Het gouden uurtje

Foto Danny Verslype

Een zonnige dag in het grote dierenbos is bijna voorbij. De dieren vonden het nogal druk want er waren heel veel wandelaars. Ze verstoppen zich dan in de bomen en tussen de struiken. Maar als de avond valt wordt het veel rustiger en komen de vrienden weer tevoorschijn. Op de wandelpaden zie je nog enkele fotografen die wachten op het gouden uurtje…

Het begint te schemeren en alle dieren gaan naar de open plek voor het avondfeestje dat ze elke avond vieren voor het slapengaan. In de verte horen ze Krisje Krekel al een rustig deuntje spelen op de viool. Ze zijn weer allemaal op post. Het feestje kan beginnen…

Illustratie Pieter Sageman

“Hé wacht eens even!” roept Kraakje de eekhoorn, ”Prikkebol is er nog niet.” Dat is raar want als er te feesten is, is Prikkebol altijd als eerste op post. “Misschien ligt hij weer te slapen onder een hoopje bladeren,” lacht Krisje, ”hij zal straks wel komen als hij de muziek hoort. ( zie waar is prikkebol)  “Oh, ja daar bij de dikke eik,” lacht de bonte specht. Krisje speelt verder en er wordt weer vrolijk gedanst en gezongen.  Maar Kraakje de eekhoorn is toch een beetje ongerust en gaat op zoek naar zijn stekelige vriend.  Als hij aankomt bij de dikke eik, ziet hij in de verte Prikkebol. Hij loopt zo vlug zijn korte pootjes hem kunnen dragen.

“Hé maatje waar zat jij en waar loop jij naartoe?” roept Kraakje als Prikkebol hem voorbij rent. “Geen tijd, geen tijd,” roept Prikkebol, ”ik heb groot nieuws, heel groot nieuws!” Kraakje springt achter zijn vriend want hij wil weten wat dat grote nieuws is. “Welk groot nieuws?” roept hij. “Straks, straks,” hijgt Prikkebol, ”ik vertel het straks aan iedereen.” Als ze even later toekomen op de open plek is Prikkebol helemaal buiten adem van het rennen. “Vrienden, allemaal stil zijn want Prikkebol heeft groot nieuws!” roept Kraakje die zelf reuzebenieuwd is. Krisje stopt met spelen en alle vrienden staan ongeduldig te wachten. “En wat is dat groot nieuws dan, Prikkebol? Waarom moeten we stoppen met feesten?” wil Krisje weten.

Foto Daniëlle van Doorn

Als Prikkebol eindelijk stopt met hijgen, vertelt hij het grote nieuws…

“Ik heb,” zucht hij, ”een schat gezien. Hier in het bos. Een schat van echt goud. Toen ik op weg was naar de open plek voor het feest, zag ik iets schitteren. Ginder ver aan het bospad waar de wandelaars en de fotografen komen om foto’s van ons bos te maken.

Foto Danny Verslype

Ik volgde de schittering en zag een gouden stronk liggen. Zo maar tussen de blaadjes. Het was echt goud.“  De dieren keken verbaasd naar Prikkebol en naar elkaar. “En waarom heb je het goud dan niet meegebracht? Dan konden we het ook zien,” vraagt de bonte specht ongelovig. “Een eindje verderop zag ik nog goud, een gouden tak met gouden blaadjes. Het schitterde zo fel, het deed pijn aan mijn oogjes. Ik sloot mijn ogen eventjes en toen ik ze weer opende was de gouden tak verdwenen. Iemand heeft hem meegenomen. En toen ik terug naar het andere goud ging kijken, was dat ook weg. Iemand heeft het goud uit ons bos gestolen,” roept Prikkebol boos.

Foto Cindy Kuiphuis

Meneer uil is net wakker geworden en vanuit zijn slaapplaats hoort hij wat Prikkebol vertelt. Hij weet heel goed wat er aan de hand is en vindt het gesprek tussen de dieren op de open plek best wel grappig. Elke andere avond feest Meneer uil ook mee voor hij aan zijn nachtelijke avonturen begint maar vanavond niet. “De dieren moeten zelf maar ontdekken wat er aan de hand is,” denkt hij bij zichzelf, ”en als ze het tegen morgenavond nog niet weten, zal ik het hen vertellen.”  Het gesprek duurt nog een hele tijd. En er komen steeds meer dieren luisteren naar het verhaal van Prikkebol.

Foto Marleen van Eijk

Plots begint de bonte specht heel luid te hameren tegen de stam van de holle boom. Het wordt stil, muisstil. “Gevaar! Gevaar!” roept hij luid. De dieren kijken verschrikt rond. “Het is onze grote vriend Vico vos, die kennen we toch,” lacht Krisje Krekel. “Wat is hier aan de hand?” vraagt Vico, “het avondfeestje duurt zo lang vandaag.” Vico krijgt geen antwoord. “Is het een groot geheim misschien?” lacht de vos. “Eigenlijk wel. Maar als je belooft om het niet verder te vertellen aan de dieren die niet in ons bos wonen, zal ik het vertellen,” fluistert Prikkebol. Vico belooft het en luistert naar Prikkebol die vertelt over het goud dat hij gezien heeft.

Foto Danny Verslype

“Ik heb ook al eens goud gezien,” fluistert Vico. “Zie je wel,” zegt Prikkebol tegen de andere dieren, ”het is echt waar, er is goud in het bos. En is het lang geleden dat jij het gezien hebt?” vraagt de ongeduldige egel. “Van deze morgen. De zon was net opgekomen en ik maakte een ochtendwandeling. Zo vroeg is alles zo rustig en zo mooi. Aan de tak van een klein oud boompje zag ik een gouden blaadje hangen en in het hoge gras stonden twee gouden paddenstoeltjes.  Op de terugweg wilde ik nog eens gaan kijken, maar dan waren ze verdwenen,” vertelt Vico. “Zie je wel!” roept Prikkebol boos, ”er is een dief in het bos die al ons goud steelt. Wij hebben een schat in ons bos en die schat moet in ons bos blijven. Morgen heel vroeg ga ik op pad om de dief te betrappen. Ik vertrek net voor de zon opkomt. En voor wie mee wil gaan… ik vertrek hier aan de holle boom.”

Illustratie Nell Beauprez

Ondertussen is het de hoogste tijd voor alle dieren om naar hun slaapplaats te vertrekken. Voor velen wordt het een onrustige nacht. “Die dromen vast en zeker van een grote schat hier in het bos,” lacht Meneer Uil als hij die nacht rondvliegt en de wacht houdt op de houten paal aan de rand van het bos. En inderdaad er wordt gedroomd, veel gedroomd van een schat, een schat met veel goud hier in het grote dierenbos.

Foto Marleen van Eijk

De volgende morgen is Kraakje de eekhoorn als eerste op post. Tenminste dat denkt hij toch. Als hij wakker wordt en uit zijn holle boomstam kruipt, schijnt de zon al. “Oh, ik ben te laat. Prikkebol en de anderen zullen al vertrokken zijn. Ze gingen vertrekken voor de zon opkwam,” zucht de kleine eekhoorn. En net als hij terug in de boomstam wil kruipen, hoort hij iets ritselen tussen het hoge gras.

Foto Marleen van Eijk

“Hé Kraakje, zijn ze al vertrokken om de schat te gaan zoeken,” vraagt het reetje ongerust. “Ja ja, we zijn te laat.  Ze gingen vertrekken voor de zon opkwam. Ik was veel te laat wakker en ik heb zo slecht geslapen en veel gedroomd van de grote schat hier in ons bos,” zucht Kraakje. “Ja ik heb er ook over gedroomd. Echt jammer dat ze al vertrokken zijn. Ik was zo graag meegegaan. Misschien kunnen we samen ook op zoek gaan,” stelt het reetje voor. “Ja eigenlijk…waarom niet? Kom we gaan,” antwoordt Kraakje. Vol goeie moed vertrekken ze…

Foto Marleen van Eijk

“Welke kant zouden ze uitgegaan zijn?” vraagt Kraakje. “Die kant uit,” antwoord een fijn stemmetje. “Wie is daar?” schrikt het reetje. “Ik ben het. Hier beneden,” lacht een kleine bosmuis die uit haar holletje komt gekropen.” Ik heb Prikkebol gezien toen de zon nog niet opgekomen was en hij was helemaal alleen. Alle dieren zullen zich overslapen hebben, denk ik.” Inderdaad deze morgen voor de zon opkwam, stond Prikkebol te wachten aan de holle boom. En toen er niemand kwam opdagen is hij alleen vertrokken op zoek naar de grote schat en naar de dief die al het goud steelt. “Mag ik mee gaan zoeken?” vraagt de kleine bosmuis. “Natuurlijk,” antwoorden Kraakje en het reetje samen, ”kom we gaan…”.

Ze volgen de weg waar de bosmuis Prikkebol heeft gezien. 

Foto Maarten Drybooms

Langs de kant van het bospad zit een klein konijntje te knabbelen aan een afgeknakte tak van een boom. Hij verstopt zich tussen het hoge gras als hij Kraakje, de bosmuis en het reetje ziet voorbijkomen. “Ik ben zo benieuwd of Prikkebol al goud gevonden heeft en of hij de dief al betrapt heeft,” zegt Kraakje tegen zijn vrienden. “En ik ben zo benieuwd om echt goud te zien. Ik weet eigenlijk niet goed hoe dat er uitziet,” zegt het reetje terwijl hij met zijn lange poten door het hoge gras loopt. “Hé pas op! Kijk uit! Je trapt bijna op mijn pootjes!” roept het konijntje boos. “Oh sorry ik had je niet gezien,” schrikt het reetje. “Ben jij ons soms een beetje aan het afluisteren?” giechelt de kleine bosmuis. “Ja eigenlijk wel,” antwoordt het konijntje verlegen,” ik hoorde jullie iets zeggen over goud en dat maakte me toch wel heel nieuwsgierig.  Kraakje vertelt alles en na zijn verhaal besluit het konijntje om mee op stap te gaan.

Foto Danny Verslype

“Hé kijk daar!” roept het reetje,” daar is goud!” Kraakje, het konijntje en de bosmuis kijken verbaasd in het rond. “Waar?” roepen ze samen. “Daar, bij dat vogeltje!” antwoordt het reetje terwijl hij naar het gevederde vriendje wijst. “Dat is geen goud, dat is rood. Dat zijn de rode pluimpjes van een roodborstje,” lacht Kraakje. “Roept daar iemand?” vraagt het roodborstje dat alles gehoord heeft, ”en wat zeggen jullie over goud?” De kleine vogel wil er ook het fijne van weten en Kraakje verteld opnieuw het hele verhaal. En ook het roodborstje besluit om mee op zoek te gaan naar de grote schat.

Ondertussen hebben er al heel veel vrienden gehoord over het goud en de verborgen schat in het bos. Maar heeft er al iemand iets gezien? Ze zoeken tot in de late namiddag …

Als het al een beetje begint te schemeren vertrekt Krisje Krekel naar de open plek in het bos. Hij speelt al een vrolijk deuntje op zijn viool en wacht op zijn vrienden. Maar er is nog niemand. “Ze zullen allemaal nog op zoek zijn naar de schat,” denkt Krisje bij zichzelf. Hij legt zijn viool aan de kant en besluit om zelf nog een kleine wandeling te maken. Hij vindt het nu het mooiste moment van de dag. “Als de zon bijna ondergaat, krijgt alles zo een mooie kleur,” zegt Krisje dan.

Foto Monica de Jong

Als hij op het bospad wandelt, ziet hij de avondzon schijnen tussen de takken van de bomen. Het gras en blaadjes van een oude varen krijgen een gouden kleur… Krisje wordt er stil van. “Nu begrijp ik het! Dat hebben mijn vrienden gezien! Er is helemaal geen goud in het bos. Het is de avondzon die alles een mooie gouden kleur geeft,” lacht Krisje. Hij vindt het grappig maar ook zo erg voor zijn vrienden. Ze zijn al een hele dag op weg en zoeken naar iets dat er niet is. Krisje haast zich terug naar de open plek, neemt zijn viool en speelt weer een vrolijk deuntje.

Foto Cindy Kuiphuis

Meneer uil komt aangevlogen als hij Krisje hoort. “En Krisje, waar zijn je vrienden? Hebben ze de gouden schat al gevonden? En hebben ze de dief al betrapt?” lacht Meneer uil. “Waarom lach jij zo?” vraagt Krisje boos. ”Jij wist wat het goud was en je hebt ons niets verteld. Mijn vrienden zijn al een hele dag op zoek. Ik heb het ook maar pas ontdekt. Waarom heb je gisteravond niets gezegd?” Meneer uil schrikt toch wel een beetje als hij ziet dat Krisje echt boos is. “Ik dacht dat jullie het zelf wel zouden zien en dat jullie het dan gingen begrijpen. Ik vind het een grappig verhaal dat ik gisteren vanuit mijn slaapplaats hoorde. Maar daar heb ik nu wel spijt van als ik zie hoe boos je bent,” zegt Meneer uil een beetje verlegen.

Foto Daniëlle van Doorn

In de verte hoort Krisje zijn vrienden die op weg zijn naar de open plek. Hij hoort ze praten en praten… Het kleine reetje loopt voorop op het bospad. “Daar! Daar! Een gouden reetje “roept Prikkebol. De dieren blijven stokstijf staan. Het reetje kijkt verschrikt rond. Hij begrijpt niet wat er gebeurt. Waarom zeggen zijn vrienden dat hij van goud is?  De ondergaande zon schijnt op en rond het reetje en geeft alles een gouden kleur. Ook het hoge gras is van goud. Even later verdwijnt de gouden kleur en ziet alles er weer heel gewoon uit. Ze staan allemaal met open mond te kijken. Wat is er gebeurd? Waarom kleurde het reetje en het gras goud en is alles nu weer weg? Het was zo mooi en nu is alles weer zoals voorheen. Ze vinden het jammer. Ze stappen nu met z’n allen naar de open plek waar Krisje en Meneer uil hen opwachten.

“Hebben jullie dat ook gezien? Wat er met reetje gebeurd is? Die gouden kleur en dan was dat weer weg?” vraagt Kraakje, ”hoe kan dat nu?” Krisje legt zijn viool aan de kant en Meneer uil komt naast hem zitten. “Ik zal het hen uitleggen, Krisje. Ik heb nog iets goed te maken hé,” zegt Meneer uil terwijl hij knipoogt.

Foto Monica de Jong

“Eerst het slechte nieuws,” vertelt Meneer uil, ”er is helemaal geen goud in het bos en ook geen grote schat. En het goede nieuws is… er is ook geen dief.” Dat van het goud vinden ze heel jammer maar ze willen graag weten wat ze daarnet gezien hebben bij het reetje. En Meneer uil vertelt…

“Toen ik een tijdje geleden een beetje te vroeg wakker was geworden om naar het avondfeestje te komen, vloog ik nog even rond in ons grote bos. Op het grote bospad zag ik toen enkele mensen staan en die hadden allemaal een camera bij. Het waren fotografen. Ik vloog voorzichtig dichterbij en verstopte me tussen de takken van de dikke eik. Ik wilde graag weten waarom ze zo laat nog foto’s kwamen nemen. En toen hoorde ik hen praten en iets vertellen over een gouden uur. Ik heb heel goed geluisterd en nu weet ik heel goed wat het gouden uur eigenlijk is. Het gouden uur is er op een zonnige dag twee keer. De eerste keer ’s morgens voor de zon opkomt en ’s avonds net voor de zon ondergaat. Dus het eerste en het laatste uur van de dag dat de zon schijnt. Kom eens vlug mee allemaal,” zegt Meneer uil.

Illustratie Nand Beauprez

Meneer uil vliegt een stukje het bos in en de dieren volgen hem. Op een stronkje blijft hij zitten. “Kijk vrienden en geniet…” fluistert Meneer uil.

Het is muisstil in het bos. “Piep, piep,” piept de kleine bosmuis. “Ssssst,” fluisteren de andere dieren. Ze zitten met open mond te kijken naar de ondergaande zon die de bladeren van de bomen en het gras een mooie gouden kleur geeft. Nu begrijpen ze het allemaal. Er is geen goud, geen schat en ook geen dief. Maar ze vinden het eigenlijk niet zo erg meer bij het zien van al dit moois. Ze blijven stil tot de zon helemaal verdwenen is.

Foto Danny Verslype

En dan wandelen ze samen terug naar de open plek in het bos bij het licht van de maan.

Krisje speelt nog een rustig deuntje op zijn viool voor ze allemaal vertrekken naar hun slaapplaats voor een deugddoende nachtrust. Behalve meneer uil, hij vliegt het bos in op zoek naar zijn andere vrienden, de nachtdieren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.