Zoemend bezoek…

Illustratie Fran Cole

Het regent al enkele dagen in de tuin waar Bartholomeus en zijn vrienden wonen. “Zalig toch die zachte verfrissende regendruppels,” zegt Bartholomeus als hij ’s morgens een bezoekje brengt aan Pedro de pony. “Hihihi,” hinnikt hij blij, ”echt genieten en goed voor de bloemen en de planten.”

“Zoemend bezoek…” verder lezen

Heb je het al gehoord?

Foto Marleen van Eijk

“Oeoeh! Heb je het al gehoord? Oeoeh! Heb je het al gehoord?” klinkt het luid in het grote dierenbos. Het is Meneer Uil die opgewonden rondfladdert. Ook al is de nacht voorbij en is de zon al opgekomen, Meneer Uil is nog wakker. Hij heeft geen tijd en geen zin om te gaan slapen.  Dolgelukkig wil hij aan zijn vrienden het fantastische nieuws vertellen…

“Heb je het al gehoord?” verder lezen

Een beetje bang

Het is tijd voor een verhaaltje uit het grote babbelboek. Ga even zitten en zeg de toverspreuk dan komt het verhaaltje, het wordt heel leuk.

‘In het grote babbelboek

zijn de letters en de kleuren zoek.

Open, toe en schudden maar…

Het verhaal is klaar, echt waar!’

Foto Carina Verhaegen

“Kijk eens oma,” roept Nimke, ”ik heb een tattoo op mijn arm!” Oma schrikt. “Een tattoo? Waar komt die vandaan?” vraagt ze verwonderd. “Da’s wel geen echte hé, als ik bij mama in bad ga, zal ze er vlug weer afgaan,” lacht Nimke, ”en er staat ‘I love Sint’ op.”  Oma fronst haar wenkbrauwen. “Ah dan is het goed. Waar komt die tattoo nu vandaan?” vraagt oma. “Ik heb die van Zwarte Piet gekregen. Toen we terug naar huis vertrokken van ons bezoek aan de Sint heeft één van de Zwarte pieten die aan mijn gegeven. Jij hebt dan een foto genomen oma, weet je dat niet meer?” vraagt Nimke. Oma heeft veel foto’s getrokken van Nimke, de Sint en zijn pieten.

“Een beetje bang” verder lezen

Sterke Vico

Foto Monique van Middelkoop

Vico is een klein vosje. Hij is nog maar 4 weken oud. Samen met mama en zijn broertjes wonen ze in een hol in een grote rots. Vico is de kleinste van allemaal. Vandaag mag hij voor de eerste keer naar buiten. Dan kan hij met de andere vosjes gaan spelen.

“Sterke Vico” verder lezen

Hulp voor Zeb…

Tijdens een wandeling door het bos kwam Pieter voorbij de Babbelboom. Pieter wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Pieter, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Pieter zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een zeehondje?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Foto Ecomare

In de Waddenzee wonen heel veel zeehonden. Als het eb is of laagwater, liggen ze op de zandbanken te rusten en te zonnen. In de zomer worden er veel jonge zeehondjes geboren op de droge zandbanken. Maar als het vloed of hoogwater is, moeten de kleintjes al direct kunnen zwemmen. De jongen drinken maar een drietal weken moedermelk. In die tijd groeien en verdikken ze heel vlug. Daarna moeten ze zelf zoeken naar eten. Zeehonden eten allerlei soorten vis. Daarvoor zwemmen ze verder naar de Noordzee. Zo gebeurde het ook met Zeb, de kleine zeehond.

“Hulp voor Zeb…” verder lezen

Ooievaar lange poot…

In de buurt van de grote tuin waar Bartholomeus bij en zijn vrienden wonen, is er een ooievaarsdorp. Daar staan allemaal houten palen in de grond. Bovenop ligt een ronde houten plaat. De mensen hebben daar met takken nesten gemaakt voor de ooievaars. Daar komen ze elk jaar naartoe om eieren te leggen en te broeden.

Foto’s Etienne de Maeyer – Dany Van Gheem

Dan is er altijd veel lawaai in het ooievaarsdorp. Praten kunnen de ooievaars niet en om elkaar te begroeten maken ze een klepperend geluid. Ooievaars staan heel vaak op één poot. Als ze kou hebben trekken ze één van hun lange poten in om hem te warmen tussen hun veren.  Ooievaars kunnen niet goed tegen de kou daarom trekken ze dan met z’n allen naar het zuiden, naar Afrika om daar te overwinteren. Enkele weken geleden zijn ze allemaal vertrokken en daarom is het nu weer stil in het ooievaarsdorp. En ook in de grote tuin is het nog stil.

“Ooievaar lange poot…” verder lezen

Twee lichtjes in het donker…

In de grote tuin klinkt zoals elke avond het lied van de vrolijke vrienden en Bartholomeus speelt daarbij op zijn accordeon. De vrienden nemen afscheid en wensen elkaar een goeie nacht. Bartholomeus vliegt over de vijver en het kippenhok op weg naar zijn slaapplaats. Vanuit de lucht ziet hij twee kleine lichtjes tussen de struiken. Bartholomeus vliegt wat lager om te kijken wat die lichtjes zijn. Maar het zijn geen lichtjes…het zijn twee ogen…het zijn de ogen van… een vos.

“Twee lichtjes in het donker…” verder lezen

Aan de andere kant van de wereld…

Tijdens een wandeling door het bos kwam Lena voorbij de Babbelboom. Lena wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Lena D’hooghe

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Lena, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Lena zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een koala?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Aan de andere kant van de wereld, in Australië, leven heel speciale diertjes, koala’s. Men noemt ze ook wel eens koalabeertjes omdat ze er zo schattig uitzien, en ze een superzachte vacht hebben.  Maar het zijn helemaal geen beertjes, het zijn buideldieren, zoals de kangoeroes, die ook in Australië wonen. Ze hebben scherpe klauwen waarmee ze heel hoog in de eucalyptusbomen kunnen klimmen.

“Aan de andere kant van de wereld…” verder lezen

1, 2, 3… hop

Tijdens een wandeling door het bos kwam Fran voorbij de Babbelboom. Fran wilde even rusten en zette zich neer op het stronkje met mos en zei de toverspreuk:

Zelfportret Fran Cole

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Langzaam werd de boom wakker en zei: “Dag Fran, ik ben blij dat je op bezoek komt. Kan ik je plezieren met een verhaaltje? En waarover mag het verhaaltje gaan?”

Fran zei natuurlijk ja en vroeg, “ken je een verhaal over een lieveheersbeestje?”

De Babbelboom knikte ja en vertelde:

Er was eens een lieveheersbeestje dat veel eitjes gelegd had. Na een paar dagen kwamen de eitjes uit. Uit die eitjes kwamen larven. De larven gingen veel eten, vooral bladluisjes. Dan werden de larven poppen. En na een paar weken kwamen er uit de poppen allemaal kleine lieveheersbeestjes. Levenscyclus lieveheersbeestje

“1, 2, 3… hop” verder lezen