Kabouter Kas

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Er was eens een klein lief kaboutertje. Zijn naam was Kas. Samen met mama en papa kabouter woonde hij in een gezellig bos. Nee, ze woonden niet in een paddenstoel maar in de stam van een holle boom. Daar hadden ze een gezellig huisje van gemaakt. Net groot genoeg voor hun drietjes. Er woonden ook heel veel dieren in bos. Maar er woonde maar één kabouterfamilie. En dat vond Kas helemaal niet leuk. Hij wilde vriendjes om mee te spelen…

“Misschien willen de kleine dieren wel vriendjes met je worden,” zei mama kabouter op een dag, ”je kan het altijd eens vragen.” En Kas trok het bos in, op zoek naar vriendjes.

“Kabouter Kas” verder lezen

Wie is daar?

In de herfst worden de dagen korter en de nachten langer. ’s Nachts wordt het ook al kouder. Prikkebol kruipt dan ’s nachts onder de blaadjes en slaapt in zijn blaadjesbed.

Op een morgen, het was nog een beetje donker, hoorde Prikkebol iemand wenen. Hij kroop vanonder de blaadjes om te kijken wie het was.

 

“Wie is daar?” verder lezen