Het is weer voorbij…

Foto Katrien Timmermans

Woef, woef, kiekeboe! Dag allemaal! Hier ben ik weer met een nieuw verhaal…

Jammer, maar het is weer voorbij die mooie zomer. Hihi, dat is een liedje dat ik baasje Katrien gisteren hoorde zingen. Het ging zo…

’t Is weer voorbij die mooie zomer.

Die zomer die begon zowat in mei.

Ah, je dacht dat er geen einde aan kon komen.

Maar voor je ’t weet is heel die zomer al heel lang voorbij…

Het was wel een mooi liedje maar ik begreep er weer niet zo veel van. Ik hield mijn kopje schuin om te zeggen, ”baasje leg het eens uit.” Baasje Katrien had het direct begrepen. “Ja Selah, in de zomer waren de meisjes Fran en Kaat veel thuis en zijn we veel naar Samrée geweest. Maar nu zijn ze weer naar school en wordt het buiten al wat frisser. De zon gaat vroeger onder en de meisjes gaan nu vroeger slapen dan in de vakantie.”  Woef, woef, ik denk dat ik het begrijp.

Dus in de zomer, zoals ze dat noemen, heb ik weer heel wat avonturen beleefd. Even nadenken…

Foto Katrien Timmermans

Het begon allemaal met mijn zoektocht naar nieuwe vriendjes. In onze tuin staat een lavendelplant. Tussen de paarse bloemetjes zat een klein wit diertje. Ik had de baasjes al eens horen zeggen dat dat een vlinder, een koolwitje is. Toen ik dichterbij kwam, fladderde het vlindertje rond mijn hoofd. Het ging zitten op mijn ene oor en dan op mijn andere oor. Maar toen het op mijn neus landde, moest ik heel hard niezen. De vlinder schrok en vloog weg. Ik heb hem nooit meer gezien. Dat was geen goed vriendje voor mij. Ook wel een beetje te klein. En dan die witte poes die door de haag kwam gekropen… dat was ook geen goed vriendje voor mij. Toen ik wilde kennismaken begon ze te blazen en zette een hoge rug op. Maar op een wandeling kwamen we kleine Diesel tegen, een klein wit hondje. Toen de baasjes een babbeltje sloegen, snuffelden we aan elkaar. “Ben jij ook een hond?” fluisterde Diesel. “Ja hoor, jij ook hé,” zei ik blij, “da’s goed want die kleine vlinder was bang van mij. En de witte poes was poes boos. Misschien kunnen wij dan vrienden zijn.” Dat vonden we beiden een goed idee. Maar plots trokken de baasjes aan onze leiband. Hun babbeltje was gedaan en we stapten verder. Zo jammer. We blaften nog eens naar elkaar. En hopelijk komen we elkaar nog eens tegen. Nu had ik een vriendje gevonden…

Maar niet getreurd. Enkele dagen later gingen we wandelen naar een vijver. Het was een warme dag en ik mocht een frisse duik nemen in het water. Er waren nog andere mensen en die hadden ook een grote hond bij. Nu had ik een vriend die even groot was en die ook een even grote waterrat was als ik. We mochten een hele tijd samen spelen. Zalig! Een nieuwe grote vriend en… ook een witte. En mijn zoektocht ging verder…

Foto Katrien Timmermans

We maken vaak een wandeling langs de dijk maar deze keer waren we daar niet alleen… “Bèèèèè bèèèèèèè” was me dat schrikken. Wie maakt daar zo een raar geluid? In de graskant stond een hele kudde dieren. En je raadt het nooit… ze waren wit! Niet allemaal. Sommige hadden een zwarte kop en zwarte poten. ”Dat zijn schapen,” vertelde baasje Katrien. Die wilde ik wel eens van dichtbij zien. Misschien worden dat ook nieuwe vrienden. Ze hadden me ook gezien en begonnen weer heel hard te blaren “bèèèèèè bèèèèèè bèèèèèè!” Ik dacht dat ze zo ‘hallo’ tegen me wilden zeggen en vriendelijk wilden zijn. Maar toen ik ‘hallo’ antwoordde en heel hard begon te blaffen, renden ze allemaal weg. Dat waren dus ook geen goeie vrienden voor mij. Niet erg want wat een lawaai maken die schapen! En mijn zoektocht ging weer verder…

Foto Katrien Timmermans

Enkele weken later, tijdens een daguitstap, was ik zeker dat ik nieuwe vrienden gevonden had. “Woef! Woef!” blafte ik blij. In de verte zag ik allemaal Vizsla-honden staan. Ze hadden dezelfde kleur. Ik begon te rennen. “Zachtjes Selah,” riep baasje Ronny die mijn leiband vasthield. Ik was zo ongeduldig om mijn nieuwe vrienden te zien. Toen we dichterbij kwamen begon ik toch te twijfelen. Het waren geen Vizsla- honden. Ze waren te groot en te dik. Hun hoofd zag er ook helemaal anders uit. Kleine oren en een dikke neus… nee dat waren geen honden en zeker geen Vizsla’s.  Ook al was ik een beetje bang, ik ging dichterbij om hallo te zeggen. “Woef! Woef!” blafte ik. Maar die beesten antwoordden niet. “Die blaffen niet terug hoor,” lachte baasje Ronny, “dat zijn koeien. Maar ze lijken wel op jou hé Selah?” Die koeien stonden allemaal nieuwsgierig naar mij te kijken. Ik probeerde nog eens hallo te zeggen en blafte heel luid “Woef!! Woef!! Woef!!!”. “Beuh!! Beuh!! Beuh!!” loeiden ze allemaal samen. Ik zette het op een lopen. Wat was ik geschrokken. Ze maakten nog meer lawaai dan de schapen. Ik keek nog even achterom. En wat zag ik? Net als de schapen, waren de koeien gras aan het eten. Zou dat lekker zijn? Weer geen nieuwe vrienden. Hier stopte mijn zoektocht want… de volgende dag kwam er heel belangrijk bezoek.

Foto Katrien Timmermans / Illustratie Kaat Cole

En dat was mijn allerbeste vriend, broer Sammie. Ik heb nog een broer Boris. En nog twee zussen Sue en Sia. Maar die zie ik niet zo veel. Op 3 november worden we allemaal 1 jaar. Ah ja want we zijn op dezelfde dag geboren en hebben allemaal dezelfde mama en papa. Als Sammie op bezoek komt, is het altijd dolle pret. We rennen om ter snelst en springen om ter hoogst. En als we honger en dorst hebben, eten en drinken we uit de dezelfde bak. Het is altijd feest als broer Sammie is geweest!

Foto Katrien Timmermans

Ik vind het heel leuk als baasje Katrien heel vroeg in de morgen een wandeling gaat maken. Ik mag dan altijd mee. En dat is dik ok! Toen ik nog klein was, begreep ik niet goed wat er ’s morgens gebeurde. Maar nu weet ik al goed dat het ’s nachts donker is en dat het ’s morgens weer licht wordt omdat de zon dan opkomt. Bij onze laatste ochtendwandeling was het echt prachtig. Toen we vertrokken was het nog maar een heel klein beetje licht. We wandelden tot aan een weiland waar we de zon heel goed zagen opkomen. En wat was dat mooi! Mijn mond viel open van verbazing. De lucht kleurde zo mooi. En baasje Katrien maakte met haar fototoestel deze prachtige foto’s van mij. Mooi hé!

“Vandaag zijn alle baasjes thuis,” vertelde baasje Katrien, “en het belooft een mooie dag te worden.” “Woef! Woef!” blafte ik blij. Dan gaan we weer leuke spelletjes doen met baasje Fran en baasje Kaat! Joepie!!

Foto Katrien Timmermans

“Kom Selah, we gaan een fopspelletje doen,” lachte baasje Fran. Ik hield mijn kopje weer schuin. Wat was een ‘fopspelletje’? Nog nooit van gehoord. Er stonden op de tafel drie bekertjes in drie verschillende kleuren: roze, blauw en groen. Baasje Fran had een hondenkoekje bij. Hmm, lekker! “Woef! Woef!” blafte ik blij. Maar ik kreeg het niet. Ze stopte het onder een bekertje. Toen schoof ze de bekertjes door elkaar. Dat deed ze heel vlug. “Weet jij nu waar het koekje is?” vroeg baasje Fran, “als je het weet, mag je het opeten.” Natuurlijk wist ik dat. Ze had het toch onder het blauwe bekertje gestopt. Dat had ik goed gezien. Ik legde mijn poot op het blauwe bekertje. “Woef! Woef!” blafte ik blij. Ik duwde het blauwe bekertje om en… daar lag het koekje. Smullen!!! “Bravo Selah! Wat ben jij een slimme hond!” riep baasje Fran. Was dat nu een fopspelletje? Dan is het toch mislukt. Want ik ben niet gefopt! Woef! Woef!

Foto Katrien Timmermans

Het volgende spel noemden mijn baasjes “kubben”. Benieuwd wat ik nu ga leren. Het ziet er alvast heel leuk uit. Er stonden houten blokken in het gras. De grote bazen stonden aan de ene kant en de kleine baasjes aan de andere kant. Ik begreep er weer niets van maar toen ze elk om beurt met stokken gooiden werd het heel interessant. Zo vlug ik kon, rende ik naar een stok, nam hem in mijn mond en bracht hem terug. Toen begonnen ze allemaal te lachen. “Dat mag je nu niet doen Selah,” zei baasje Ronny. Dit spel is alleen voor ons. Nu mag je even niet mee doen. En zeker geen stokken pakken.” Nu begreep ik er helemaal niets meer van. Als we gaan wandelen gooien ze stokken en zijn ze blij als ik ze terugbreng. En nu mocht het niet… Gekke baasjes hoor. Dan maar een wandelingetje maken in de tuin.

Foto Katrien Timmermans / Illustratie Kaat Cole

Ik was boos omdat ik niet mocht meespelen. Daarom ging ik naar de andere kant van de tuin want ik wilde mijn baasjes even niet meer zien. Daar stonden de mooiste en de grootste bloemen die ik ooit gezien heb. Toen ik ze voor de eerste keer zag, hield ik mijn kopje schuin van verbazing. “Dat zijn zonnebloemen,” vertelde baasje Katrien, ”ze heten zo omdat de bloemen lijken op de zon.” Als de zon schijnt ben ik altijd blij. Dus dacht ik, als ik naar de zonnebloemen ga kijken, zal ik weer blij worden. En het lukte, een heel klein beetje. Tot de baasjes riepen,” kom Selah we gaan nog een wandeling maken!” Joepie, ik mocht mee! Dat vond ik dik ok! Woef! Woef!

Foto Katrien Timmermans

Toen we voorbij een weiland met hoog gras wandelden mocht ik vrij rondlopen. Het gras kriebelde aan mijn poten. En op sommige plaatsen was het zo hoog dat de sprieten in mijn neusgaten staken. “Hatsjie! Hatsjie!” wat een gekriebel. Wat vinden de koeien en de schapen daar nu zo plezant aan. Ik begrijp er niets van. Maar wacht eens even… dat gras stond daar niet zo hoog omdat ze het allemaal opaten. “Ok, dan ga ik er ook eens van proeven. Zo glad en zo taai. Bah, dat smaakt vies. Geef mij maar lekkere hondenbrokken.

Foto Katrien Timmermans / Illustratie Kaat Cole

Maar even later kwamen we weer voorbij een weiland. “Dit is geen gras Selah, dit is graan,” vertelde baasje Ronny. “Woef! Woef!” blafte ik en hield mijn kopje schuin. Wat was dat nu weer? Graan? Nog nooit van gehoord. Maar baasje Ronny legde het even uit. “Het graan wordt fijngemalen tot meel. En meel wordt gebruikt om brood en pasta mee te maken. Zoals spaghetti. Dat ken je wel hé Selah?” lachte hij. Ah ja spaghetti met van die lekkere rode saus. Ik mag dan altijd de kom uitlikken als mijn baasjes dat eten. En dan heb ik een rode snoet. Woef! Woef! Hihi! Ik rende door het graan. Het kriebelde ook maar ik kon me daar goed in verstoppen. Soms zag je enkel mijn staartje en soms mijn kop.

Foto Katrien Timmermans

Maar een week later had ik toch wel een beetje verdriet. Baasje Fran en baasje Kaat gingen op reis en ik mocht niet mee. En dat vond ik helemaal niet ok. ’s Morgens vroeg stonden ze klaar met een grote koffer. Ik begreep er niets van en mijn kopje stond weer schuin. “Wij gaan op avonturenkamp,” vertelde baasje Fran. Op avonturenkamp? Om avonturen te beleven moet je toch niet weggaan. Met mij kunnen ze toch ook avonturen beleven? “Niet verdrietig zijn,” zei baasje Kaat terwijl ze over mijn kopje aaide. ”Als we terug zijn gaan we allemaal naar Samrée en dan mag jij mee. Dan gaan we daar ook avonturen beleven.” Woef! Woef! Naar Samrée! En ik mag mee! Dat is super ok!  Toen de meisjes vertrokken waren ze zo blij dat ze hun hoedje in de lucht gooiden. Ik rende er naartoe en nam het hoedje van Fran in mijn mond. ”Hela sloeber Selah, dat mag niet hoor,” lachte Fran, “maar weet je, je mag het bijhouden tot we terug zijn.” Ze zette het hoedje op mijn kop.” Ziezo, het staat je prima,” lachte Fran. De kleine baasjes gaven me nog een dikke knuffel en dan vertrokken ze. “Woef! Woef!” blafte ik verdrietig.

Foto Katrien Timmermans

En nu maar wachten tot ze weer thuiskomen… Maar dat wachten duurde zo lang. Ik miste mijn kleine baasjes enorm. Baasje Katrien vertelde dat de meisjes vast heel veel plezier gingen hebben en dat vond ik best wel ok. Maar dat ik er niet bij was, viel helemaal niet mee. En eindelijk was het dan zover. Een superblij weerzien met veel aaikes en veel knuffeltjes. En… we vertrokken bijna naar Samrée en dat vond ik dik ok!

De volgende morgen vertrokken we met de auto. Ik heb niet geslapen want de meisjes hadden zo veel te vertellen over hun avonturen. Ik wilde alles horen. En ja hoor, zoals altijd kriebelde het weer in mijn buikje.

Enkele uren later kwamen we aan en konden onze avonturen beginnen…

Foto Katrien Timmermans

“Hé Selah, waar loop jij naartoe?” riep baasje Katrien. Ik liep naar de put die ik bij ons vorige bezoek had gegraven. Thuis in de tuin mag ik niet graven want dan maak ik de gazon kapot. Maar in de tuin van ons huis in Samrée mag dat wel. De grond is hier wel heel hard en graven is moeilijk. Ik wil een put graven waar ik me helemaal kan in verstoppen. Mijn snuit kan er al een stukje in. “Vooruit aan het werk,” zei ik tegen mezelf. Graven, graven en nog eens graven. Maar ik werd daar zo moe van… Mijn snuit en mijn ogen kon ik al verstoppen. Pfff, de rest is voor een volgende keer.

Foto Katrien Timmermans

Zwemmen kan ik al heel goed. Dat heb ik geleerd toen ik nog heel klein was. Maar baasje Kaat wilde wel eens weten hoever ik eigenlijk wel kan zwemmen. We gingen samen naar het water. “Durf jij tot aan de overkant zwemmen Selah?” vroeg baasje Kaat. Waarom zou ik dat nu doen? Ik had geen zin om te zwemmen. En het water leek me nogal koud. Maar dan gooide ze mijn gele bal helemaal naar de overkant en die moest ik natuurlijk terug hebben. Ik sprong in het water. Brrrrr wat was dat koud! Maar ik moest en zou mijn balletje hebben. Zwemmen, zwemmen, zwemmen zo vlug ik kon. Daar kreeg ik het vlug warmer van. Ik nam mijn balletje in de mond en zwom razendsnel terug. “Bravo! Goed gedaan Selah!” riep baasje Kaat blij. Inderdaad dat had ik goed gedaan en dat in dat koude water. Brrrrr! Ik ging in de zon staan om vlug op te drogen.

Foto Katrien Timmermans

Op weg naar huis wandelden we nog een hele tijd langs het water. “Kijk daar,” zei baasje Kaat, ”daar liggen bootjes aan de kant.” Ok, bootjes. Ik hield mijn kopje weer schuin om te zeggen: “baasje Kaat, leg dat eens uit.” Maar ik was niet zo blij met wat ze me vertelde. “Met een bootje kan je naar de overkant varen. Daar ga je dan inzitten en met roeispanen roeien naar de overkant. Je drijft dan op het water,” lachte ze. “Woef! Woef!” blafte ik boos. Waarom moest ik dan naar de overkant zwemmen om mijn balletje te halen? En dan nog in dat koude water! We konden toch varen! De volgende keer vaar ik met dit blauwe bootje om mijn bal te gaan halen. Dat past goed bij mijn blauwe halsband en mijn blauw tuigje. Woef! Woef!

Foto Katrien Timmermans

Rennen kan ik als de beste. Als één van de baasjes een stok of een balletje weggooit, ren ik er razendsnel achteraan om het dan terug te brengen. Maar baasje Fran wilde wel eens weten of ik goed en hoog kan springen. We gingen samen op pad en na een fikse wandeling kwamen we aan een weg waar een grote paal van de ene kant naar de andere lag. Ik hield mijn kopje weer schuin want ik begreep niet wat de paal daar lag te doen. Baasje Fran begreep het. “Hier mogen geen auto’s rijden. Wij mogen hier wel verder wandelen. Maar dan moeten we eerst over de paal springen,” lachte ze. Ok, dat was voor mij geen probleem. Eventjes een aanloop en… hop. Ziezo, ik stond al aan de andere kant. Maar zou baasje Fran dat ook kunnen? Ik was benieuwd. Maar wat deed ze? Ze kroop gewoon onder de paal. Woef! Woef! Flauw hoor. En ik was weer beetgenomen…

Foto Katrien Timmermans

Tijdens de wandelingen met baasje Fran en baasje Kaat heb ik prachtige dingen gezien. Ik moest wel aan de leiband blijven want af en toe was het wel eens gevaarlijk. Na een moeilijke wandeling bergop, genoten we van een prachtig uitzicht. Toen ik op een rotsblok ging staan, schrok ik toch wel even als ik naar beneden keek. Zo hoog!!! Baasjes, hou mijn leiband maar goed vast. Een eindje verder wilde ik ook wel kijken, maar was ik toch voorzichtig. Toen ik naar beneden keek, zag ik het water waar ik in gezwommen had om mijn balletje te gaan halen. Brrrr, wat was dat koud!

Toen we weer beneden waren, mocht de leiband af. Hier was het weer veilig. “Kom Selah,” riep baasje Kaat,” kom bij ons op de stenen staan. Dan spelen we drie op een rij.” Ik deed wat ze me vroeg. Maar ik begreep er niets van. Ok, we stonden met drie op een rij. Maar was dat een spelletje? Ik vond het toch niet zo leuk hoor.

De laatste dag gingen we nog eens allemaal samen op pad. Baasje Katrien wilde nog enkele foto’s maken van haar drie meisjes. Jaja, zo noemen ze ons. Fran, Kaat en Selah. De mooiste foto vind ik die aan het kasteel en dat vinden baasje Kaat en baasje Fran ook. “We lijken wel drie prinsessen die in dat prachtige kasteel wonen,” zeggen ze dan. Woef! Woef! Dat vind ik ook!

Foto Katrien Timmermans

De volgende dag reden we weer naar huis. De vakantie zat erop. En tijdens de rit naar huis… ja hoor, het kriebelde weer in mijn buikje. Na een half uurtje rijden lagen de drie prinsessen te slapen. Wat waren we moe van onze avonturen in Samrée.

Er volgden nog enkel vakantiedagen en dan moesten de meisjes weer naar school. Baasje Kaat maakte tekeningen als herinnering aan de zomerse avonturen. Woef! Woef! Mooi hé. Op die avonturen mocht ik altijd mee en dat vond ik dik ok!

Foto Katrien Timmermans

Ondertussen is het weer voorbij die mooie zomer…

Nog een dikke poot van mij. Woef! Woef! Tot de volgende keer, dan ben ik er weer… met een nieuw avontuur. Woef! Woef!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *