Foto’s met een verhaal…

Illustratie Lolli Doll

“Lies, Lars, kom eens kijken!” roept papa, “opa heeft een mail gestuurd met twee superleuke foto’s bij.” Hij vindt het fantastisch om foto’s van zijn twee kleinkinderen te maken. Maar deze keer heeft hij er wel iets heel speciaal van gemaakt. Mama komt ook kijken. “Oh, zo leuk! Ik ben een eenhoorn!” roept Lies. “En ik ben Aladdin!” roept Lars.

Lies is gek van eenhoorns. Ze heeft er poppetjes van en een dekbed en Lies tekent ook heel graag een eenhoorn of “unicorn” zoals ze altijd zegt. En Lars heeft de film van Aladdin zeker al 10 keer gezien. Hij is grote fan. Maar deze keer heeft hij er wel iets heel speciaal van gemaakt. Mama komt ook kijken. “Oh, zo leuk! Ik ben een eenhoorn!” roept Lies. “En ik ben Aladdin!” roept Lars.

Illustratie Lena Dhooghe

Lies is gek van eenhoorns. Ze heeft er poppetjes van en een dekbed en Lies tekent ook heel graag een eenhoorn of “unicorn” zoals ze altijd zegt. En Lars heeft de film van Aladdin zeker al 10 keer gezien. Hij is grote fan.

“Toen ik zo oud was al jij had ik een boek over Aladdin maar dat verhaal was toch heel anders dan in de film.” “En hoe ging dat verhaal dan?” vraagt Lars. “Even nadenken… kom we gaan in de zetel zitten… ik zal proberen om het te vertellen.” “Ja, vertel, vertel!” roept Lars. Lies en mama komen er ook gezellig bijzitten.

Aladdin was de zoon van een kleermaker. Een tijdje geleden is hij overleden en Aladdin blijft alleen achter met zijn mama. Ze zijn heel arm en daarom gaat hij stelen. Op een keer komt er een tovenaar in het dorp waar Aladdin woont. Hij zegt dat hij de oom is van Aladdin en neemt hem mee op reis. Hij krijgt van zijn oom een heel speciale ring. “Als je ooit in nood bent, moet je aan de ring draaien en dan komt er iemand om je te helpen.” Ze trekken naar de woestijn. Daar is een grot met een kleine ingang. Alleen Aladdin kan er door. Hij moet van zijn oom afdalen in de grot om een heel speciale toverlamp te halen. “Haal de lamp op en raak onderweg niets aan,” zegt de oom. Maar in de grot ziet Aladdin al het goud en edelstenen en hij vult er zijn zakken mee. Zijn oom de tovenaar is zo boos dat hij Aladdin opsluit in de grot. Gelukkig heeft hij de toverring. Deze mocht hij gebruiken als hij in nood zat. Hij draait aan de ring en een geest verschijnt. “Je mag een wens doen,” zegt de geest. Aladdin wenst dat hij weer thuis was. Thuis toont hij de schatten aan zijn mama en ook de lamp. Dankzij de schatten zijn ze nu niet arm meer. Op een dag stoft mama de lamp af. Als ze er op wrijft verschijnt er een geest. Mama schrikt. Het blijkt een wonderlamp.”

Papa stopt met vertellen. “Hoe het verhaal verder gaat, weet ik niet goed meer,” zucht papa. “Alé papa en het was zo spannend,” zeurt Lars. “Ik denk wel dat ik het boek nog heb en dat ligt bij oma en opa. Als we er nog eens zijn, zal ik het zoeken en dan vertel ik verder. Of je kan het dan zelf lezen.” Lars is teleurgesteld. “Gaan we straks naar oma en opa?” vraagt hij ongeduldig. “Vanavond zullen we eens langs gaan,” stelt papa hem gerust.

Lies wil haar foto nog eens zien. “Ken je ook een verhaaltje over een eenhoorn, papa?” vraagt Lies. “Ik ken daar wel een verhaaltje over,” zegt mama. Ze gaan weer gezellig samen in de zetel zitten en nu is het mama die vertelt:
Lang geleden, in een groot bos, was er een vijver met heerlijk fris water. Alle dieren uit het bos kwamen daar drinken. Het was zomer en heel warm. Het had al maanden niet geregend. De beken en rivieren droogden op. Het gras werd bruin-geel. Zelfs het onkruid verdroogde. Maar de vijver van de dieren, die in de schaduw van de bomen lag, bleef vol. Er kwamen dieren van overal toen ze hoorden dat er altijd water was in die heel speciale vijver. Maar op een dag kwam er een boze slang naar het water. Hij gleed snel over het droge gras.Toen hij bij de rand van het water kwam, spoot hij er gif in. Waarom deed de slang dat nu? Gewoon omdat hij heel slecht was. De dieren hadden nu een heel groot probleem. Ze mochten niet meer drinken van het giftige water want dan zouden ze sterven. Op een avond, toen er heel veel dieren aan de vijver stonden, begonnen ze allemaal om hulp te roepen. Iemand moest hen helpen. Anders zouden ze sterven van de dorst. Er was een heel speciaal dier. Hij leefde helemaal alleen, ver weg van de andere dieren. Hij hoorde in de verte het geroep. Hij luisterde, begon heel hard te lopen en dan vloog hij door de lucht. Toen hij bij het bos kwam, zocht hij voorzichtig een weg tussen de bomen. Hij zag de dieren bij de vijver staan en hij rook het vergiftigde water. De eenhoorn had op zijn hoofd een magische hoorn. Hij knielde neer aan de rand van de vijver, boog zijn hoofd en stak zijn lange, spitse hoorn in het water, dieper en dieper, tot hij helemaal onder was. Hij wachtte even, en stond op. De magische hoorn had zijn werk gedaan. Het gif was weg. Het water was weer zuiver en fris. De dieren konden weer drinken. Ze wilden de eenhoorn bedanken maar hij was er niet meer. Hij was weggegaan terwijl ze aan het drinken waren. Zijn werk was gedaan. Niemand wist waar hij was. Maar als de dieren hem nodig hadden moesten ze samen heel luid roepen en dan kwam hij weer… en verdween dan weer heel vlug.

Het was heel stil, daar in de zetel. Ze hadden allemaal heel geboeid geluisterd. “Oh mama, jij kan zo mooi vertellen,” zegt Lies en ze geeft mama een dikke knuffel. Na het avondeten gaan ze naar oma en opa. Lars is zo benieuwd naar het vervolg van het verhaal van Aladdin. “Ja opa, jouw foto’s waren een groot succes hoor,” lacht papa. “De kids waren zo blij.” Ondertussen is Lars op zoek gegaan naar het boek van Aladdin.

Illustratie Fran Cole

“Gevonden!” roept Lars en kijk eens, er zit een tekening tussen van het tovertapijt.” Papa is blij verrast en fier, ”ik kon mooi tekenen hé,” lacht papa. Terwijl ze nog iets drinken bij oma en opa, leest Lars het verhaal van Aladdin verder. “Hoe gaat het verhaal verder?” vraagt Lies aan Lars. “Ik zal het je straks vertellen als we thuis zijn, voor we gaan slapen, ok?” vraagt Lars. “Ja, super!” roept Lies enthousiast. Als ze ’s avonds thuiskomen heeft mama nog een verrassing voor Lies. “Kijk eens, ik heb nog iets gevonden van lang geleden.

Illustratie Fran Cole

Mama toont een prachtige tekening die ze vroeger gemaakt heeft. Van allemaal eenhoorns en een mooie regenboog. “mag ik die op mijn kamer hangen?” vraagt Lies. “Tuurlijk,” neem ze maar mee naar je kamer. Als het tijd is om te gaan slapen, moeten mama en papa niet mee naar boven. “We zeggen hier wel slaapwel” lachen de kids. “Ah ja, da’s waar ook,” lacht papa, ”Lars gaat het verhaal van Aladdin verder vertellen. Maar ik ben ook benieuwd hoe het verder gaat. Mag ik ook komen luisteren?” vraagt papa. “Nee, jij moet wachten tot morgen,” plagen de kids, ”Slaapwel en tot morgen!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *