Dag kleine vriend…

Het is al een tijdje herfst in het grote dierenbos waar Krisje Krekel en zijn vrienden wonen. De paadjes liggen al bedekt met gekleurde bladeren die de wind van de bomen blies. En hier en daar steken de eerste paddenstoelen hun kopjes op. Als je heel stil bent, hoor je af en toe de eikeltjes op de grond vallen. En in de verte klinkt, zoals elke dag, het vrolijke deuntje dat Krisje speelt op zijn viool om de andere dieren te wekken. Ze komen samen op de open plek om elkaar een goeiemorgen en een prettige dag toe te wensen. Kraakje de eekhoorn is vandaag als eerste op post. Het is weer de tijd van het jaar om te beginnen aan zijn wintervoorraad. Nootjes zoeken en begraven en paddenstoelen laten drogen. Een groot werk waar hij elke dag vroeg aan begint…

“En Kraakje, heb je al een grote voorraad aangelegd?” vraagt Prikkebol de egel. “Dat gaat wel maar ik heb nog lang niet genoeg om de winter door te komen. Vandaag ga ik naar de andere kant van het bos. Daar hangen voederbakjes aan de bomen waar de mensen soms lekkers voor de eekhoorntjes in stoppen. “Voor ons is het gemakkelijker, wij maken een putje in de grond en bedekken ons met blaadjes en houden een winterslaap,” lacht Prikkebol. “Ja, elke diertje zijn eigen maniertje,” zegt Kraakje terwijl hij afscheid neemt van zijn vrienden en weer op pad gaat.

Foto Niki Colemont

Hij springt van tak naar tak en van boom naar boom tot hij aan de andere kant van het bos komt. “Wat staat daar nu?” vraagt Kraakje zich af terwijl hij langs de stam van een grote eik naar beneden kruipt. Hij zoekt overal naar eten, daarom neemt hij ook een kijkje in de grote wandelschoen die daar zo maar op de grond staat. Jammer, er zit niets in. Kraakje weet niet wat het is maar voor hem is het een lekker warm plaatsje om een dutje in te doen. Maar net als hij ingedommeld is, beweegt de schoen. Verschrikt springt Kraakje eruit. Hij rent weg en verstopt zich achter de dikke stam van de grote eik. Met zijn ogen stijf dicht en zijn kleine oortjes rechtop, blijft Kraakje stokstijf staan. Zo bang is hij nog nooit geweest. “Dag kleine vriend, wat zat jij daar in mijn schoen te doen?” vraagt een zachte lieve stem. Voorzichtig doet Kraakje zijn oogjes open. “Ik, ik, ik ben op zoek naar eten,” antwoord Kraakje met een bang stemmetje. “Ok, geen probleem, doe maar rustig verder,” lacht de man, ”je hoeft niet bang te zijn. Ik zal je niets doen.” Kraakje begrijpt er niets van. “Hoe kan dat nu?” vraagt hij verwonderd, “jij kan mij verstaan. Kan jij met de dieren praten?” Kraakje is weer rustig en gaat dichterbij. “Dan ben jij heel speciaal! Ik heb nog nooit een mens gezien waarmee ik kan praten. Fantastisch!” roept Kraakje blij. “Inderdaad, ik versta wat de dieren vertellen. En weet je hoe dat komt?” vraagt de man. “Nee, vertel, vertel,” zegt Kraakje ongeduldig. “Ik ken veel dieren en de dieren kennen mij. Het is zo leuk om naar hen te kijken en om foto’s van hen te maken. Omdat ik veel tussen de dieren ben, ben ik hen na een lange tijd beginnen verstaan en dat is oh zo boeiend. Maar laat ik me eerst even voorstellen. Ik ben Niki en ik ben fotograaf,” zegt de man. “En ik ben Kraakje en ik ben een eekhoorn,” lacht Kraakje, ”maar wat is een fotograaf? En waarom heb jij maar één schoen aan?” Terwijl Niki zijn tweede wandelschoen weer aantrekt, vertelt hij. “Ik was op weg naar het bos met mijn camera toen ik voelde dat er een steentje in mijn schoen zat. Ik deed hem uit en haalde het steentje eruit. Ik deed mijn sok weer goed aan en toen ik mijn schoen weer wilde aantrekken, zat er een leuk diertje met een grote pluimstaart in. “Hihi, ja dat was ik. Ik wist niet wat het was en vond het een leuk plekje om in rusten,” lachte Kraakje een beetje verlegen. “En ja, ik ben fotograaf en maak foto’s met mijn camera. Kom maar mee, dan zal ik hem tonen,” zegt Niki.

