12345 vriendjes

Lees eerst het allereerste verhaaltje van de babbelboom

De zomer is de leukste tijd voor de babbelboom. Hij krijgt nu heel vaak bezoek omdat het vakantie is. Er komen vaak kinderen en ook volwassen op het stronkje met mos zitten om de babbelboom te wekken en te luisteren naar zijn mooie verhalen. En af en toe luistert hij ook wel eens naar een verhaal.

En elke dag geniet hij, met gesloten ogen, van het prachtige gefluit van de vogels. Maar vandaag wordt dit verstoord door een luid gesmak…

Het is mama everzwijn die samen met haar jongen smult van het hoge gras, de blaadjes en de bessenstruik die net naast de babbelboom staat.

Foto Monica de Jong

Even later wordt familie everzwijn heel stil.Op het bospad komt een groepje wandelaars voorbij. Mama everzwijn en haar jongen verstoppen zich tussen een hoopje verdroogde bladeren. De babbelboom opent even zijn ogen om te zien wat er gebeurt. Hij ziet nog net de kop van mama everzwijn. De kleintjes zitten heel goed verstopt tussen en hebben net dezelfde kleur als de bladeren.  “Ze zijn weg, jullie kunnen weer tevoorschijn komen,” fluistert de babbelboom. Mama everzwijn weet niet dat de oude boom een boom is die echt kan praten en schrikt van de stem.  Ze is helemaal in paniek en zet het op een lopen…

Foto Monica de Jong

De 4 jonge everzwijntjes weten niet goed wat er gebeurt maar rennen achter hun mama aan. Met hun korte pootjes kunnen ze haar bijna niet volgen.  “Oh wat heb ik nu gedaan? Zo geschrokken… en die kleintjes. Zo erg, zo erg,” jammert de babbelboom.  Hij voelt zich zo schuldig omdat door zijn stem mama everzwijn is geschrokken en is weggerend. De eerste drie everzwijntjes kunnen mama weer inhalen maar Ernst het kleinste van de vier niet. Hij kan niet volgen en blijft helemaal alleen achter.  Ernst dwaalt rond in het grote bos.

Foto Monica de Jong

Maar hij is bang, heel bang en weet niet waar naartoe. Als hij een hert met een groot gewei ziet, verstopt het everzwijntje zich achter de stam van een dikke boom. “Hé kleintje, ik heb je wel gezien hoor,” lacht het hert, ”je moet niet bang zijn, ik zal je niets doen.” Voorzichtig komt Ernst weer tevoorschijn. Als hij dichterbij komt, begint Ernst heel hard te wenen. “Waarom ween je nu, ben je zo geschrokken? En vertel eens wat is je naam en wat doe je hier zo helemaal alleen in dit grote bos?” vraagt het hert. “Ik ben Ernst en ik ben mijn mama en mijn zusje en broertjes kwijt,” snikt het everzwijntje, ”mama was geschrokken van een pratende boom en rende weg en ik kon haar niet volgen. Mijn pootjes zijn veel te kort,” vertelt Ernst met zijn verdrietig snuitje. “Een pratende boom… ah ja, da’s de babbelboom,” antwoordt het hert. Een hele oude, maar slimme boom. Ik breng je naar hem toe. Misschien kan hij je wel helpen om je familie terug te vinden. Spring maar op mijn rug.” Het hert knielt neer en Ernst springt op zijn rug. Samen wandelen ze terug naar de babbelboom.

Illustratie Jasper De Laet

Als ze bij de babbelboom komen, knielt het hert weer en Ernst springt van zijn rug op de grond. “En wat moet ik nu doen?” vraagt Ernst ongerust. “Spring maar op het stronkje met mos en zeg de toverspreuk. Dan zal de babbelboom wel wakker worden,” antwoordt het hert. “Toverspreuk? Welke toverspreuk? Ik ken geen toverspreuk,” snikt Ernst. “Niet wenen kleintje. Luister goed. Ik zal de toverspreuk zeggen. Luister en kijk goed!” troost het hert.

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

De babbelboom open voorzichtig zijn ogen en kijkt verbaasd naar het hert en naar het kleine everzwijntje. “Zijn mini en maxi op wandel?” lacht de babbelboom. Het grote hert en het kleine everzwijntje zijn echt een grappig duo. “Ik ga nu maar,” zegt het hert, ”Ernst, vertel jij maar wat er aan de hand is. Daaaaag!” Als de babbelboom ziet hoe verdrietig het kleine everzwijntje is, wordt hij toch wel bezorgd. “Dus jij bent Ernst. Oh, maar jij bent één van de kleintjes die daarnet nog aan het smullen waren van de bessen. En jullie waren zo van mij geschrokken. Ik vond dat zo erg,” zucht de babbelboom. “Mama was erg geschrokken en toen ze wegrende, renden we mee. Maar ik kon niet volgen. Mijn pootjes zijn veel te kort,” snikt Ernst. “Zo erg allemaal. En ben je met de hulp van het grote hert weer naar hier gekomen?” vraagt de babbelboom. “Ja gelukkig. Want ik was zo bang, alleen in het grote bos. Hij zei dat jij me kon helpen om mama te vinden” antwoordt Ernst.  “Ik denk dat jouw familie wel terug zal komen als mama everzwijn zal zien dat jij niet gevolgd bent,” troost de babbelboom, ”en ondertussen kan je hier blijven. Jij bent toch groot genoeg om voor jezelf te zorgen hé. “

Foto Erwin Van Eeno

Terwijl Ernst met de babbelboom praat, is er een klein eekhoorntje naast het stronkje met mos komen zitten. De blaadjes ritselen onder haar kleine pootjes terwijl ze aan een nootje knabbelt. “Wie bent jij? En wat doe jij hier?” vraagt het nieuwsgierig diertje. “Ik ben Ernst  en wie ben jij?” antwoordt Ernst. “Ik ben Eefje  en ik kan heel ver springen. Kijk maar,” zegt Eefje terwijl ze met haar voorpootjes op een takje gaat staan. “Spring je mee?” Ernst kijkt verdrietig. “Ik weet niet of ik dat kan? Maar ik zal het eens proberen. Want mama zegt altijd ‘proberen is leren’.  Samen staan ze klaar om te springen. De babbelboom geeft het startsein.” 123 start!” De kleine diertjes kunnen alle twee ver springen. “Ik ga nog een dutje doen, Ernst,” geeuwt de babbelboom, ”jij hebt nu een vriendje om te spelen en als je me nodig hebt, zeg je de spreuk en dan ben ik er weer.” Ernst schrikt. “Hoe ging die spreuk alweer?” Hij zegt de spreuk een beetje twijfelend…

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

”Helemaal goed! Bravo!” roept de babbelboom, ”slaap wel en veel plezier samen kleine vriendjes.”

Foto Erwin Van Eenoo

Omdat Eefje het bos door en door kent en altijd haar weg terug vindt, besluiten de vrienden om op verkenning te gaan. Ze zijn al met z’n tweeën en hebben veel plezier, maar toch gaan ze op zoek naar nog meer kleine vriendjes. “Wacht even Ernst,” zegt Eefje terwijl ze langs de stam van een hoge zilverberk naar boven kruipt, “van hierboven kan ik heel ver kijken.” Ernst staat er een beetje beteuterd bij. “Jammer, ik kan dat niet,” zucht hij. “En Eefje wat zie je daarboven allemaal? Zie je kleine vriendjes?”  Maar Eefje hoort hem niet. Ze zit veel te hoog. Even later klimt ze langs de ander kant van de witte stam naar beneden.

Foto Maarten Drybooms

“Ginder verderop zit een grote familie konijn. Ik telde 2 grote en 1234 kleine vriendjes. Misschien willen zij wel met ons meespelen?” hijgt Eefje die een beetje moe is van de grote klim, “kom we gaan het vragen.” Eefje rent er naartoe maar Ernst blijft staan. “Komt er nog wat van?” vraagt Eefje ongeduldig. “Ik kom al maar jij vraagt het hé, want ik durf dat niet,” roept het bange everzwijntje.

Foto Maarten Drybooms

Als ze dichterbij komen zit één van de kleine konijntjes verstopt tussen het hoge gras. “Hé wie zijn jullie? En wat komen jullie hier doen?” lacht het konijntje. “Was me dat schrikken!” roept Eefje, ”ik had je helemaal niet gezien. Ik ben Eefje en hier achter mij… dat is mijn bange vriendje Ernst. We zijn op zoek naar kleine vriendjes om mee te spelen.” Ernst stapt dapper naar voor. “Ik ben helemaal niet bang,” zegt hij een beetje boos, ”wil jij ons vriendje zijn en meespelen hier in het grote bos?” Het konijntje springt dichterbij. “Oh ja super!” roept hij blij. “Ah ja en ik ben Kobe en ik speel heel graag verstoppertje.”

Foto Maarten Drybooms

Kobe draait zich om en verdwijnt weer tussen het hoge gras. Het spelen is begonnen. Eefje en Ernst gaan hem zoeken. “Dat is geen goeie verstopplaats,” lacht Eefje, ”we hebben je al gevonden. “Maar nee gekkie, ik heb me niet verstopt. Ik ga nog even mijn konijnentandjes scherpen om straks goed te kunnen knabbelen als we lekkere hapjes zien,” zucht Kobe.

“Gekkie, gekkie… ik ben Ernst en ik kan heel snel rennen,” zegt het everzwijntje streng. “En ik ben Eefje en ik kan heel hoog klimmen,” zegt het kleine eekhoorntje fier. “Fantastisch, dan kunnen we leuke spelletjes doen,” lacht Kobe, ”zijn we weg?” En daar gaan ze drie 123 kleine vriendjes.  Maar ze willen graag nog vriendjes en daarom kruipt Eefje nog eens hoog in een boom.  “Ginder zie ik een grote en een kleine ree en ze komen deze kant op” roept Eefje, ”misschien wil het kleine reetje ook een vriendje zijn.” Met z’n drietjes wachten ze geduldig tot de reeën dichterbij komen. “Ik ga het vragen,” zegt Ernst dapper.

Foto Monica de Jong

“Als hij mama ree van dichtbij ziet, schrikt Ernst toch wel een beetje. “Euh, mevrouw ree, wij zijn drie vriendjes, Eefje, Kobe en ik ben Ernst. En we zoeken nog kleine vriendjes om mee te spelen,” zegt Ernst met een trillend stemmetje. “Ja! Ik wil met jullie spelen en ik ben Rena en ik kan heel hoog springen. Mag het mama?”  vraagt het kleine reetje met haar liefste stemmetje. “Ja hoor, ga maar spelen en als het begint te schemeren kom je weer naar onze slaapplaats. Veel plezier!” antwoordt mama ree. En daar gaan ze 1234 kleine vriendjes. Ze rennen, springen, klimmen en spelen verstoppertje.

Foto Mathilde Verhoef

Als ze tijdens het spelen voorbij een brede sloot komen, zien ze twee grote witte zwanen met hun kleintjes. “Zo zwemmen en drijven op het water zou ik ook graag kunnen,” zegt Eefje. “Ik ook,” roepen Ernst en Kobe samen. “Ik niet,” lacht Rena, ”water is veel te koud en te nat. “Terwijl de 4 vriendjes rusten aan de kant van de sloot, komt een klein zwaantje uit het water.  

Foto Pixabay

“Zal ik het jullie leren?” vraagt het zwaantje terwijl ze met haar kleine open vleugeltjes waggelt door het gras. “Hé wie ben jij?” vraagt Eefje. “Ik ben Zara het zwaantje en ik woon hier in de sloot met de andere grote en kleine zwanen en wie zijn jullie?” De andere kleine dieren stellen zich voor. “En we zoeken nog vriendjes om mee te spelen. Wil jij ons vijfde vriendje zijn? Dan kan je ons leren zwemmen?” vraagt Ernst. “Oh ja, heel graag. Maar nu moet ik wel terug want straks wordt het donker. Komen jullie me morgen halen om te spelen?” vraagt kleine Rena. Dat zullen de vriendjes zeker doen. Wat zullen ze morgen veel plezier hebben met zijn vijven. Rennen, springen, klimmen, verstoppertje spelen en leren zwemmen.

Omdat het begint te schemeren besluiten de dieren om afscheid te nemen en naar hun slaapplaats te vertrekken. “Ik heb geen slaapplaats,” zegt Ernst verdrietig, “ik weet niet waar naartoe. Mama en de anderen zijn weggerend en ik bleef alleen achter. “Och ja, da’s waar,” zucht Eefje en denkt diep na. “We zullen met z’n allen naar de babbelboom gaan. Misschien weet hij wel een goed plaatsje voor jou,” stelt Eefje voor. Zo gezegd, zo gedaan. Als ze aan de rand van het bos komen, zien ze dat de babbelboom nog slaapt. “Ik ken de spreuk ,” zegt Ernst, terwijl hij op het stronkje met mos gaat staan.

‘Biebbele babbele boe

 Oren open en mondjes toe.

 Het is geen grap, het is geen droom,

 Luister naar de Babbelboom.

 Letters, woorden, zinnen,

 Laten we beginnen.’

Illustratie Evelien De Laet

En de boom wordt langzaam wakker. “Hé Ernst, fijn om je terug te zien. En je hebt al heel wat vriendjes gevonden. Fantastisch! Maar je kijkt zo triestig. Ben je dan niet blij?” vraagt de babbelboom.  “Ik ben heel blij met zo veel vriendjes erbij. Maar zij gaan straks allemaal naar hun slaapplaats bij hun familie en ik … ik ben hier helemaal alleen,” snikt het kleine everzwijntje.  “Nee hoor, je bent niet alleen in het bos. Kijk eens daar…” lacht de babbelboom.

Foto Monica de Jong

Ernst draait zich om… “Mama!!!!” roept Ernst en rent naar mama everzwijn en de andere kleintjes, ”jullie zijn teruggekomen!”  Ernst is zo blij en ook het hert met het grote gewei staat erbij. “Natuurlijk toen ik zag dat je niet gevolgd was, zijn we onmiddellijk teruggekeerd. Maar we waren verdwaald, hier in het grote bos. Maar toen we het grote hert tegenkwamen, vertelde hij dat hij je gevonden had en je naar de babbelboom had gebracht. De boom waar ik zo van geschrokken was. En hij wees ons de weg. Maar jij was er niet meer. Ik was zo ongerust,” vertelt mama everzwijn terwijl ze Ernst stevig vasthoudt. De andere kleintjes zijn ook heel blij om Ernst terug te zien maar kijken verbaasd naar de andere kleine dieren. “Dit zijn Eefje, Kobe en Rena. Mijn nieuwe vriendjes. En morgen gaan we samen spelen. En dan is er ook nog Zara het zwaantje. Zij gaat ons leren zwemmen,” vertelt Ernst. “Mogen wij dan ook meespelen?” vragen de andere everzwijntjes. “Natuurlijk!” roept Ernst blij, ”dan zijn we met 12345678 vriendjes! Fantastisch!’”

Ondertussen is het donker geworden in het grote bos. De vriendjes zeggen ‘slaapwel en tot morgen’ en vertrekken naar hun slaapplaats. En de babbelboom… hij geniet nog even van de stilte, sluit zijn ogen en valt in slaap met op zijn gezicht een tevreden lach.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.