Als we maar plezier hebben…

lees eerst zoemend bezoek

Het is nog vroeg in de morgen. De zon is nog maar pas opgekomen, maar staat al hoog aan de hemel te stralen. Het belooft weer een snikhete dag te worden. Dat is al enkele dagen zo…  Naast de vijver, in de tuin waar Bartholomeus en zijn vrienden wonen, verschijnt een hoopje zand.  “Geef mij toch maar een frisse regenbui hoor,” zucht Pol de mol als hij zijn kopje naar buiten steekt. Hij heeft al dagen na elkaar zijn zonnebrilletje op. Bartholomeus, Horatio,  Pol, Pedro en Kobe wensen elkaar een goeie morgen en verdwijnen dan weer op zoek naar een frisse plaats. Pol kruipt terug onder de grond waar het een heel stuk frisser is. Bartholomeus en Horatio zoeken een plaatsje onder de struiken, in de schaduw. En Pedro luiert de hele dag in zijn stal. Het gras van de weide kleurt al bruin van de droogte en veel bloemen hebben dorst en laten hun kopje hangen.

“Als we maar plezier hebben…” verder lezen

Lekker warm…

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Foto Pixabay

Dit is Witje het kleinste kuikentje van mama kip en papa haan. Mama kip heeft wel 6 eitjes uitgebroed. Uit de eerste 5 kwamen allemaal gele kuikentjes. Op het laatste ei heeft mama kip heel lang moeten broeden. En toen het ei eindelijk brak, kwam het laatste kuikentje eruit. En dat was een wit kuikentje. Iedereen noemt hem dan Witje. Witje is het kleinste van alle kuikentjes. Als zijn zusjes en broertjes rondlopen in het kippenhok blijf hij liever dicht bij mama. Daar is het lekker warm…

“Lekker warm…” verder lezen

Lekker warm

Lees ook de verhaaltjes op zoek, sneeuwpret, volg me maar.

“Wat zal ik blij zijn om onze vrienden de alpaca’s terug te zien,” zucht Edison. “Ik ook,” bibbert Valeir, “dan hebben we weer een lekker warm plaatsje om te slapen tijdens de koude nachten.” Edison, Valeir en Kootje zijn al een hele tijd op weg naar de boerderij waar Mike en Spike de alpaca’s wonen. Tijdens hun tocht naar hun twee wollige vrienden hebben ze tijdens de koudste nachten geslapen in allerlei schapenstallen waar het ook wel warm was. Maar toch niet zo warm als bij Mike en Spike. “We zijn er bijna,” lacht Valeir die in de verte de boerderij al ziet staan. “Kom,” zegt Edison tegen zijn vrienden, ”spring maar op mijn rug dan zetten ze we het op een loopje voor het laatste stukje van onze tocht.” Valeir en Kootje gieren het uit van de pret. Edison loopt zo vlug dat de vrienden voortdurend tegen elkaar schuiven op de gladde rug van Edison.

“Lekker warm” verder lezen