Foto Niki Colemont

“Kijk, dat is hem. Hiermee maak ik foto’s van allerlei dieren.” Kraakje kuipt langs het statief naar boven en bekijkt de camera langs alle kanten. Wanneer hij een kijkje neemt in de lange lens, drukt Niki op het knopje en hij neemt een foto. “Kom eens kijken Kraakje,” zegt Niki, ”kom eens naar jouw foto kijken.” Kraakje kruipt naar de kant en kijkt naar het schermpje waarop hij zichzelf ziet. “Hé dat ben ik! Nu begrijp ik wat een foto is en wat een camera doet. Ga je er nog maken?“ vraagt Kraakje. “Natuurlijk, het is ook een prachtige dag om foto’s te maken. Wil jij mijn model zijn?” lacht Niki. “Wat is dat nu weer, een model?“ vraagt Kraakje verwonderd. “Ik bedoel, wil jij nog op mijn foto’s staan? Mag ik er nog maken? Ik heb spulletjes bij waar jij iets mag mij doen. En… er is ook eten bij,” lacht Niki. “Ah dan is het dik ok! Laat het lekkers maar komen!” roept Kraakje.

Foto Niki Colemont

Terwijl Kraakje ongeduldig en ook een beetje hongerig zit te wachten, neemt Niki een klein boodschappenkarretje gevuld met nootjes. “Oh lekker! Zijn die allemaal voor mij?” vraagt het hongerige eekhoorntje.” “Ja ja, maar eerst moet je rondrijden met het karretje en af en toe mag je smullen van de nootjes. Ondertussen maak ik dan foto’s van jou. Afgesproken?” vraagt Niki. Dat heeft Kraakje goed begrepen. Zijn kleine voorpootjes legt hij op het handvat van de winkelkar en daar gaat hij… Op een afgebroken tak rijdt hij heen en weer en af en toe neemt hij met zijn scherpe tandjes een nootje uit de kar. Hij doet het prima en Niki kan prachtige foto’s maken. “Een echt supermodel!” lacht hij. “Wil je nu nog wat rondrijden op het mos en neem gerust nog een nootje.” Terwijl Kraakje zijn kopje in de kar steekt en zijn pluimstaart recht omhoog staat, maakt Niki nog een actiefoto. “Ik ga je karretje nog eens vullen,” vertelt Niki, ”het zal dan wel moeilijker zijn om te rijden maar probeer het toch maar.” Zogezegd, zo gedaan. Kraakje probeert de bomvolle kar verder te duwen maar het lukt niet. “Efkes een paar nootjes eten, dan zal het wel gaan,” giechelt de kleine deugniet. Het karretje klikt nog even naar achter maar dan lukt het. “Bravo!” roept Niki, ”kom eens kijken naar de foto’s Kraakje.” Kraakje vindt het geweldig om zichzelf zo te zien.

Foto Niki Colemont

Terwijl Kraakje naar de foto’s kijkt, neemt Niki er nog een fotomodelletje bij. “Kijk eens Kraakje, ik heb hier een vriendje voor jou,” lacht Niki. “Oei, wie is dat? Hij beweegt niet,” zegt Kraakje verwonderd. “Dat is een dino. Hij kan niet bewegen want het is een popje van plastiek,” zegt Niki. Kraakje begrijpt er niet veel van maar hij wil die dino wel eens van dichtbij bekijken. Terwijl hij hem besnuffelt maakt Niki weer leuke foto’s van zijn twee modellen. Echt grappig want ze zijn net even groot als Kraakje op zijn achterpootjes staat. Kraakje wil wel eens weten hoe sterk die Dino is en hij kruipt op zijn rug. En dan neemt hij een kijkje in zijn grote muil. “Neem maar foto’s hoor, Niki. De dino mag er ook bij,” zegt Kraakje. “Dat is al lang gebeurd,” lacht Niki, “kom maar eens kijken.” Kraakje vindt ze prachtig. “Ik heb er wel een beetje honger van gekregen,” zegt hij met een triestig snuitje.

