, de mond en de knopen van de witte jas. Alffartje heeft een denappel gevonden voor de neus en Evert steekt twee takjes in de sneeuwman. Zo heeft hij twee armen.
En dan klinkt er een applaus; “BRAVO! Wat een mooie sneeuwman! Dat hebben jullie zo mooi gemaakt!” juicht Krisje krekel.
Na een middagdutje in de holle boom, gaan de vijf vrienden terug in de sneeuw spelen. En Krisje… die gaat weer op het droge stronkje zitten en speelt vrolijk op zijn viool.

Die avond wordt het besneeuwde bos verlicht door de volle maan. En zoals elke avond, als het koud is, maken ze een vuurtje aan. “Oh wat is het hier gezellig,” geniet Alffartje terwijl Krisje op zijn viool speelt. Ook Meneer Uil is erbij.
Het duurt niet lang voor de vrienden moeten geeuwen. Want in de sneeuw spelen… daar word je zo moe van. Behalve Meneer Uil die is klaar voor een lange donkere nacht in het besneeuwde bos.
Het is bedtijd. De vrienden wensen elkaar een rustige nacht. En even later, als je heel goed luistert, hoor je het luide gesnurk van Krisje Krekel.
