
Het is weer volle maan dus… een nieuw avontuur van Alffartje.
Op de Alffarhoeve is het volop zomer. Dat kan je zien, horen en voelen.

Bij zonsopgang fluiten de vogels hun mooiste lied. Ze vertellen dat het weer een prachtige dag wordt.
Overal zie je bloemen staan. Het zijn wilde bloemen. Ze duiken zomaar ergens op. De wind bracht de zaadjes mee en strooide ze in het rond. In het gras, tussen de struiken en aan de rand van de vijver. Er zijn grote, kleine, lange, korte, witte, gele, paarse, roze, rode …
Het is al enkele dagen heel warm, te warm. Daarom krijgen de dieren van de Alffarhoeve hun ontbijt in de vroege uurtjes, als het nog fris is.
Als de buikjes gevuld zijn, gaan ze op zoek naar een frisse plaats in de schaduw van bomen, struiken of in de stallen.

De grote Indische loopeenden maken samen met mama eend en haar zeven kleintjes een ochtendwandeling. Het wordt vlug heel warm en ze waggelen naar de vijver. Zalig zwemmen in het frisse water. Af en toe gaan ze kopje onder, op zoek naar iets lekkers. Zo zorgen ze zelf voor hun ontbijt. Maar ze genieten ook van wat fijngesneden groenten die ze krijgen als ze bij de andere dieren zijn.

Ook Alffartje is er als de kippen bij deze morgen. Op weg naar het kippenhok vliegt hij over de weide waar de alpaca’s genieten van hun ontbijt.
“Goeiemorgen,” roept Alffartje, “smakelijk.” Zachtjes hummen de alpaca’s terwijl ze smikkelen en smullen. Een maand geleden was de scheerder op de Alffarhoeve. Hij scheerde hun dikke vacht af. Wat een geluk. Ze zouden het anders veel te warm hebben.
Zoals elke morgen lieten de kippen en de hanen nog wat lekkers over van hun ontbijt. Alffartje kan ook zijn buikje vullen.

Daarna vliegt Alffartje terug naar de holte van de knotwilg. Daar is het lekker fris.
Aan het hek van de alpacaweide ziet hij Cloudy en André staan. Ze maken een praatje met de dikke witte kip. Alffartje landt op het hek. “Goeiemorgen allemaal. Jullie hebben veel te vertellen,” lacht hij.
“Tok tot tok,” kakelt de kip, ”we hebben groot nieuws”. Alffartje is nieuwsgierig. “Zijn bruine kam hangt slap en hij houdt zijn kopje schuin. “Vertel vertel, wat is er gebeurd?” Cloudy en André hummen zachtjes. “Kijk eens daar,” kakelt de kip.

Alffartje draait zich om en ziet Ciska staan. Maar wie staat daar nog? Alffartje vliegt wat dichterbij en ziet een klein ezeltje. Zijn bruine kam staat nu kaarsrecht en zijn oranje snavel valt open van verbazing. “Is dat jouw kleintje?” juicht Alffartje. “Ia ia
ia mag ik je voorstellen… dit is kleine Isidoor, mijn zoontje. Hij is vannacht geboren,” balkt Ciska fier. “Oh schitterend, wat een koddig kleintje,” roept Alffartje,“ ja da’s zeker groot nieuws!”

Isidoortje schrikt als hij Alffartje ziet en zet enkele stappen opzij. Dan gaat hij liggen. “Oh sorry. Ik wilde je echt niet laten schrikken?” zegt Alffartje. “Dag Isidoortje, welkom op de wereld en op de Alffarhoeve. “Ik ben Alffartje en woon hier al een hele tijd op de Alffarhoeve. Daar in de oude knotwilg. Ik kakel als een kip, waggel als een eend, vlieg en fluit en zie er een beetje anders uit. Alle dieren van de Alffarhoeve zijn mijn vrienden. Wil jij ook mijn vriendje zijn?” vraagt Alffartje. Isidoortje antwoordt niet.

“Hij is nog heel verlegen,” lacht Ciska terwijl Isidoortje rechtstaat en weer heel dicht bij zijn mama gaat staan. Het koddige kleintje heeft honger. Hij gaat melk drinken bij mama Ciska. Dat doet hij door aan haar tepels te zuigen. Daar komt lekkere moedermelk uit waar Isidoortje goed van groeit.
“Ik laat jullie even met rust,” fluistert Alffartje terwijl hij zijn vleugels spreidt en wegvliegt.
Hij vliegt rond op de Alffarhoeve om zijn vrienden te begroeten. De meeste dieren liggen te rusten in de schaduw. In de zon is het al heel warm.
Alffartje vliegt naar de knotwilg voor zijn middagdutje. In de holte, op zijn bedje van afgevallen bladeren, is het lekker fris. “Zalig,” geniet hij en valt in slaap.
“Aaaah,” geeuwt Alffartje als hij zijn ogen weer opent. Hij waggelt naar buiten tot op een dikke tak. Van daar heeft een mooi uitzicht op de Alffarhoeve. Het is muisstil…

Alffartje rekt zich uit en spreidt zijn vleugels. Hij gaat op zoek naar zijn nieuw vriendje Isidoor.
Het kleine ezeltje heeft ook een middagdutje gedaan. In de schaduw op het malse gras.
Mama Ciska slaapt nog als Isidoortje wakkert wordt. “Hé Isidoor, heb je ook een dutje gedaan?” vraagt Alffartje als hij neerstrijkt in het gras. “Ia ia ia sssst,” fluistert het ezeltje, “mama slaapt nog.” Isidoortje staat op en wandelt een eindje verder. Alffartje waggelt mee.

“Gaan we samen spelen?” vraagt Alffartje. “Ia ia ia spelen? Wat is dat?” vraagt Isidoortje en houdt zijn kopje schuin. “Dat is iets leuk wat jonge diertjes heel graag doen,” lacht Alffartje. Isidoortje begrijpt het niet en houdt zijn kopje nog schuiner. “Ik zal het je tonen,” zegt Alffartje, “kijk heel goed naar mij.” Alffartje spreidt zijn vleugels. “Dit zijn mijn vleugels en met die vleugels kan ik vliegen,” vertelt Alffartje. “Ia ia ia, dat heb je verteld en je kan ook fluiten en euh…” Isidoortje weet het niet meer. “Kakelen als een kip en waggelen als een eend,” lacht Alffartje.

“Ik vlieg laag en kijk nu vlieg ik heel hoog,” roept Alffartje. Als hij weer op de grond staat fluit Alffartje een vrolijk duintje. “Is dat fluiten?” vraagt Isidoortje. Hij probeert het ook maar het lukt niet. Zijn mond is veel te groot. “Ik kan wel zingen zoals mama,” vertelt hij trots. “Ik ben een ezel a ia ia a, met lange oren, jajaja… https://www.youtube.com/watch?v=ZvDLaxxg6Mk.
En Alffartje fluit vrolijk mee…

“En nu vliegen!” roept Isidoortje. “Dat kan je niet want je hebt geen vleugels!” lacht Alffartje. Het kleine ezeltje spring op en neer. Steeds hoger en hoger. “Fantastisch!” juicht Alffartje, “maar dat is springen, niet vliegen. Hij wil dat ook proberen maar valt op de grond. Wat hebben ze een plezier! “Nu zijn we aan het spelen,” vertelt Alffartje, “we vinden het plezant en we lachen.”
Nu begrijpt Isidoortje het. “Ia ia ia, ik wil nog spelen.”
“IA IA IA!” roept mama Ciska luid. Het is etenstijd. “Ga je mee Affartje?” vraagt Isidoor.

De blauwe vogel spreidt zijn vleugels, vliegt naar Isidoortje en landt op zijn rug. “Klaar! Start!” Voorzichtig wandelen ze samen naar mama Ciska.
“Ah daar ben je koddig kleintje,” lacht Ciska. “Ia ia ia”, balkt Isidoortje blij, “ik heb gespeeld en dat was leuk.” Mama Ciska is zo fier op haar zoontje. “Dank je wel Alffartje. Het is zo leuk dat jij zijn vriendje bent. Nu is het etenstijd en daarna gaat hij een dutje doen,” vertelt ze.
“Tot de volgende keer Isidoortje, dan gaan we weer spelen,” roept Alffartje en vliegt weg, “flink eten en goed slapen hé.”

’s Avonds is het weer volle maan en komen Alffartjes beste vrienden Chalulleke, Chloë en Chepito op bezoek. Maar eerst vliegt Alffartje langs zijn nieuwe vriendje Isidoor.
Die ligt in de stal al klaar om te gaan slapen. Bij het licht van de volle maan ziet hij zijn vriend Alffartje staan. ‘Ia ia ia, kom je nog eens op bezoek?” lacht het koddige kleintje. “Ik kom welterusten zeggen,” fluistert Alffartje. “Lekker slapen en tot morgen.” Isidoortje geeuwt en rekt zich uit. “Aaaah slaapwel. En morgen gaan we weer spelen hé,” fluistert hij. “Da’s beloofd, koddig kleintje” en Alffartje vliegt terug naar de knotwilg. Daar staan zijn vrienden al te wachten. En Alffartje, die heeft weer heel wat te vertellen…

Schitterend