Foto Niki Colemont

“Geen probleem, kijk eens wat ik hier allemaal voor je heb klaargezet,” zegt Niki, “je mag van alles proeven.” Kraakje vertrouwt het niet. “Ik lust alleen nootjes en gedroogde paddenstoelen. Dat daar ken ik niet.” Op het mos staan drie potjes die Kraakje nog nooit gezien heeft. “Gewoon even proeven,” zegt Niki, “ik beloof je dat het allemaal lekker is. En als laatste krijg je dan weer lekkere nootjes.” “Ok, en maak jij weer foto’s van mij?” vraagt Kraakje. Niki staat al klaar achter zijn camera als Kraakje naar het eerste potje gaat. Het is een potje waar chips inzitten. Kraakje snuffelt en proeft. Krak, krak, krak. “Best wel lekker,” roept Kraakje terwijl hij naar het tweede potje springt. Hij snuffelt en proeft van de choco “Niet slecht!” roept Kraakje terwijl hij zijn snoetje aflikt en naar de derde pot huppelt. Hij snuffelt en proeft van worstjes. “Bah nee, dat vind ik helemaal niet lekker. Veel te zacht, ik heb liever iets dat kraakt,” roept Kraakje. “Dan mag je nu naar het kleine picknickbankje gaan. Daar kan je weer lekker kraken. Op het bankje staat een taartvormpje gevuld met nootjes. Dat wordt weer smikkelen en smullen… Als de nootjes op zijn, gaat kraakje naar Niki om naar de foto’s te kijken. “Oh wat zijn ze weer mooi!” lacht Kraakje, ”zijn we nu klaar want ik moet nog op zoek naar nootjes en paddenstoelen voor mijn wintervoorraad hé.” “Je had hier al veel nootjes maar je hebt ze allemaal opgegeten,” lacht Niki.  Hij wil nog enkele foto’s maken en hiervoor heeft hij nog wat klaargezet. “Heb je nog even tijd? Het zijn de laatste foto’s voor vandaag?” vraagt Niki met zijn lieve zachte stem. “Vooruit dan,” zegt Kraakje, ”zijn er weer nootjes bij? Niet om op te eten maar om te verzamelen he.”

