Grote honger…

Eindelijk is het weer lente in het grote dierenbos. De dagen zijn weer langer en de nachten korter. En in het bos klinkt deze morgen weer het vrolijke deuntje dat Krisje Krekel speelt op zijn viool. Zo maakt hij alle dieren wakker. De vogels fluiten al vrolijk mee en de konijntjes flapperen weer vrolijk met hun oren. De dieren die een winterslaap gedaan hebben zijn weer wakker en iedereen is weer op post. Of toch bijna iedereen…

“Grote honger…” verder lezen

Twee dikke vrienden

“Wij zijn twee vrienden, jij en ik. Twee dikke vrienden, jij en ik. We blijven altijd bij elkaar al worden we meer dan honderd jaar. We blijven vrienden ja, jij en ik,” klinkt het in het grote bos. Het begint al te schemeren en Meneer uil en de bonte specht zingen een heel leuk liedje samen. Het zijn de beste vrienden. En elke avond voor het feestje op de open plek komen ze samen voor een gezellig onderonsje. Meneer uil is dan al wakker en de bonte specht komt een beetje vroeger dan Krisje krekel en de andere dieren.

“Twee dikke vrienden” verder lezen

Vliegles…

Toen ik een tijdje geleden door het grote bos wandelde hoorde ik een luid geklop. Vanwaar kwam dat geluid en wie maakte het? De babbelboom die aan de rand van het bos staat zou het wel weten en Ik wandelde naar hem toe. Ik zette me neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Hilde, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje?” Ik wilde graag een verhaaltje horen maar eerst wilde weten wat ik gehoord had. “Kan jij me vertellen wat dat luid geklop is dat ik al een paar dagen hoor,” vroeg ik nieuwsgierig. De babbelboom dacht even na… ”ah dat, dat zijn de spechten die hun nest uithakken.” Ik begreep het niet goed maar de babbelboom legde het uit …

“Vliegles…” verder lezen