
Een nieuw verhaal over Alffartje. Deze keer gaat hij op avontuur met Mars, het jonge dwerggeitje.

Op de Alffarhoeve woont een hele kudde dwerggeiten. Filiberke en Schalulleke zijn er twee van. Ze hebben samen een zoontje Mars.
Mars is een kleine lieve deugniet. Elke dag huppelt hij de weide rond. Het lijkt dan alsof hij danst.

Mars lijkt heel goed op mama Schalulleke. Hij heeft een grote witte vlek op zijn buik en kleine hoorns. Schalulleke heeft geen witte vlek en haar horens zijn al groot. Mars is geboren zonder horens. Hoe ouder hij wordt, hoe groter ze zullen worden.
Mama Schalulleke is een heel dappere geit. Ze rent vrolijk mee met de andere geitjes op …maar drie pootjes.

Als het ’s morgens voedertijd is en de dieren hun ontbijt krijgen, is Mars er als de kippen bij. Net als mama Schalulleke, papa Filiberke en de andere geiten.
Ook Alffartje komt ’s morgens ontbijten. Dat doet hij bij de kippen. Samen kakelen ze en eten hun buikje rond.

Als de geiten gegeten hebben, blijft Mars nog even staan. Hij kijkt rond en snuffelt op de grond. Op zoek naar een restje van het eten.
Op weg naar de knotwilg vliegt Alffartje over de weide waar de dwerggeitjes staan. Daar hoog in de lucht fluit hij een vrolijk liedje. Zijn bruine kam staat mooi rechtop.
“Hé kleintje,” roept Alffartje als hij Mars ziet snuffelen, “wat doe je daar?”
“Mèè mèèè, kleintje, kleintje!” mekkert Mars boos, “en jij dan, jij bent ook niet van de grootste hé!” Mars en Alffartje zijn de beste vrienden en ja… die plagen elkaar wel eens.
Alffartje vliegt lager en sluit zijn vleugels. Hij landt op de weide van de dwerggeitjes. Waggelend komt hij dichterbij.

Ze begroeten elkaar…
Het is een zonnige dag en Alffartje gaat zijn vrienden bezoeken. “Heb je zin om mee te gaan?” vraagt Alffartje. “Straks misschien, als mama en papa hun middagdutje doen. Ik spring dan soms over de draad om de andere dieren te bezoeken,” fluistert Mars, ”dat is mijn groot geheim. Het mag eigenlijk niet van mama, ze vindt het te gevaarlijk.” Alffartje kijkt verbaasd. Zijn kopje staat een beetje schuin. “Dan is het nu ons geheim,” lacht Affartje.

Het is middag. Mama Schalulleke en papa Filiberke genieten van een middagdutje.
Mars staat op wacht bij de hoge draad. Als Alffartje komt aanvliegen, neemt Mars een grote aanloop en springt erover. “Dat kan jij niet hé,” lacht Mars. “Nee, dat kan ik niet,” zeurt Alffartje, “maar ik kan wel fluiten, vliegen en waggelen en dat kan jij niet.” Mars komt dichterbij. “En ik kan ook mekkeren, vlug lopen en mama zegt dat ik heel dapper ben,” antwoordt Mars. “Ik wil ook graag dapper zijn, maar ik weet niet hoe dat moet,” zeurt Alffartje. “Ik zal het je leren. Ben je bang van iets?” vraagt de kleine geit. “Euh ja, van de grote dieren hier op de Alffarhoeve,” antwoordt Alffartje verlegen. “Ok, dan gaan we die vandaag opzoeken,” zegt Mars.

Hij wijst de weg…
Eerst gaan ze naar de emoes. “Oh nee, daar ben ik echt hééél bang van,” denkt Alffartje, “ze zijn zo groot en als ze boos zijn maken ze een verschrikkelijk geluid.” Alffartje wil dapper zijn en vliegt over de hoge draad. Heel voorzichtig waggelt hij dichterbij. De emoes hebben de kleine blauwe vogel gezien. Ze zijn boos en maken een oorverdovend trommelend geluid.
Alffartje zet het op een lopen en vliegt over de hoge draad terug naar Mars. “Dat doe ik nooit meer!” roept Alffartje boos en zijn grote bruine kam hangt helemaal slap.
Mars staat verbaasd te kijken. “Mèèè mèèèè, bravo bravo!” roept hij. Alffartje begrijpt er niets van en houdt zijn kopje scheef. “Wat ben jij dapper!” lacht Mars, “zo dicht bij die grote vogels… dat durft ik niet hoor. Dikke dikke bravo.”
Apetrots waggelt Alffartje verder. Zijn bruine kam staat weer mooi rechtop.

“En nu gaan we naar de grote geiten”, zegt Mars angstig. Als hij vertelt dat hij een tijdje geleden enorm geschrokken was van Georges, begrijpt Alffartje dat de kleine vriend echt bang is.
“Kijk, daar staat hij,” fluistert Mars. “Zal ik met je meegaan tot aan de hoge draad?” vraagt Alffartje. “Nee nee, ik wil alleen gaan want ik wil dapper zijn hé,” fluistert Mars.
Pootje voor pootje sluipt Mars tot aan de draad. De grote Georges komt ook dichterbij. Ze staan neus aan neus. Als Georges zijn kop naar omhoog doet, gaat Mars veel stapjes achteruit. Hij weet wat er gaat gebeuren… “Méééé! Mééééé! Méééé!” mekkert Georges heel luid. Ook Alffartje, die een eindje verderop staat te kijken, schrikt en vliegt op. “Wat ben jij dapper!” zucht Alffartje, “dikke dikke bravo!”

“Vanmorgen vloog ik over de weide van Olga en Suzy. Was me dat schrikken,” vertelt Alffartje, “ze zagen er zo raar uit.” Mars moet lachen. “Ja ik weet, akelig hé. Kom we gaan ernaar toe dan kan je het goed zien,” zegt Mars.
De twee dappere vrienden stappen en waggelen naar de vreemde wezens. “Hé Olga, waarom zie je er zo akelig uit?” roept Alffartje van op een houten paal. Olga stapt dichterbij. “Ia ia ia ia, we hebben een kap op ons hoofd om de vliegen weg te houden. Het ziet er een beetje gek uit maar het werkt goed,” lacht ze. “Ia ia ia ia“ Olga begint heel luid te balken. Mars en Alffartje zijn niet bang. Ze zijn heel dapper…

Ze gaan verder op bezoek bij de grote dieren.
Als ze bij de alpaca’s komen, gaat Alffartje op het hekje zitten. Cloudy, een grote alpaca is op wandel met zoontje Pim. “Hé blauwe vriend, kom je nog eens op bezoek?“ roept kleine Pim. (https://babbielle.be/de-avonturen-van-alffartje/pienter-pimmetje/#more-5081). “Ja ja, ik ga samen met Mars op bezoek bij de grote dieren want wij zijn heel dapper,” antwoordt Alffartje. Maar het kleine geitje is niet zo dapper, hij staat op een veilige afstand.
“Komaan Mars, kom eens dichter. Ze zijn lief hoor, de alpaca’s,” lacht Alffartje. “Maar ze durven spuwen en bijten,” zegt Mars boos. “Da’s waar,” zegt Pim, dat doen we als we bang of boos zijn. Maar nu zijn we niet bang en heel blij met jullie bezoekje.” Dapper stapt Mars dichterbij en steekt zijn snuit door een gaatje van de draad.
De dappere vrienden zijn al een hele tijd op pad. Zouden papa Filiberke en mama Schalulleke nog slapen?
Daar heeft Mars niet meer aan gedacht…

Omdat hangbuikvarkens ook grote dieren zijn, gaan Allfartje en Mars hen ook een bezoekje brengen. Ze zijn groot en log maar heel rustig. Médard staat aan de draad en steekt zijn zwarte snoet erdoor. “Knor knor knor dag vriendjes. Ik ben blij van jullie nog eens te zien,” knort hij zachtjes. Hij draait zich om en waggelt heel traag naar zijn hok. Even later ligt hij daar luid te knorren. De grote slaapkop.
De mini-zeboes zijn voor Alffartje en Mars ook grote dieren, en zeker niet mini. Ze krijgen ook nog bezoek.
“Alffartje vliegt op en landt op een grote dikke houten paal. Mars steekt zijn kleine snuit tussen de koude staven van het ijzeren hek. Flor komt dichtbij en loeit heel luid. Mars en Alffartje blijven staan en loeien vrolijk mee. “Kleine deugnieten. Ben je weer ontsnapt kleine Mars?” lacht Flor. “Ssssst dat is een geheim,” fluistert Mars.
En dan denkt hij eraan. “Oh, ik moet naar huis voor mama en papa wakker worden.” Mars rent zo vlug hij kan en Alffartje vliegt hem achterna. Zullen ze op tijd zijn?
Met een grote aanloop springt hij over de hoge draad en … ze slapen nog. “Gelukt, het blijft ons geheim,” hijgt Mars.
Onze dappere vrienden zijn doodmoe. “Ik ga ook een dutje doen,” geeuwt het kleine geitje. “Ik ook,” geeuwt de kleine blauwe vogel. “Want van dapper zijn word je heel moe,” geeuwen ze samen.

Wat een prachtig verhaal Hilde. Ik heb het zelf heel graag gelezen.Oudere mensen worden een beetje als kinderen hè 😂
Heel mooi verhaal,dat maakt mijn dag helemaal goed!!!🥰🥰