Foto Niki Colemont / Illustratie Rive Vermeer

“Kijk daar maar eens,” zegt Niki terwijl hij naar een ventje met een karretje wijst. Kraakje rent er naartoe. Het karretje is gevuld met nootjes. Kraakje neemt ze er allemaal uit maar eet ze niet op. Ze zijn voor bij zijn wintervoorraad. “Kruip er maar in!” roept Niki dan maken we een ritje. “Hij duwt het karretje verder terwijl Kraakje erin zit. “Hi hi dat kriebelt in mijn buikje. Heb je nog zoiets?” lacht hij blij. “Ja hoor, kom we gaan tot bij de beek hier een eindje verderop. Kraakje loopt vooruit terwijl Niki zijn camera neemt. Op het water van de beek drijft een klein speelgoedbootje. “Dat is om te varen!” roept Kraakje dat heb ik al eens gezien. Mag ik dat ook doen?” Niki legt het bootje klaar aan de kant van de beek en Kraakje kruipt erin. “Bootje varen, bootje varen,” zingt de kleine schipper blij. Niki duwt het weg van de kant. En terwijl Kraakje ronddobbert, maakt hij enkele foto’s. “Dat kriebelt ook in mijn buikje,” giechelt Kraakje. Hij springt eruit als het bootje weer dichtbij de kant komt. “Was je niet bang daar op het water?” vraagt Niki. “Nee hoor, helemaal niet. Ik kan goed zwemmen hoor,” zegt Kraakje fier. “Ik heb nog een verrassing,” vertelt Niki, ”kom je nog een laatste keer mee?” Kraakje is wel moe maar hij wel graag weten wat de verassing is. Niki neemt de camera en samen stappen ze naar een open plaats in het bos. “Gaan we vliegen?” roept Kraakje als hij een kleine helikopter en een klein vliegtuigje ziet staan. “Ken je dat dan?” vraagt Niki verbaasd. “Natuurlijk, die heb ik al hoog in de lucht gezien. Dat lijkt me zalig zo vliegen. Meneer uil, die bij ons in het grote bos woont, nodigde me eens uit om met hem mee te vliegen op zijn rug. Maar dat durf ik niet. Hij vliegt veel te hoog,” vertelt Kraakje. “Wil je hier eens proberen? Waar ben je nu?” vraagt Niki terwijl hij rondkijkt. Kraakje zit al te wachten in het vliegtuigje? “Zijn we weg?” vraagt hij ongeduldig. “Eerst enkele foto’s nemen en dan zijn we weg kleine piloot,” lacht Niki. “Goed vasthouden, daar gaan we!” roept hij even later. “Niet te hoog!” roept Kraakje die toch wel een beetje bang is. Niki neemt het vliegtuigje vast en stapt in het rond. Hij begint laag maar stijgt steeds hoger en hoger tot zijn arm helemaal gestrekt is. “Joepie! Joepie! Ik vlieg! Ik vlieg!” roept Kraakje blij. Als ze weer geland zijn, stapt hij uit en loopt naar de helikopter. “Amai, dat kriebelde nog meer in mijn buikje. Gaan we hier ook mee vliegen?” vraagt de kleine piloot ongeduldig. “Eerst enkele foto’s nemen en dan zijn we weer weg,” lacht Niki. “Hoog hé!” roept Kraakje want hij heeft echt geen schrik meer. “Joepie! Joepie! Ik vlieg! Ik vlieg!” roept hij weer. Als ze weer geland zijn, laat Niki de foto’s zien. “Prachtig! Wat een avontuur!” zucht Kraakje, ”maar nu is het toch de hoogste tijd om weer naar het grote bos te gaan. Wat heb ik veel te vertellen aan mijn vrienden.” Ook voor Niki is het tijd om weer naar huis te gaan. Want het begint al te schemeren en dan wordt het te donker om foto’s te maken. Tijd om afscheid te nemen. “Als je nog eens foto’s komt nemen, wil ik altijd model staan hoor. Ik vind dat zo leuk. Jij bent nu mijn allergrootste vriend.” zegt Kraakje terwijl hij op Niki zijn schouder komt zitten. “En jij bent mijn allerkleinste vriendje,” zegt Niki terwijl hij Kraakje over zijn kopje aait. “Als ik nog eens in de beurt ben, zal ik je naam roepen,” belooft Niki. “Super! Dan kom ik eraan. En leuke dingen en je camera meebrengen hé!” roept Kraakje terwijl hij langs de stam van de dikke eik weer naar boven kruipt.

Foto Niki Colemont

Onderweg stopt Kraakje nog even bij de beek om te drinken. Van al dat poseren, eten en vliegen heeft hij grote dorst gekregen. Terwijl hij drinkt, kijkt hij in het water naar zichzelf. “Hi hi, ik zie mijn spiegelbeeld weer net zoals die keer in het toverbos. Oh ik zie mezelf Maar jezelf op een foto zien dat is nog veel leuker,” geniet Kraakje. “we zijn weer met z’n tweeën.” Kraakje drinkt op verschillende plaatsen en het spiegelbeeld gaat steeds met hem mee.

Foto Niki Colemont

“Nee nee, we zijn met drie en als ik in het water kijk zijn we met vier,” zegt een lief stemmetje. “Wie is daar?” vraagt Kraakje terwijl hij nieuwsgierig rondkijkt. “Ik ben hier,” zegt een ander eekhoorntje terwijl het dichterbij komt. “Ik ben Knabbeltje en jij bent Kraakje hé?” vraagt ze verlegen. Knabbeltje is een vrouwtjeseekhoorn en heeft de fotoshoot van Kraakje en Niki gezien vanop een veilige afstand. “Hallo Knabbeltje, hoe ken jij mijn naam?” vraagt Kraakje nieuwsgierig. “Ik heb jou en die meneer Niki gezien en jullie namen gehoord,” zegt Knabbeltje, ”wat een leuk avontuur heb jij daar beleefd. En die meneer, die kon je verstaan! Fantastisch hé!” Nu wordt Kraakje een beetje verlegen. Hij vindt Knabbeltje zo mooi en zo lief… misschien wil ze wel zijn vriendinnetje zijn. “Ja het was een fantastisch avontuur,” zegt Kraakje en hij begint honderduit te vertellen. Daarna blijven ze nog even dicht bij elkaar zitten en kijken naar elkaars spiegelbeeld in het water. “Ben jij ook druk bezig met een wintervoorraad aan te leggen?” vraagt Knabbeltje. “Jaja, da’s nogal een werk hé. Maar misschien kunnen we het samen doen. Dan leggen we samen een wintervoorraad aan in het grote dierenbos waar ik woon. En misschien… kunnen we daar dan samenwonen,” zegt Kraakje met zijn allerliefste stemmetje. Dat vindt Knabbeltje een fantastisch idee. Ze vindt Kraakje ook heel lief. “Ik weet waar de lekkerste nootjes zijn. Kom je mee?” vraagt Kraakje.

Foto Niki Colemont

Maar Knabbeltje is al vertrokken. Ze springt van tak naar tak en van boom naar boom. En Kraakje springt haar achterna. Op weg naar de voederbakjes. Knabbeltje is zo vlug. Kraakje kan haar niet volgen. Als ze als eerste aankomt, kruipt ze in een bakje om haar te verstoppen. “Waar is ze nu? Knabbeltje waar ben je nu?” roept Kraakje. Maar hij krijgt geen antwoord. In de buurt hangen vier voederbakjes.” Zou ze zich verstopt hebben misschien?” vraagt Kraakje zich af. Hij neemt een kijkje in de eerste drie maar daar zit ze niet. “Gevonden!” roept Kraakje als hij het laatste bakje opent. Maar tot zijn grote verbazing is Knabbeltje daar ook niet. Hij zoekt verder.

Foto Niki Colemont

Achter de stam van de grote dikke eik staat een berk waar nog een voederbakje hangt. Heel voorzichtig kruipt Kraakje langs de stam naar boven. Knabbeltje wordt ongerust omdat Kraakje zo lang wegblijft en neemt een kijkje. “Kiekeboe!!!” roept Kraakje, “hier zit jij grote deugniet!” Knabbeltje is geschrokken. “Oh Kraakje, ik dacht al dat je niet meer kwam. Je bleef zo lang weg.” Kraakje vindt het best wel grappig. “Tuurlijk ging ik je komen zoeken want jij bent toch mijn vriendinnetje?”. Ondertussen is het bijna donker geworden en de hoogste tijd om met z’n tweetjes naar het grote dierenbos te vertrekken. “Zullen je vrienden dat wel een goed idee vinden, dat ik bij jou in het dierenbos kom wonen,” vraagt Knabbeltje ongerust. “Tuurlijk wel. Er is plaats genoeg en ze zijn allemaal heel lief.”

Wanneer de twee eekhoorntjes aankomen bij de open plek in het bos horen ze de vioolmuziek van Krisje Krekel. Als Krisje, Kraakje ziet, stopt hij even met spelen. “Dag Kraakje, op stap geweest vandaag? En wie heb jij daar meegebracht?” Ook de andere dieren zijn nieuwsgierig. “Vertel! Vertel!” roept Prikkebol ongeduldig. Alle dieren zitten muisstil te luisteren als Kraakje zijn fantastisch avontuur vertelt. “En het is allemaal echt gebeurt hoor. Vraag het maar aan Knabbeltje die heeft het allemaal gezien en gehoord. En… mag ik jullie voorstellen, dat is Knabbeltje, het liefste eekhoorntje van de hele wereld en ze is… mijn vriendinnetje,” zegt Kraakje een beetje verlegen, ”en als jullie het goedvinden komt ze hier bij ons, bij mij in het grote dierenbos wonen.” Alle dieren vinden dat natuurlijk een schitterend idee. Ze hebben Kraakje nog nooit zo gelukkig gezien. “Welkom in ons grote dierenbos lieve Knabbeltje,” zegt Krisje uit naam van alle dieren. Krisje begint opnieuw te spelen op zijn viool. Ze maken er een echt welkomstfeestje van. Een half uurtje later wensen ze elkaar welterusten en vertrekt iedereen naar zijn slaapplaats.

Illustratie Izabella Mol / Foto Niki Colemont

Kraakje heeft nog een verrassing voor Knabbeltje. Terwijl ze met de andere dieren aan het dansen was, zocht Kraakje een mooi gekleurd afgevallen blaadje.  Met zijn scherpe tandjes knabbelde hij er een hartje in. “Dit is voor jou, Knabbeltje,” fluistert Kraakje verlegen als hij haar het blaadje geeft. “Oh dank je zo mooi!” lacht Knabbeltje en geeft hem een zoen op zijn neusje. Even later liggen ze te slapen. Pootje in pootje met een grote glimlach op hun eekhoornsnoetje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *