Happy Henkje

Wat een leuke thuiskomst voor Alffartje! Hij leert heel wat nieuwe vrienden kennen, grote en kleine.

Alffartje is weer thuis bij zijn vrienden op de Alffarhoeve. Moe van de reis zoekt hij een lekker warm plekje in de zon om uit te rusten. Het is volop lente en Alffartje geniet op het bankje met zachte kussens van de prachtige natuur op de Alffarhoeve.

De bomen staan in bloei en de weiden zijn prachtig groen.

Het is nog rustig. De dieren doen een middagdutje. Ook Alffartje sluit zijn ogen en valt in slaap…

Tot het luide gekir van twee duiven Alffartje wakker maken. Ook zij genieten van de warme lentezon en van elkaar.

Alffartje rekt zich uit en spreidt zijn vleugels.

“Aaaah,” geeuwt hij en vliegt naar de grote groene weide waar de ezeltjes staan te grazen.

“Hallo, hier ben ik weer! Fwiet fwiet!” fluit Alffartje. “Ia ia ia ia, welkom terug,” balken de ezeltjes. Eéntje rent weg naar de andere kant van de weide en graast daar verder. “Hé ben jij dat, Henkje? Wat ben jij groot geworden”, zegt Alffartje terwijl hij dichter vliegt. “Ia ia ia wie ben jij? Ik heb je hier nog nooit gezien,” balkt Henkje bang.

Hij rent naar de stal waar hij dicht bij mama Charlotje gaat staan. 

Alffartje vliegt hem voorzichtig achterna en landt net voor de stal.

Henkje herkent Alffartje niet. Hij was nog heel klein toen Alffartje voor de winter naar het grote dierenbos vertrok.  

“Kom maar binnen hoor,” lacht Charlotje als ze Alffartjes grote oranje snavel ziet door een spleetje van de stal. Alffartje waggelt dichterbij. “Henkje schrok toen hij je zag. Hij herkende je niet meer,” vertelt Charlotje. “Dat begrijp ik. Ik zal me even voorstellen,” lacht de kleine blauwe vogel.

“Ik ben Alffartje en woon hier al een hele tijd op de Alffarhoeve. Daar in de oude knotwilg. Ik kakel als een kip, waggel als een eend, vlieg en fluit en zie er een beetje anders uit. Voor de winter ben ik vertrokken naar mijn vrienden in het grote dierenbos en nu ben ik terug bij al mijn vrienden van de Alffarhoeve,” vertelt Alffartje.

Henkje besnuffelt de blauwe vogel voorzichtig. “Hé wat heb jij een natte neus,” giechelt Alffartje als Henkje aan zijn oranje snavel komt.

“Ia ia ia, ja en dat kriebelt een beetje hé,” lacht het ezeltje. “Er zijn nog nieuwe vrienden op de Alffarhoeve komen wonen en bij de schapen en de geiten zijn er veel kleintjes,” vertelt mama Charlotje. “Oh leuk, die wil ik allemaal leren kennen,” juicht Alffartje, “wil jij ze tonen Henkje?” Het kleine ezeltje kijkt heel lief naar zijn mama… en ja hoor het mag. “Ia ia ia joepie!” juicht Henkje en huppelt vrolijk in het rond. “Wat ben jij een leuk ezeltje,” lacht Alffartje. “Dat is ons Happy Henkje,” zegt mama Charlotje fier.

De twee vrienden gaan op stap…

Als ze bij de alpaca’s komen, blijft Alffartje op een veilige afstand staan. “Ia ia kom maar dichter, je moet niet bang zijn,” sust Henkje, “ik zorg wel voor jou.” Alffartje waggelt stap voor stap naar het hek. “Mag ik je voorstellen… dit zijn Pedro en Emilio,” zegt Henkje blij. De nieuwe alpaca’s kijken verbaasd. Zo een dier hebben ze nog nooit gezien.  Ook Alffartje is verbaasd. Hij kijkt van Pedro naar Emilio. Of is het andersom? De nieuwe alpaca’s lijken heel goed op elkaar. De ene is wel wat groter dan de andere.

“Kom, dan gaan we nu naar Angel, het kleine merrietje,“ zegt Henkje en rent ernaartoe. Alffartje spreidt zijn vleugels en vliegt hem achterna. Zo vlug kan hij niet waggelen. “Mag ik je voorstellen… Angel,” vertelt Henkje. “Ze is bij ons komen wonen, omdat ze graag bij andere dieren wilde zijn. Vroeger was ze een beetje alleen. En zoals je ziet heeft ze al een vriendje gevonden… ia ia ia,” giechelt hij.

“Hihihi,” hinnikt Angel een beetje verlegen. “Dag Alffartje, ik weet wie je bent. Juul heeft al veel over jou verteld.” Alffartje waggelt dichterbij. Hij vindt Angel zo lief. “Welkom op de Alffarhoeve Angel,” zegt Alffartje en hij fluit er een vrolijk deuntje bij. En Angel en Juul hinniken vrolijk mee terwijl ze neuzeneuze doen.

“Nu gaan we naar een heel speciale nieuwe vriend,” vertelt Henkje.

In de buurt van de schapen staat Jakko de ram. Alffartje kijkt heel verbaasd. Zijn kopje houdt hij schuin. Alffartje blijft kijken naar de vier grote hoorns. “1 2 3 4,” telt hij luidop. “Mèèè mèèè!” blaat Jakko luid, “Jij moet Alffartje zijn. Ik heb al veel over jou gehoord.” De kleine blauwe vogel is geschrokken en verstopt zich achter Henkje. “Ia ia ia ia!” lacht het ezeltje. “Dat is niet om te lachen,” zegt Alffartje boos, “Jakko is zo groot en ik ken hem niet.” Henkje zegt sorry maar hij vindt het zo grappig als zijn kleine blauwe vriend bang is. Dan trekt hij zo’n gekke snuit.

“Er zijn ook lammetjes, wil je ze graag zien?” vraagt Henkje. Natuurlijk

wil Alffartje dat. “Lammetjes zijn zo lief en zo zacht,” zegt hij.

Al huppelend toont Henkje de weg.

De schapen hebben Alffartje gezien en beginnen luid te blaten. De kleine blauwe vogel wil de lammetjes zien en waggelt binnen in de schapenstal. Henkje wacht buiten.

“Mèèè mèèèè mèèèèè! Welkom thuis Alffartje! Wat hebben we je gemist,” blaten de schapen.

“Alles ok?” vraagt Henkje bezorgd als hij zijn kleine vriend tussen al die blatende schapen ziet. Maar Alffartje hoort hem niet. Als Alffartje begint te fluiten wordt het stil in de stal.

“En dametjes, zijn hier ook lammetjes,” lacht Alffartje  “Mèèè mèèèè natuurlijk wel,” blaat een schaap. Bij ons zijn Dolleke en Nell mama geworden.” Tussen de schapen ziet Alffartje één lammetje lopen. Hij gaat op zoek naar het tweede…

Aan de andere kant van de stal zit mama Nell. “Mèèè  mèèè,” klinkt een zacht geblaat. Daar is het tweede lammetje. Het is Linde. Ze verstopt zich achter Nell als ze Alffartje ziet. “Mèèè mèèè,” blaat Nell, “welkom thuis.” Alffartje kijkt achter Nell en fluit zacht een vrolijk deuntje. Lindeke komt kijken en springt vrolijk op en neer alsof ze danst. “Zo lief en zo zacht,” geniet Alffartje en dan waggelt hij naar buiten.

Henkje staat ongeduldig te wachten. “Oh kijk daar,” zegt Allfartje, “die schapen hebben ook lammetjes.” “Die zijn een beetje vuil” lacht Henkje. “Nee gekke Henkje,” zegt Alffartje, “die hebben hier en daar zwarte vlekken. Dat zijn heel speciale schapen.”

“Jaja kom nu maar mee naar de geiten, daar is ook veel te zien,” zeurt Henkje. “Straks wordt het donker en dan wil ik echt wel bij mama terug zijn.” “Ok, ik zal eerst bij de geiten zijn,” lacht Alffartje terwijl hij zijn vleugels spreidt. Henkje rent hem achterna. Ze maken er een wedstrijdje van. Wie is de vlugste? 

Bijna gelijk komen ze bij de geitjes aan.

Alffartje gaat eerst op bezoek bij Schalulleke. Zij is heel speciaal voor hem. Schalulleke is een dwerggeitje met een mank pootje. De hele dag huppelt ze op drie poten mee met de andere geitjes.  Dat is heel zwaar voor haar en lastig natuurlijk. Maar ze is zo dapper en een fantastische mama. Ook zij heeft kleintjes.

“Mèèè welkom thuis Alffartje. Ik ben zo blij dat je er weer bent,” juicht Schalulleke. “Mag ik je voorstellen… Nieke en Dieuwke, mijn dochtertjes.” “Oh fantastisch wat een schatjes!” juicht Alffartje, “wat zijn ze mooi en wat ben jij toch dapper.” Schalulleke wordt een beetje verlegen. “Dank je lieve Alffartje. Heb je de andere kleine geitjes al gezien?” vraagt ze. “Nee, nog niet. Welke mama’s hebben er nog kleintjes?” vraagt de kleine blauwe vogel.

“Mette is ook mama geworden van een zoontje, Max,” vertelt Schalulleke. “Oh top! Daar gaan we straks op bezoek. Jij gaat toch mee hé Henkje?” vraagt Alffartje. “Natuurlijk!” juicht hij en maak weer een vreugdesprongetje.  Altijd blij ons Happy Henkje.

“En, Sanne heeft ook een kleintje. Dat is Joske,” vertelt Schalulleke, “en tenslotte Sterre die heeft er ook twee, Pip en Woezel. Die vind je, denk ik, bij de voederschaal. Die kunnen nogal eten hoor, die kleintjes.”

Ondertussen is Henkje ongeduldig geworden. Hij wil graag naar huis want het begint al een beetje te schemeren.

Alffartje neemt afscheid van Schalulleke en haar kleintjes. “Tot vanavond,” fluistert hij met een knipoogje. “Ik kijk er naar uit,” fluistert ook Schalulleke.

Als Alffartje en Henkje alle kleintjes en hun mama’s hebben bezocht, is het tijd om afscheid te nemen. “Tot morgen?” vraagt Henkje. “Wie weet,” plaagt Alffartje. Happy Henkje huppelt vrolijk naar de stal waar mama Charlotje op hem wacht.

En Alffartje die spreidt zijn grote vleugels en vliegt naar de knotwilg, waar hij woont. Het is lang geleden dat hij op zijn bedje van afgevallen bladeren sliep.

Het is volle maan en dan zie je Alffartje heel goed staan. Dan komen Alffartjes beste vrienden in het geheim op bezoek. Hij wacht geduldig op een dikke tak in het licht van de volle maan.

En daar zijn ze dan… Chloë, Schalulleke en Chepito. Drie vrienden op een rij en vier met Alffartje erbij. Ze zijn de beste vrienden sinds de eerste dagen dat Alffartje op de Alffarhoeve kwam wonen. Wat een blij weerzien en wat hebben ze veel te vertellen. Het wordt een gezellige avond. Het is al heel laat als ze afscheid nemen en naar hun slaapplaats vertrekken. Heel stil natuurlijk. Want met hun vieren hebben ze nog altijd een heel goed bewaard geheim.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *